2001/256

Instantie: Recreatiegemeenschap Veluwe Holding B.V.

Klacht: Opzichters (als buitengewoon opsporingsambtenaren) hebben gedreigd met uitschrijven bekeuring vanwege naaktrecreatie bij recreatieplas Zeumeren.
Oordeel: niet gegrond

Verzoeker klaagt erover dat opzichters in dienst van de RGV Holding B.V., handelend als buitengewoon opsporingsambtenaren, op 6 augustus 1999 hebben gedreigd met het uitschrijven van een bekeuring omdat hij naakt recreëerde bij de recreatieplas te Zeumeren.

Beoordeling

1. Op 6 augustus 1999 bevond verzoeker zich bij de recreatieplas Zeumeren, gelegen in de gemeente Barneveld, alwaar hij naakt recreëerde. Twee opsporingsambtenaren van de RGV spraken verzoeker aan en wezen hem erop dat het in het recreatiegebied niet was toegestaan naakt te recreëren. Zij verzochten verzoeker ten minste een zwembroek aan te trekken en deelden hem mee dat hij een proces-verbaal zou krijgen wanneer zij hem een volgende keer naakt in het recreatiegebied aan zouden treffen.

2. Verzoeker klaagt erover dat opzichters in dienst van de RGV op 6 augustus 1999 hebben gedreigd met het uitschrijven van een bekeuring omdat hij naakt recreëerde bij de recreatieplas te Zeumeren. Verzoeker is van mening dat het hem, gelet op artikel 430a Wetboek van Strafrecht, wel is toegestaan om naakt bij de recreatieplas te recreëren. Hij stelt dat de opzichters (opsporingsambtenaren van de RGV; N.o.) de naaktrecreatie verbieden en daardoor in strijd met de wet hun werkzaamheden uitvoeren.

3. De Minister van Justitie stelt dat de gemeente Barneveld geen gedeelte van Zeumeren heeft aangewezen dat geschikt is voor naaktrecreatie. Dit betekent dat een ieder die zich ongekleed op of aan een voor het verkeer bestemde plaats binnen het recreatiegebied bevindt die niet geschikt is voor ongeklede recreatie, in overtreding is, aldus de Minister. De Minister is van oordeel dat door het (openbare) karakter en de inrichting van Zeumeren dit gebied niet geschikt is voor ongeklede recreatie. Het gebied is te klein om een gedeelte af te schermen voor ongeklede recreatie zonder dat overige gebruikers van het gebied daar aanstoot aan kunnen nemen. De Minister van Justitie concludeert dat de opsporingsambtenaren juist en correct hebben gehandeld door verzoeker er in duidelijke bewoording op te wijzen dat ongeklede recreatie niet is toegestaan en acht de klacht ongegrond.

4. De hoofdofficier van justitie te Zutphen is van mening dat de opsporingsambtenaren niet onjuist hebben opgetreden. Of er sprake is van een strafbare overtreding wordt bepaald door het antwoord op de vraag of de plaats waar verzoeker zich bevond al dan niet voor ongeklede recreatie geschikt is. Hierbij spelen plaatselijke omstandigheden en in de maatschappij levende opvattingen hieromtrent een rol, aldus de hoofdofficier. De hoofdofficier stelt dat de opsporingsambtenaren redelijkerwijs konden vermoeden dat verzoeker zich schuldig maakte aan overtreding van artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht.

5. De RGV is van oordeel dat naaktrecreatie in het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan en dat de twee opsporingsambtenaren bevoegd waren om verzoeker hier op aan te spreken. De RGV stelt in zijn algemeenheid niet afwijzend tegenover naaktrecreatie te staan, hetgeen blijkt uit de voorzieningen die zij hiervoor in andere recreatiegebieden hebben getroffen, aldus de RGV. Voorwaarden voor het treffen van dergelijke voorzieningen zijn volgens de RGV het karakter en de ligging van het recreatiegebied en de acceptatie van naaktrecreatie in de regio. Om deze redenen heeft de RGV nog geen voorzieningen in het recreatiegebied Zeumeren getroffen.

De RGV is van mening dat de twee opsporingsambtenaren, gezien de omstandigheden, juist hebben gehandeld. Zij hebben verzoeker beleefd meegedeeld dat zij bij een volgende keer proces-verbaal zouden opmaken, waarbij geen harde of vervelende woorden zijn gebruikt, aldus de RGV.

6. Naaktrecreatie is toegestaan op een plaats die krachtens een besluit van de gemeenteraad is aangewezen als een plaats die geschikt is voor naaktrecreatie dan wel op een andere voor naaktrecreatie geschikte plaats (zie Achtergrond, onder 1.).

De strafbaarstelling van naaktrecreatie strekt tot bescherming van de openbare orde, vanwege de onrust en aanstoot die zouden kunnen ontstaan. Hiervoor is niet vereist dat de onrust daadwerkelijk is ontstaan of dat iemand aanstoot heeft genomen aan de naaktrecreatie. Naaktrecreatie is pas strafbaar indien de naaktrecreant zich bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats, die voor ongeklede recreatie niet geschikt is.

Of een plaats voor openbare naaktrecreatie geschikt is, wordt bepaald door plaatselijke omstandigheden en door de opvattingen die hieromtrent in de maatschappij leven. Bij beantwoording van de vraag of een plaats al dan niet geschikt is voor naaktrecreatie, dienen alle omstandigheden in aanmerking te worden genomen. De geschiktheid van de plaats kan zelfs afhankelijk zijn van het tijdstip van de dag, daar het niet de bedoeling is dat naaktrecreatie overal mogelijk is of mogelijk gemaakt moet worden (zie Achtergrond, onder 2.).

7. Het enkele feitdat de gemeenteraad van Barneveld geen gedeelte van de recreatieplas Zeumeren heeft aangewezen als geschikt voor ongeklede openbare recreatie, maakt de openbare naaktrecreatie door verzoeker nog niet tot een strafbaar feit. Daartoe dienden de opsporingsambtenaren van de RVG de vraag te beantwoorden of de plek waar verzoeker zich bevond een voor het openbare verkeer bestemde plaats is die voor ongeklede recreatie niet geschikt is.

8. De recreatieplas Zeumeren wordt door drie stranden en vele ligweiden omringd. Slechts een klein deel aan de noordzijde van de waterplas wordt begrensd door bomen en struiken, alwaar verzoeker zich op 6 augustus 1999 bevond (zie bijlagen). Gelet op de verklaring van partijen en de foto's die verzoeker heeft opgestuurd staat het vast dat de twee opsporingsambtenaren van de RGV verzoeker op een kleine open plek aan het water hebben aangetroffen. Het staat eveneens vast dat de plaats waar verzoeker zich bevond te bereiken is via een onverhard openbaar fiets- en wandelpad, dat de westelijk en noordelijk gelegen stranden met elkaar verbindt. Bovendien heeft verzoeker niet weersproken dat hij vanaf dit fiets- en wandelpad waarneembaar was. Nietsvermoedende voorbijgangers konden dan ook worden geconfronteerd met verzoeker die dichtbij het pad naakt recreëerde. Verzoekers naaktrecreatie zou bij de voorbijgangers onrust kunnen veroorzaken dan wel aanstoot kunnen geven. Dit betekent dat de plek alwaar verzoeker zich bevond niet geschikt is voor naaktrecreatie

Gelet hierop hebben de twee opsporingsambtenaren van de RGV verzoeker er in alle redelijkheid op kunnen wijzen dat naaktrecreatie ter plaatse niet is toegestaan en verzoeker gewaarschuwd dat zij bij een volgende overtreding een proces-verbaal zouden opmaken. Het komt voor rekening van verzoeker dat hij dit als dreigen heeft ervaren.

De onderzochte gedraging is behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van RGV Holding B.V., die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie, is niet gegrond.

Onderzoek

Op 12 april 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Amersfoort, dat gedateerd was op 3 april 2000, met een klacht over een gedraging van de Recreatiegemeenschap Veluwe Holding B.V. (RGV).

Verzoeker had zich bij brief van 7 december 1999 al eerder tot de Nationale ombudsman gewend. Zijn verzoek voldeed toen echter niet aan het kenbaarheidsvereiste als neergelegd in artikel 12, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman, zodat het verzoek niet in onderzoek werd genomen.

Naar aanleiding van verzoekers brief van 3 april 2000 werd naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie, een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd de Minister van Justitie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

In verband met zijn verantwoordelijkheid voor het justitieel optreden werd ook de hoofdofficier van justitie te Zutphen over de klacht geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, voor zover daarvoor naar zijn oordeel reden was.

Tevens werd twee betrokken ambtenaren verzocht om ten behoeve van het onderzoek inlichtingen te verschaffen, waarbij hen specifieke vragen werden gesteld. Hun werkgever, de RGV, reageerde namens hen.

Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Voorts heeft verzoeker op verzoek van de Nationale ombudsman foto's opgestuurd van de recreatieplas Zeumeren en de plek waar hij zich op 6 augustus 1999 bevond.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Verzoeker en de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie berichtten dat het verslag hun geen aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen. De Minister van Justitie gaf binnen de gestelde termijn geen reactie.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:

A. feiten

1. Verzoeker bezoekt 's zomers diverse recreatieplassen in zijn woonomgeving, alwaar hij naakt recreëert. Op 6 augustus 1999 bevond verzoeker zich naakt bij de recreatieplas Zeumeren in de gemeente Barneveld en werd hij door twee buitengewoon opsporings-ambtenaren van de RGV aangesproken, die hem erop wezen dat het in het recreatiegebied niet is toegestaan naakt te recreëren. Vervolgens verzochten zij verzoeker zich aan te kleden en deelden zij hem mee dat wanneer zij hem een volgende keer naakt in het recreatiegebied zouden aantreffen, hij een proces-verbaal zou krijgen.

2. Op 11 december 1999 schreef verzoeker onder meer het volgende aan de RGV:

"Graag wil ik het volgende probleem onder uw aandacht brengen. Het gaat om de wijze waarop enkele opzichters van uw recreatiegemeenschap hun werkzaamheden uit-voeren bij de recreatieplas Zeumeren nabij Barneveld/Voorthuizen. Reeds gedurende enkele jaren handelen deze opzichters in strijd met de wet (art. 430A Wetb.v. Strafrecht) door beoefenaars van naaktrecreatie te verbieden op deze wijze te recreëren. Het is mijn ervaring dat ze naaktrecreanten dreigen met het geven van een bekeuring of met het inschakelen van de politie. (…)

Ik zou graag zien dat u een en ander corrigeert zodat in de toekomst ook het naaktrecreëren tot de reguliere mogelijkheden gaat behoren."

3. De RGV berichtte verzoeker bij brief van 8 maart 2000 onder meer het volgende:

"Artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat degene die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is.

Het recreatiegebied Zeumeren is gelegen binnen de gemeente Barneveld. De raad van deze gemeente heeft geen gedeelte van Zeumeren aangewezen als plaats die geschikt is voor ongeklede openbare recreatie. Dit betekent dat ieder die zich ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats binnen het recreatiegebied, die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is. Onder 'voor het openbaar verkeer bestemde plaats' moet worden verstaan elke plaats die men in het normale verkeer betreedt. Dit zijn onder meer openbare terreinen zoals stranden. Het gaat daarbij om plaatsen waar een ieder komt en gaat. De stranden, grasgedeelten en wandelpaden binnen het recreatiegebied Zeumeren zijn dergelijke plaatsen.

In zijn algemeenheid streven wij ernaar recreatiemogelijkheden te bieden voor zoveel mogelijk groepen recreanten. Zo zijn er in de recreatiegebieden Bussloo (…) en Rhederlaag (…) gebieden voor naaktrecreatie aangewezen en als zodanig ingericht.

Door het (openbare) karakter en de inrichting van Zeumeren is dit gebied echter niet geschikt voor ongeklede recreatie. Het gebied is te klein om een gedeelte af te schermen voor ongeklede recreatie zonder dat overige gebruikers van het gebied daar aanstoot aan kunnen nemen.

Dit alles overziende is het naar onze mening terecht dat medewerkers van het recreatiegebied u erop hebben gewezen dat ongeklede recreatie ter plaatse niet is toegestaan. (…) Wij kunnen derhalve niet voldoen aan uw verzoek om binnen Zeumeren reguliere mogelijkheden voor naaktrecreatie te creëren."

B. Standpunt verzoeker

1. Het standpunt van verzoeker staat samengevat weergegeven onder Klacht.

2. Naar aanleiding van het verzoekschrift verzocht de Nationale ombudsman verzoeker op 24 juli 2000 antwoord te geven op de volgende vragen:

Waar recreëerde u precies op 6 augustus 1999? In dit verband verzoek ik u mij een zo gedetailleerd mogelijke plattegrond toe te sturen met een markering.

Waaruit bestond deze recreatie?

3. Verzoeker berichtte de Nationale ombudsman op 26 juli 2000 onder meer als volgt:

"Om de vraag (te beantwoorden; N.o.) waar ik precies recreëerde op 6 aug. 1999 zend ik u een vergrote kopie van een luchtfoto (zie bijlage 2; N.o.), een kopie uit een folder van de Recr. gemeenschap Veluwe (…) en een kaart van de omgeving van Zeumeren. (…)

Mijn recreatie bestond uit op de oever in de zon liggen en zitten, af en toe een stukje zwemmen, blikje limonade drinken, appeltje eten e.d. Het normale strandgebeuren dus. Maar met het verschil dat mijn rustige, naakte verschijning de dieren geen schrik of vrees aanjaagt. Dieren komen altijd naar mij toe als ze in de buurt zijn (…).

Vissen aan mijn voeten, een kikker op mijn knie en een libelle op mijn schouder, zijn op Zeumeren geen fantasie, maar gewoon een deel van de naturistische praktijk die daarom juist zo aardig is."

C. Standpunt Minister van Justitie

1. Bij brief van 25 oktober 2000 deelde de Minister van Justitie met verwijzing naar een brief van de RGV mee dat hij verzoekers klacht ongegrond achtte. Voorts berichtte de Minister onder meer:

"Verzoeker (…) is (…) van oordeel dat de betrokken opsporingsambtenaren hem 'gedreigd' zouden hebben met een bekeuring. Ik ben van oordeel dat het aanzeggen van een bekeuring voor het geval de heer D. (wederom) artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht zou overtreden, geenszins betiteld kan worden als het 'dreigen' met een bekeuring. Ik ben van oordeel dat de opsporingsambtenaren in deze juist en proportioneel zijn opgetreden."

2. Bij zijn reactie voegde de Minister van Justitie een brief van 21 september 2000 van de RGV waarin onder meer staat vermeld:

"Artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat degene die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is.

Het recreatiegebied Zeumeren is gelegen binnen de gemeente Barneveld. De raad van deze gemeente heeft geen gedeelte van Zeumeren aangewezen als plaats die geschikt is voor ongeklede openbare recreatie. Dit betekent dat ieder die zich ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats binnen het recreatiegebied, die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is.

Onder 'voor het openbaar verkeer bestemde plaats' moet worden verstaan elke plaats die men in het normale verkeer betreedt. Dit zijn onder meer openbare terreinen zoals stranden. Het gaat daarbij om plaatsen waar een ieder komt en gaat. De stranden, grasgedeelten en wandelpaden binnen het recreatiegebied Zeumeren zijn dergelijke plaatsen.

In zijn algemeenheid streeft RGV ernaar recreatiemogelijkheden te bieden voor zoveel mogelijk groepen recreanten. Zo zijn er in de recreatiegebieden Bussloo (…) en Rhederlaag (…) gebieden voor naaktrecreatie aangewezen en als zodanig ingericht.

Door het (openbare) karakter en de inrichting van Zeumeren is dit gebied echter niet geschikt voor ongeklede recreatie. Het gebied is te klein om een gedeelte af te schermen voor ongeklede recreatie zonder dat overige gebruikers van het gebied daar aanstoot aan kunnen nemen.

Op 6 augustus 1999 is de heer D. er door de heren B. en Sc., medewerkers van de RGV, op gewezen dat naakt recreëren in het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan. (…)

De heer B. geeft het volgende verslag van hetgeen op die dag is voorgevallen.

'…Ik ben samen met de heer Sc. het gebied ingegaan en trof daar de heer D. volledig ontbloot aan. Hij bevond zich op een gedeelte van het recreatiegebied nabij de kruising van de Blotekamperweg en de Garderbroekerweg, op ongeveer 150 m van een strandgedeelte. Langs de plek waar de heer D. zich ophield bevindt zich een wandelgebied waarvan veel recreanten gebruik maken. Ik heb de heer D. erop gewezen dat naakt recreëren ter plekke niet is toegestaan. Ik heb daarbij geen vervelende of harde woorden gebruikt, maar mij wel duidelijk uitgedrukt. Ik heb de heer D. verzocht zich aan te kleden en hem gezegd dat ik de volgende keer dat ik hem in ontklede toestand zou aantreffen zou overgaan tot het opmaken van proces-verbaal. Dat is altijd mijn handelwijze: ik waarschuw één keer en geef daarbij aan dat ik een volgende keer proces-verbaal opmaak (…).'

Over de gang van zaken op 6 augustus 1999 geeft de heer Sc. het volgende weer.

'De heer D. komt al enkele jaren achter elkaar op Zeumeren. Ik heb hem daar elk jaar wel een keer gezien. Ik heb hem gezegd dat het in het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan naakt te recreëren en hem verzocht ten minste een zwembroek aan te trekken. (…)

Bij een van mijn ontmoetingen met de heer D. zal ik vermoedelijk gezegd hebben dat - mocht ik de heer D. nog een keer ongekleed aantreffen - hij van mij een proces verbaal zou krijgen. Ik heb daarbij geen dreigende toon gebruikt.'

Dit alles overziende hebben onze medewerkers naar onze mening juist en correct gehandeld door de heer D. er in duidelijke bewoordingen op te wijzen dat ongeklede recreatie ter plaatse niet is toegestaan. De medewerkers hebben de bevoegdheid om proces verbaal op te maken. De uiteindelijke beslissing wordt aan de rechter overgelaten."

D. standpunt hoofdofficier van justitie

De hoofdofficier van justitie te Zutphen deelde de Nationale ombudsman bij brief van 26 september 2000 het volgende mee:

"…De recreatieplas Zeumeren is gelegen op het grondgebied van de gemeente Barneveld. De gemeenteraad van Barneveld heeft geen enkele plaats in deze gemeente aangewezen als geschikt voor ongeklede openbare recreatie.

Of er toch sprake is van een strafbare overtreding van artikel 430a WvSr wordt dan bepaald door het antwoord op de vraag of de plaats waar de heer D. zich ongekleed bevond al dan niet voor ongeklede openbare recreatie geschikt is. De plaatselijke omstandigheden en door de in de maatschappij hieromtrent levende opvattingen spelen daarbij een rol.

De klacht van de heer D. richt zich met name tegen het optreden van de buitengewoon opsporingsambtenaren. Zij zouden de heer D. 'gedreigd' hebben proces-verbaal op te maken indien hij naakt zou blijven recreëren op of aan de oevers van de recreatieplas. De heer D. is van mening dat hij artikel 340a WvSr niet heeft overtreden.

Ik ben van mening dat de opsporingsambtenaren niet onjuist hebben opgetreden. Zij konden redelijkerwijs vermoeden dat de heer D. zich schuldig maakte aan overtreding van artikel 430a WvSr…"

e. standpunt Rgv holding b.v.

1. De Nationale ombudsman verzocht de bij het optreden betrokken ambtenaren bij brief van 13 november 2000 inlichtingen te verschaffen. Hierbij stelde de Nationale ombudsman de volgende vragen:

- Waar recreëerde verzoeker precies op 6 augustus 1999? In dit verband verzoek ik u te reageren op de markering die verzoeker heeft aangebracht op de bijgesloten plattegrond.

- Waaruit bestond verzoekers recreatie?

2. RGV berichtte de Nationale ombudsman namens de betrokken ambtenaren bij brief van 7 december 2000 onder meer het volgende:

"Als werkgever van de heren Sc. en B. willen wij hier reageren op de aan hun gerichte brieven met betrekking tot de klacht van de heer D.

(…) In het kort komt ons standpunt hierop neer dat wij van mening zijn dat naaktrecreatie op het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan en dat onze medewerkers bevoegd waren de heer D. hier op aan te spreken.

RGV staat in zijn algemeenheid niet afwijzend tegenover naaktrecreatie, hetgeen mag blijken uit de voorzieningen die wij speciaal voor deze vorm van recreatie getroffen hebben op de recreatiegebieden Bussloo (…) en Rhederlaag (…). Voorwaarde voor het treffen van voorzieningen is echter het karakter en de ligging van het betreffende recreatiegebied en de acceptatie van naaktrecreatie in de regio. Om deze redenen hebben wij ervoor gekozen nog geen voorzieningen te treffen op het recreatiegebied Zeumeren. Ook de gemeente Barneveld heeft Zeumeren niet aangewezen als een gebied dat geschikt is voor naaktrecreatie.

Wat betreft de omstandigheden waaronder verzoeker naakt recreëerde volgt hier een beantwoording van de door u gestelde vragen.

Verzoeker recreëerde aan de noordzijde van het recreatiegebied (…). Aan de noordzijde ligt een inham die omgeven is door waterwilgen. Tussen deze wilgen zijn open plekken ontstaan waar recreanten kunnen zwemmen of vissen. Om de inham is een onverhard fiets- en wandelpad gesitueerd. Verzoeker zat aan de waterkant waar riet groeit, maar was duidelijk waarneembaar vanaf het onverharde fiets- en wandelpad (zie bijlage 1; N.o.).

Op 9 augustus 1999 rond 16.30 uur werd de heer Sc. door een viscontroleur op de hoogte gebracht van het feit dat er iemand naakt recreëerde. De heer Sc. is vervolgens, samen met de heer B., naar de aangewezen plek gegaan. Onze medewerkers hebben zich voorgesteld als medewerkers van de RGV en verzoeker medegedeeld dat naakt recreëren op het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan. Tevens hebben zij hem beleefd verzocht zich te kleden met een zwembroek of iets dergelijks. Verzoeker reageerde (evenals vorige keren) dat hij ingevolge artikel 430a Wetboek van Strafrecht het recht had om op die plek naakt te recreëren. Verzoeker weigerde in eerste instantie aan het verzoek zich te kleden te voldoen, maar heeft hier na enig heen en weer gepraat toch gevolg aan gegeven.

(…)

Naar onze mening hebben onze medewerkers gezien de omstandigheden juist gehandeld. Beiden hebben te kennen gegeven dat zij verzoeker meegedeeld hebben dat zij bij een volgende keer proces-verbaal zouden opmaken, maar dat zij dit hem beleefd medegedeeld hebben en geen harde of vervelende bewoordingen gebruikt hebben.

Van belang hierbij te vermelden is dat verzoeker al een aantal jaren op Zeumeren komt en reeds eerder is aangesproken op het naakt recreëren. Hij was dus op de hoogte van het feit dat deze vorm van recreatie op Zeumeren niet is toegestaan."

f. Reactie verzoeker

In reactie op de standpunten van de Minister van Justitie, de hoofdofficier van justitie en de RGV stelde verzoeker in zijn brief van 31 januari 2001 onder meer het volgende:

"De beschrijving van de situatie zoals die zich op Zeumeren voordeed, volgens de heren Sc. en B. van de RGV is juist.

Wel heb ik over een en ander wel een paar opmerkingen, waarvan ik hoop dat het nu eindelijk eens duidelijk is. Een algemeen verbod op naaktrecreatie is niet mogelijk volgens art 430A. Dus ook niet op Zeumeren. Dus is het ook niet mogelijk om iemand terecht te bekeuren wegens overtreding van dit verbod.

Verder lijkt het wel of Justitie zich vooral druk maakt over het woord dreigen, dat ik gebruikt heb. (…)

Nog iets om misverstanden te voorkomen resp. weg te werken.

Ik vraag niet om voorzieningen op Zeumeren voor naaktrecreatie. Als naturist heb ik (wij) slechts natuur nodig, met zwemwater. Dat is er op Zeumeren. Ik zou niet weten wat ik verder toch nodig zou hebben. Wel zou ik graag eens met rust gelaten worden en gevrijwaard worden van dat gedreig met een bekeuring.

De gebieden Bussloo en Rhederlaag zijn mij ook goed bekend. (…) De afstand daarheen is 100-120 km (uit en thuis) en ik doe alles per fiets. Dat lukt i.v.m. mijn slechte gezondheidstoestand niet altijd. Bovendien leven wij in een vrij land en mag ik gaan en staan waar ik wil.

De plaats waar ik verbleef is juist op het kaartje weergegeven. Het gebied groeit steeds meer dicht, in feite is mijn plekje nog een van de weinige open plekjes aan het water.

Het pad liep hier vroeger dood. Nu is er een opening in een houtwal gemaakt en is het mogelijk om verder te lopen rondom de inham. Van een echt pad is nauwelijks sprake. Het is meer een uitgelopen spoor in voormalig grasland.

Er komen op een middagje slechts een handjevol mensen langs. Dat kan toch moeilijk een probleem vormen.

Men ziet mij daar slechts op de rug als ik wat lager aan het water zit.

Er waren geen problemen i.v.m. ev. onvertogen woorden gebruikt door de heren opzichters. Dat zat wel goed.

Wat ik wil zeggen is dat het toch te gek is als je al jaren ergens zit, (meer dan 10 jaar) vrijwel nooit last met anderen hebt en dan plotseling als er toezicht komt, met ongetwijfeld de bedoeling om alles goed te laten verlopen ter plaatse, je dan voortdurend lastig gevallen wordt. En dan nog wel door de toezichthouders zelf, die ondanks je zo duidelijk mogelijk en herhaalde uitleg van art 430A en de hierop gebaseerde praktijk, je toch steeds maar weer een bekeuring in het vooruitzicht stellen, alsof je een onverbeterlijke crimineel zou zijn. Zo voelt althans zo'n behandeling wel aan."

G. nadere informatie verzoeker

Op verzoek van de Nationale ombudsman heeft verzoeker een groot aantal foto's opgestuurd van het recreatiegebied Zeumeren en de plek waar hij zich op 6 augustus 1999 bevond (zie bijlage 4; N.o.). Bovendien heeft verzoeker een tekening van een gedeelte van het recreatiegebied gemaakt en opgestuurd (zie bijlage 3; N.o.).

Achtergrond

1. Wetboek van Strafrecht

Artikel 430a:

"Hij die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie."

2. Tekst & Commentaar op het Wetboek van Strafrecht, onder redactie van C.P.M. Cleiren en J.F. Nijboer, derde druk, pagina 1208.

"4. Beschermd belang/strekking. (…) De strafbaarstelling strekt tot bescherming van de openbare orde, vanwege de onrust en aanstoot die zou kunnen ontstaan door naaktrecreatie.

5. Commissiedelict/abstracte gevaarzetting. De in deze bepaling strafbaar gestelde overtredingen zijn omschreven als commissiedelicten. Er behoeft niet vast te staan dat onrust is ontstaan of dat iemand aanstoot heeft genomen. Zogezien behoren de strafbaarstellingen in dit artikel tot de abstracte gevaarzettingsdelicten (…), waarbij het in dit kader kennelijk gaat om het gevaar voor krenking van gevoelens.

(…)

7. Overige delictsbestanddelen. a) Openbare recreatie/voor het openbaar verkeer bestemde plaats. Naaktrecreatie is straffeloos op een daartoe door de gemeenteraad als geschikt voor openbare recreatie aangewezen plaats. Daarbuiten is naaktrecreatie slechts strafbaar indien de naaktrecreant zich bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats. De term openbaar doelt in dit kader op de plaats die, zoals art. 239 onder 1 het uitdrukt, voor het openbaar verkeer bestemd zijn. Hierbij kan vooral worden gedacht aan stranden. (…) b) Geschikt. Of een plaats voor ongeklede openbare recreatie geschikt is, wordt bepaald door plaatselijke omstandigheden en door de in de maatschappij hieromtrent levende opvattingen. Bij de beantwoording van de vraag of een plaats geschikt is of niet, dienen alle omstandigheden in aanmerking te worden genomen. De geschiktheid van de plaats kan zelfs afhankelijk zijn van het tijdstip van de dag, want het is bepaald niet de bedoeling dat overal ongeklede recreatie mogelijk is of mogelijk gemaakt moet worden. (…)"

Bijlage 1

Plattegrond van het recreatiegebied Zeumeren, verstrekt door de RGV.

Bijlage 2

Luchtfoto van recreatiegebied Zeumeren, verstrekt door verzoeker.

bijlage 3

Tekening van het gebied waar verzoeker zich bevond, verstrekt door verzoeker.

bijlage 4

Foto van de plaats waar verzoeker zich bevond, verstrekt door verzoeker

Verzoeker klaagt erover dat opzichters in dienst van de RGV Holding B.V., handelend als buitengewoon opsporingsambtenaren, op 6 augustus 1999 hebben gedreigd met het uitschrijven van een bekeuring omdat hij naakt recreëerde bij de recreatieplas te Zeumeren.

Beoordeling

1. Op 6 augustus 1999 bevond verzoeker zich bij de recreatieplas Zeumeren, gelegen in de gemeente Barneveld, alwaar hij naakt recreëerde. Twee opsporingsambtenaren van de RGV spraken verzoeker aan en wezen hem erop dat het in het recreatiegebied niet was toegestaan naakt te recreëren. Zij verzochten verzoeker ten minste een zwembroek aan te trekken en deelden hem mee dat hij een proces-verbaal zou krijgen wanneer zij hem een volgende keer naakt in het recreatiegebied aan zouden treffen.

2. Verzoeker klaagt erover dat opzichters in dienst van de RGV op 6 augustus 1999 hebben gedreigd met het uitschrijven van een bekeuring omdat hij naakt recreëerde bij de recreatieplas te Zeumeren. Verzoeker is van mening dat het hem, gelet op artikel 430a Wetboek van Strafrecht, wel is toegestaan om naakt bij de recreatieplas te recreëren. Hij stelt dat de opzichters (opsporingsambtenaren van de RGV; N.o.) de naaktrecreatie verbieden en daardoor in strijd met de wet hun werkzaamheden uitvoeren.

3. De Minister van Justitie stelt dat de gemeente Barneveld geen gedeelte van Zeumeren heeft aangewezen dat geschikt is voor naaktrecreatie. Dit betekent dat een ieder die zich ongekleed op of aan een voor het verkeer bestemde plaats binnen het recreatiegebied bevindt die niet geschikt is voor ongeklede recreatie, in overtreding is, aldus de Minister. De Minister is van oordeel dat door het (openbare) karakter en de inrichting van Zeumeren dit gebied niet geschikt is voor ongeklede recreatie. Het gebied is te klein om een gedeelte af te schermen voor ongeklede recreatie zonder dat overige gebruikers van het gebied daar aanstoot aan kunnen nemen. De Minister van Justitie concludeert dat de opsporingsambtenaren juist en correct hebben gehandeld door verzoeker er in duidelijke bewoording op te wijzen dat ongeklede recreatie niet is toegestaan en acht de klacht ongegrond.

4. De hoofdofficier van justitie te Zutphen is van mening dat de opsporingsambtenaren niet onjuist hebben opgetreden. Of er sprake is van een strafbare overtreding wordt bepaald door het antwoord op de vraag of de plaats waar verzoeker zich bevond al dan niet voor ongeklede recreatie geschikt is. Hierbij spelen plaatselijke omstandigheden en in de maatschappij levende opvattingen hieromtrent een rol, aldus de hoofdofficier. De hoofdofficier stelt dat de opsporingsambtenaren redelijkerwijs konden vermoeden dat verzoeker zich schuldig maakte aan overtreding van artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht.

5. De RGV is van oordeel dat naaktrecreatie in het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan en dat de twee opsporingsambtenaren bevoegd waren om verzoeker hier op aan te spreken. De RGV stelt in zijn algemeenheid niet afwijzend tegenover naaktrecreatie te staan, hetgeen blijkt uit de voorzieningen die zij hiervoor in andere recreatiegebieden hebben getroffen, aldus de RGV. Voorwaarden voor het treffen van dergelijke voorzieningen zijn volgens de RGV het karakter en de ligging van het recreatiegebied en de acceptatie van naaktrecreatie in de regio. Om deze redenen heeft de RGV nog geen voorzieningen in het recreatiegebied Zeumeren getroffen.

De RGV is van mening dat de twee opsporingsambtenaren, gezien de omstandigheden, juist hebben gehandeld. Zij hebben verzoeker beleefd meegedeeld dat zij bij een volgende keer proces-verbaal zouden opmaken, waarbij geen harde of vervelende woorden zijn gebruikt, aldus de RGV.

6. Naaktrecreatie is toegestaan op een plaats die krachtens een besluit van de gemeenteraad is aangewezen als een plaats die geschikt is voor naaktrecreatie dan wel op een andere voor naaktrecreatie geschikte plaats (zie Achtergrond, onder 1.).

De strafbaarstelling van naaktrecreatie strekt tot bescherming van de openbare orde, vanwege de onrust en aanstoot die zouden kunnen ontstaan. Hiervoor is niet vereist dat de onrust daadwerkelijk is ontstaan of dat iemand aanstoot heeft genomen aan de naaktrecreatie. Naaktrecreatie is pas strafbaar indien de naaktrecreant zich bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats, die voor ongeklede recreatie niet geschikt is.

Of een plaats voor openbare naaktrecreatie geschikt is, wordt bepaald door plaatselijke omstandigheden en door de opvattingen die hieromtrent in de maatschappij leven. Bij beantwoording van de vraag of een plaats al dan niet geschikt is voor naaktrecreatie, dienen alle omstandigheden in aanmerking te worden genomen. De geschiktheid van de plaats kan zelfs afhankelijk zijn van het tijdstip van de dag, daar het niet de bedoeling is dat naaktrecreatie overal mogelijk is of mogelijk gemaakt moet worden (zie Achtergrond, onder 2.).

7. Het enkele feitdat de gemeenteraad van Barneveld geen gedeelte van de recreatieplas Zeumeren heeft aangewezen als geschikt voor ongeklede openbare recreatie, maakt de openbare naaktrecreatie door verzoeker nog niet tot een strafbaar feit. Daartoe dienden de opsporingsambtenaren van de RVG de vraag te beantwoorden of de plek waar verzoeker zich bevond een voor het openbare verkeer bestemde plaats is die voor ongeklede recreatie niet geschikt is.

8. De recreatieplas Zeumeren wordt door drie stranden en vele ligweiden omringd. Slechts een klein deel aan de noordzijde van de waterplas wordt begrensd door bomen en struiken, alwaar verzoeker zich op 6 augustus 1999 bevond (zie bijlagen). Gelet op de verklaring van partijen en de foto's die verzoeker heeft opgestuurd staat het vast dat de twee opsporingsambtenaren van de RGV verzoeker op een kleine open plek aan het water hebben aangetroffen. Het staat eveneens vast dat de plaats waar verzoeker zich bevond te bereiken is via een onverhard openbaar fiets- en wandelpad, dat de westelijk en noordelijk gelegen stranden met elkaar verbindt. Bovendien heeft verzoeker niet weersproken dat hij vanaf dit fiets- en wandelpad waarneembaar was. Nietsvermoedende voorbijgangers konden dan ook worden geconfronteerd met verzoeker die dichtbij het pad naakt recreëerde. Verzoekers naaktrecreatie zou bij de voorbijgangers onrust kunnen veroorzaken dan wel aanstoot kunnen geven. Dit betekent dat de plek alwaar verzoeker zich bevond niet geschikt is voor naaktrecreatie

Gelet hierop hebben de twee opsporingsambtenaren van de RGV verzoeker er in alle redelijkheid op kunnen wijzen dat naaktrecreatie ter plaatse niet is toegestaan en verzoeker gewaarschuwd dat zij bij een volgende overtreding een proces-verbaal zouden opmaken. Het komt voor rekening van verzoeker dat hij dit als dreigen heeft ervaren.

De onderzochte gedraging is behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van RGV Holding B.V., die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie, is niet gegrond.

Onderzoek

Op 12 april 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Amersfoort, dat gedateerd was op 3 april 2000, met een klacht over een gedraging van de Recreatiegemeenschap Veluwe Holding B.V. (RGV).

Verzoeker had zich bij brief van 7 december 1999 al eerder tot de Nationale ombudsman gewend. Zijn verzoek voldeed toen echter niet aan het kenbaarheidsvereiste als neergelegd in artikel 12, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman, zodat het verzoek niet in onderzoek werd genomen.

Naar aanleiding van verzoekers brief van 3 april 2000 werd naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie, een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd de Minister van Justitie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

In verband met zijn verantwoordelijkheid voor het justitieel optreden werd ook de hoofdofficier van justitie te Zutphen over de klacht geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, voor zover daarvoor naar zijn oordeel reden was.

Tevens werd twee betrokken ambtenaren verzocht om ten behoeve van het onderzoek inlichtingen te verschaffen, waarbij hen specifieke vragen werden gesteld. Hun werkgever, de RGV, reageerde namens hen.

Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Voorts heeft verzoeker op verzoek van de Nationale ombudsman foto's opgestuurd van de recreatieplas Zeumeren en de plek waar hij zich op 6 augustus 1999 bevond.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Verzoeker en de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie berichtten dat het verslag hun geen aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen. De Minister van Justitie gaf binnen de gestelde termijn geen reactie.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:

A. feiten

1. Verzoeker bezoekt 's zomers diverse recreatieplassen in zijn woonomgeving, alwaar hij naakt recreëert. Op 6 augustus 1999 bevond verzoeker zich naakt bij de recreatieplas Zeumeren in de gemeente Barneveld en werd hij door twee buitengewoon opsporings-ambtenaren van de RGV aangesproken, die hem erop wezen dat het in het recreatiegebied niet is toegestaan naakt te recreëren. Vervolgens verzochten zij verzoeker zich aan te kleden en deelden zij hem mee dat wanneer zij hem een volgende keer naakt in het recreatiegebied zouden aantreffen, hij een proces-verbaal zou krijgen.

2. Op 11 december 1999 schreef verzoeker onder meer het volgende aan de RGV:

"Graag wil ik het volgende probleem onder uw aandacht brengen. Het gaat om de wijze waarop enkele opzichters van uw recreatiegemeenschap hun werkzaamheden uit-voeren bij de recreatieplas Zeumeren nabij Barneveld/Voorthuizen. Reeds gedurende enkele jaren handelen deze opzichters in strijd met de wet (art. 430A Wetb.v. Strafrecht) door beoefenaars van naaktrecreatie te verbieden op deze wijze te recreëren. Het is mijn ervaring dat ze naaktrecreanten dreigen met het geven van een bekeuring of met het inschakelen van de politie. (…)

Ik zou graag zien dat u een en ander corrigeert zodat in de toekomst ook het naaktrecreëren tot de reguliere mogelijkheden gaat behoren."

3. De RGV berichtte verzoeker bij brief van 8 maart 2000 onder meer het volgende:

"Artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat degene die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is.

Het recreatiegebied Zeumeren is gelegen binnen de gemeente Barneveld. De raad van deze gemeente heeft geen gedeelte van Zeumeren aangewezen als plaats die geschikt is voor ongeklede openbare recreatie. Dit betekent dat ieder die zich ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats binnen het recreatiegebied, die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is. Onder 'voor het openbaar verkeer bestemde plaats' moet worden verstaan elke plaats die men in het normale verkeer betreedt. Dit zijn onder meer openbare terreinen zoals stranden. Het gaat daarbij om plaatsen waar een ieder komt en gaat. De stranden, grasgedeelten en wandelpaden binnen het recreatiegebied Zeumeren zijn dergelijke plaatsen.

In zijn algemeenheid streven wij ernaar recreatiemogelijkheden te bieden voor zoveel mogelijk groepen recreanten. Zo zijn er in de recreatiegebieden Bussloo (…) en Rhederlaag (…) gebieden voor naaktrecreatie aangewezen en als zodanig ingericht.

Door het (openbare) karakter en de inrichting van Zeumeren is dit gebied echter niet geschikt voor ongeklede recreatie. Het gebied is te klein om een gedeelte af te schermen voor ongeklede recreatie zonder dat overige gebruikers van het gebied daar aanstoot aan kunnen nemen.

Dit alles overziende is het naar onze mening terecht dat medewerkers van het recreatiegebied u erop hebben gewezen dat ongeklede recreatie ter plaatse niet is toegestaan. (…) Wij kunnen derhalve niet voldoen aan uw verzoek om binnen Zeumeren reguliere mogelijkheden voor naaktrecreatie te creëren."

B. Standpunt verzoeker

1. Het standpunt van verzoeker staat samengevat weergegeven onder Klacht.

2. Naar aanleiding van het verzoekschrift verzocht de Nationale ombudsman verzoeker op 24 juli 2000 antwoord te geven op de volgende vragen:

Waar recreëerde u precies op 6 augustus 1999? In dit verband verzoek ik u mij een zo gedetailleerd mogelijke plattegrond toe te sturen met een markering.

Waaruit bestond deze recreatie?

3. Verzoeker berichtte de Nationale ombudsman op 26 juli 2000 onder meer als volgt:

"Om de vraag (te beantwoorden; N.o.) waar ik precies recreëerde op 6 aug. 1999 zend ik u een vergrote kopie van een luchtfoto (zie bijlage 2; N.o.), een kopie uit een folder van de Recr. gemeenschap Veluwe (…) en een kaart van de omgeving van Zeumeren. (…)

Mijn recreatie bestond uit op de oever in de zon liggen en zitten, af en toe een stukje zwemmen, blikje limonade drinken, appeltje eten e.d. Het normale strandgebeuren dus. Maar met het verschil dat mijn rustige, naakte verschijning de dieren geen schrik of vrees aanjaagt. Dieren komen altijd naar mij toe als ze in de buurt zijn (…).

Vissen aan mijn voeten, een kikker op mijn knie en een libelle op mijn schouder, zijn op Zeumeren geen fantasie, maar gewoon een deel van de naturistische praktijk die daarom juist zo aardig is."

C. Standpunt Minister van Justitie

1. Bij brief van 25 oktober 2000 deelde de Minister van Justitie met verwijzing naar een brief van de RGV mee dat hij verzoekers klacht ongegrond achtte. Voorts berichtte de Minister onder meer:

"Verzoeker (…) is (…) van oordeel dat de betrokken opsporingsambtenaren hem 'gedreigd' zouden hebben met een bekeuring. Ik ben van oordeel dat het aanzeggen van een bekeuring voor het geval de heer D. (wederom) artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht zou overtreden, geenszins betiteld kan worden als het 'dreigen' met een bekeuring. Ik ben van oordeel dat de opsporingsambtenaren in deze juist en proportioneel zijn opgetreden."

2. Bij zijn reactie voegde de Minister van Justitie een brief van 21 september 2000 van de RGV waarin onder meer staat vermeld:

"Artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat degene die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is.

Het recreatiegebied Zeumeren is gelegen binnen de gemeente Barneveld. De raad van deze gemeente heeft geen gedeelte van Zeumeren aangewezen als plaats die geschikt is voor ongeklede openbare recreatie. Dit betekent dat ieder die zich ongekleed bevindt op of aan een voor het verkeer bestemde plaats binnen het recreatiegebied, die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, in overtreding is.

Onder 'voor het openbaar verkeer bestemde plaats' moet worden verstaan elke plaats die men in het normale verkeer betreedt. Dit zijn onder meer openbare terreinen zoals stranden. Het gaat daarbij om plaatsen waar een ieder komt en gaat. De stranden, grasgedeelten en wandelpaden binnen het recreatiegebied Zeumeren zijn dergelijke plaatsen.

In zijn algemeenheid streeft RGV ernaar recreatiemogelijkheden te bieden voor zoveel mogelijk groepen recreanten. Zo zijn er in de recreatiegebieden Bussloo (…) en Rhederlaag (…) gebieden voor naaktrecreatie aangewezen en als zodanig ingericht.

Door het (openbare) karakter en de inrichting van Zeumeren is dit gebied echter niet geschikt voor ongeklede recreatie. Het gebied is te klein om een gedeelte af te schermen voor ongeklede recreatie zonder dat overige gebruikers van het gebied daar aanstoot aan kunnen nemen.

Op 6 augustus 1999 is de heer D. er door de heren B. en Sc., medewerkers van de RGV, op gewezen dat naakt recreëren in het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan. (…)

De heer B. geeft het volgende verslag van hetgeen op die dag is voorgevallen.

'…Ik ben samen met de heer Sc. het gebied ingegaan en trof daar de heer D. volledig ontbloot aan. Hij bevond zich op een gedeelte van het recreatiegebied nabij de kruising van de Blotekamperweg en de Garderbroekerweg, op ongeveer 150 m van een strandgedeelte. Langs de plek waar de heer D. zich ophield bevindt zich een wandelgebied waarvan veel recreanten gebruik maken. Ik heb de heer D. erop gewezen dat naakt recreëren ter plekke niet is toegestaan. Ik heb daarbij geen vervelende of harde woorden gebruikt, maar mij wel duidelijk uitgedrukt. Ik heb de heer D. verzocht zich aan te kleden en hem gezegd dat ik de volgende keer dat ik hem in ontklede toestand zou aantreffen zou overgaan tot het opmaken van proces-verbaal. Dat is altijd mijn handelwijze: ik waarschuw één keer en geef daarbij aan dat ik een volgende keer proces-verbaal opmaak (…).'

Over de gang van zaken op 6 augustus 1999 geeft de heer Sc. het volgende weer.

'De heer D. komt al enkele jaren achter elkaar op Zeumeren. Ik heb hem daar elk jaar wel een keer gezien. Ik heb hem gezegd dat het in het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan naakt te recreëren en hem verzocht ten minste een zwembroek aan te trekken. (…)

Bij een van mijn ontmoetingen met de heer D. zal ik vermoedelijk gezegd hebben dat - mocht ik de heer D. nog een keer ongekleed aantreffen - hij van mij een proces verbaal zou krijgen. Ik heb daarbij geen dreigende toon gebruikt.'

Dit alles overziende hebben onze medewerkers naar onze mening juist en correct gehandeld door de heer D. er in duidelijke bewoordingen op te wijzen dat ongeklede recreatie ter plaatse niet is toegestaan. De medewerkers hebben de bevoegdheid om proces verbaal op te maken. De uiteindelijke beslissing wordt aan de rechter overgelaten."

D. standpunt hoofdofficier van justitie

De hoofdofficier van justitie te Zutphen deelde de Nationale ombudsman bij brief van 26 september 2000 het volgende mee:

"…De recreatieplas Zeumeren is gelegen op het grondgebied van de gemeente Barneveld. De gemeenteraad van Barneveld heeft geen enkele plaats in deze gemeente aangewezen als geschikt voor ongeklede openbare recreatie.

Of er toch sprake is van een strafbare overtreding van artikel 430a WvSr wordt dan bepaald door het antwoord op de vraag of de plaats waar de heer D. zich ongekleed bevond al dan niet voor ongeklede openbare recreatie geschikt is. De plaatselijke omstandigheden en door de in de maatschappij hieromtrent levende opvattingen spelen daarbij een rol.

De klacht van de heer D. richt zich met name tegen het optreden van de buitengewoon opsporingsambtenaren. Zij zouden de heer D. 'gedreigd' hebben proces-verbaal op te maken indien hij naakt zou blijven recreëren op of aan de oevers van de recreatieplas. De heer D. is van mening dat hij artikel 340a WvSr niet heeft overtreden.

Ik ben van mening dat de opsporingsambtenaren niet onjuist hebben opgetreden. Zij konden redelijkerwijs vermoeden dat de heer D. zich schuldig maakte aan overtreding van artikel 430a WvSr…"

e. standpunt Rgv holding b.v.

1. De Nationale ombudsman verzocht de bij het optreden betrokken ambtenaren bij brief van 13 november 2000 inlichtingen te verschaffen. Hierbij stelde de Nationale ombudsman de volgende vragen:

- Waar recreëerde verzoeker precies op 6 augustus 1999? In dit verband verzoek ik u te reageren op de markering die verzoeker heeft aangebracht op de bijgesloten plattegrond.

- Waaruit bestond verzoekers recreatie?

2. RGV berichtte de Nationale ombudsman namens de betrokken ambtenaren bij brief van 7 december 2000 onder meer het volgende:

"Als werkgever van de heren Sc. en B. willen wij hier reageren op de aan hun gerichte brieven met betrekking tot de klacht van de heer D.

(…) In het kort komt ons standpunt hierop neer dat wij van mening zijn dat naaktrecreatie op het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan en dat onze medewerkers bevoegd waren de heer D. hier op aan te spreken.

RGV staat in zijn algemeenheid niet afwijzend tegenover naaktrecreatie, hetgeen mag blijken uit de voorzieningen die wij speciaal voor deze vorm van recreatie getroffen hebben op de recreatiegebieden Bussloo (…) en Rhederlaag (…). Voorwaarde voor het treffen van voorzieningen is echter het karakter en de ligging van het betreffende recreatiegebied en de acceptatie van naaktrecreatie in de regio. Om deze redenen hebben wij ervoor gekozen nog geen voorzieningen te treffen op het recreatiegebied Zeumeren. Ook de gemeente Barneveld heeft Zeumeren niet aangewezen als een gebied dat geschikt is voor naaktrecreatie.

Wat betreft de omstandigheden waaronder verzoeker naakt recreëerde volgt hier een beantwoording van de door u gestelde vragen.

Verzoeker recreëerde aan de noordzijde van het recreatiegebied (…). Aan de noordzijde ligt een inham die omgeven is door waterwilgen. Tussen deze wilgen zijn open plekken ontstaan waar recreanten kunnen zwemmen of vissen. Om de inham is een onverhard fiets- en wandelpad gesitueerd. Verzoeker zat aan de waterkant waar riet groeit, maar was duidelijk waarneembaar vanaf het onverharde fiets- en wandelpad (zie bijlage 1; N.o.).

Op 9 augustus 1999 rond 16.30 uur werd de heer Sc. door een viscontroleur op de hoogte gebracht van het feit dat er iemand naakt recreëerde. De heer Sc. is vervolgens, samen met de heer B., naar de aangewezen plek gegaan. Onze medewerkers hebben zich voorgesteld als medewerkers van de RGV en verzoeker medegedeeld dat naakt recreëren op het recreatiegebied Zeumeren niet is toegestaan. Tevens hebben zij hem beleefd verzocht zich te kleden met een zwembroek of iets dergelijks. Verzoeker reageerde (evenals vorige keren) dat hij ingevolge artikel 430a Wetboek van Strafrecht het recht had om op die plek naakt te recreëren. Verzoeker weigerde in eerste instantie aan het verzoek zich te kleden te voldoen, maar heeft hier na enig heen en weer gepraat toch gevolg aan gegeven.

(…)

Naar onze mening hebben onze medewerkers gezien de omstandigheden juist gehandeld. Beiden hebben te kennen gegeven dat zij verzoeker meegedeeld hebben dat zij bij een volgende keer proces-verbaal zouden opmaken, maar dat zij dit hem beleefd medegedeeld hebben en geen harde of vervelende bewoordingen gebruikt hebben.

Van belang hierbij te vermelden is dat verzoeker al een aantal jaren op Zeumeren komt en reeds eerder is aangesproken op het naakt recreëren. Hij was dus op de hoogte van het feit dat deze vorm van recreatie op Zeumeren niet is toegestaan."

f. Reactie verzoeker

In reactie op de standpunten van de Minister van Justitie, de hoofdofficier van justitie en de RGV stelde verzoeker in zijn brief van 31 januari 2001 onder meer het volgende:

"De beschrijving van de situatie zoals die zich op Zeumeren voordeed, volgens de heren Sc. en B. van de RGV is juist.

Wel heb ik over een en ander wel een paar opmerkingen, waarvan ik hoop dat het nu eindelijk eens duidelijk is. Een algemeen verbod op naaktrecreatie is niet mogelijk volgens art 430A. Dus ook niet op Zeumeren. Dus is het ook niet mogelijk om iemand terecht te bekeuren wegens overtreding van dit verbod.

Verder lijkt het wel of Justitie zich vooral druk maakt over het woord dreigen, dat ik gebruikt heb. (…)

Nog iets om misverstanden te voorkomen resp. weg te werken.

Ik vraag niet om voorzieningen op Zeumeren voor naaktrecreatie. Als naturist heb ik (wij) slechts natuur nodig, met zwemwater. Dat is er op Zeumeren. Ik zou niet weten wat ik verder toch nodig zou hebben. Wel zou ik graag eens met rust gelaten worden en gevrijwaard worden van dat gedreig met een bekeuring.

De gebieden Bussloo en Rhederlaag zijn mij ook goed bekend. (…) De afstand daarheen is 100-120 km (uit en thuis) en ik doe alles per fiets. Dat lukt i.v.m. mijn slechte gezondheidstoestand niet altijd. Bovendien leven wij in een vrij land en mag ik gaan en staan waar ik wil.

De plaats waar ik verbleef is juist op het kaartje weergegeven. Het gebied groeit steeds meer dicht, in feite is mijn plekje nog een van de weinige open plekjes aan het water.

Het pad liep hier vroeger dood. Nu is er een opening in een houtwal gemaakt en is het mogelijk om verder te lopen rondom de inham. Van een echt pad is nauwelijks sprake. Het is meer een uitgelopen spoor in voormalig grasland.

Er komen op een middagje slechts een handjevol mensen langs. Dat kan toch moeilijk een probleem vormen.

Men ziet mij daar slechts op de rug als ik wat lager aan het water zit.

Er waren geen problemen i.v.m. ev. onvertogen woorden gebruikt door de heren opzichters. Dat zat wel goed.

Wat ik wil zeggen is dat het toch te gek is als je al jaren ergens zit, (meer dan 10 jaar) vrijwel nooit last met anderen hebt en dan plotseling als er toezicht komt, met ongetwijfeld de bedoeling om alles goed te laten verlopen ter plaatse, je dan voortdurend lastig gevallen wordt. En dan nog wel door de toezichthouders zelf, die ondanks je zo duidelijk mogelijk en herhaalde uitleg van art 430A en de hierop gebaseerde praktijk, je toch steeds maar weer een bekeuring in het vooruitzicht stellen, alsof je een onverbeterlijke crimineel zou zijn. Zo voelt althans zo'n behandeling wel aan."

G. nadere informatie verzoeker

Op verzoek van de Nationale ombudsman heeft verzoeker een groot aantal foto's opgestuurd van het recreatiegebied Zeumeren en de plek waar hij zich op 6 augustus 1999 bevond (zie bijlage 4; N.o.). Bovendien heeft verzoeker een tekening van een gedeelte van het recreatiegebied gemaakt en opgestuurd (zie bijlage 3; N.o.).

Achtergrond

1. Wetboek van Strafrecht

Artikel 430a:

"Hij die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie."

2. Tekst & Commentaar op het Wetboek van Strafrecht, onder redactie van C.P.M. Cleiren en J.F. Nijboer, derde druk, pagina 1208.

"4. Beschermd belang/strekking. (…) De strafbaarstelling strekt tot bescherming van de openbare orde, vanwege de onrust en aanstoot die zou kunnen ontstaan door naaktrecreatie.

5. Commissiedelict/abstracte gevaarzetting. De in deze bepaling strafbaar gestelde overtredingen zijn omschreven als commissiedelicten. Er behoeft niet vast te staan dat onrust is ontstaan of dat iemand aanstoot heeft genomen. Zogezien behoren de strafbaarstellingen in dit artikel tot de abstracte gevaarzettingsdelicten (…), waarbij het in dit kader kennelijk gaat om het gevaar voor krenking van gevoelens.

(…)

7. Overige delictsbestanddelen. a) Openbare recreatie/voor het openbaar verkeer bestemde plaats. Naaktrecreatie is straffeloos op een daartoe door de gemeenteraad als geschikt voor openbare recreatie aangewezen plaats. Daarbuiten is naaktrecreatie slechts strafbaar indien de naaktrecreant zich bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats. De term openbaar doelt in dit kader op de plaats die, zoals art. 239 onder 1 het uitdrukt, voor het openbaar verkeer bestemd zijn. Hierbij kan vooral worden gedacht aan stranden. (…) b) Geschikt. Of een plaats voor ongeklede openbare recreatie geschikt is, wordt bepaald door plaatselijke omstandigheden en door de in de maatschappij hieromtrent levende opvattingen. Bij de beantwoording van de vraag of een plaats geschikt is of niet, dienen alle omstandigheden in aanmerking te worden genomen. De geschiktheid van de plaats kan zelfs afhankelijk zijn van het tijdstip van de dag, want het is bepaald niet de bedoeling dat overal ongeklede recreatie mogelijk is of mogelijk gemaakt moet worden. (…)"

Bijlage 1

Plattegrond van het recreatiegebied Zeumeren, verstrekt door de RGV.

Bijlage 2

Luchtfoto van recreatiegebied Zeumeren, verstrekt door verzoeker.

bijlage 3

Tekening van het gebied waar verzoeker zich bevond, verstrekt door verzoeker.

bijlage 4

Foto van de plaats waar verzoeker zich bevond, verstrekt door verzoeker

Publicatiedatum
Rapportnummer
2001/256