Een man kreeg een waarschuwingsbrief van de Belastingdienst. Dat was na een telefoongesprek dat niet goed verliep. De man vindt dit onterecht. Hij heeft niet, zoals de Belastingdienst schrijft: geschreeuwd, beledigd of gediscrimineerd. Ook heeft hij niet gezegd: "Je bent maar een buitenlander, je kent de Nederlandse wetten niet" of "Jullie komen uit de Oekraïne". Hij klaagt hierover. De Belastingdienst vindt de klacht ongegrond. De man vraagt de ombudsman om zich uit te spreken.
Belastingdienst had eerst moeten praten
Dat vindt de Belastingdienst zelf ook. Immers, dat volgt uit het agressiebeleid van de Belastingdienst en het kader dat de ombudsman kent voor het opleggen van een agressiemaatregel (rapport 2017/091). Er was hier geen reden om de stap van een orde- of herstelgesprek over te slaan. Ook stond in de brief niet waarom de Belastingdienst deze stap heeft overgeslagen. De Belastingdienst vindt dat excuses op zijn plaats zijn en biedt aan om het gesprek alsnog te voeren.
Zoals de Belastingdienst zelf vindt, was het direct sturen van de schriftelijke waarschuwing onterecht. Alleen daarom al past het niet om de klacht over de waarschuwing ongegrond te verklaren. Het past ook niet bij het aanbod van de Belastingdienst om het orde- en herstelgesprek alsnog te voeren. Ook past het niet bij de functie van dit gesprek (zoals waarheidsvinding, ordeherstel, matiging en/of uitleg maatregel) en de kans die het daarmee biedt.
De Belastingdienst had hier eerst een orde- of herstelgesprek moeten voeren en had geen 'ongegrond' oordeel over de klacht mogen geven. De ombudsman doet de Belastingdienst de aanbeveling om alsnog dat gesprek met de man te voeren en om de schriftelijke waarschuwing terug te nemen in afwachting van wat het gesprek oplevert.