Een toegankelijke stoep voor een rolstoelgebruiker

Rapport

Een man dient bij de gemeente een klacht in. Hij heeft een beperking en maakt gebruik van een rolstoel. Hij heeft er last van dat auto's in zijn directe woonomgeving geregeld op de stoep parkeren. Hierdoor kan hij met zijn rolstoep niet altijd gebruik maken van de stoep. Hij vindt dat de gemeente de afspraken die hij met haar medewerkers maakte over de toegankelijkheid van de stoep onvoldoende nakwam. Daardoor voelt de man zich gediscrimineerd en vindt hij dat de gemeente het VN-verdrag Handicap onvoldoende naleeft. Daarnaast klaagt hij over de behandelingsduur van zijn klacht. De gemeente behandelt zijn klachten en vindt deze gedeeltelijk gegrond. 

Omdat de man zich niet in de reactie van de gemeente kan vinden, wendt zich hierna tot de Nationale ombudsman. De ombudsman start een onderzoek. Het onderzoek gaat over de klacht dat de gemeente onvoldoende maatregelen nam om de openbare weg in de buurt van de man voor hem op voet van gelijkheid met anderen toegankelijk te maken. Verder klaagt de man erover dat de gemeente meer dan acht maanden deed over de behandeling van zijn klacht. Tot slot klaagt de man erover dat de gemeente haar afspraken over wat zij zou gaan doen om de toegankelijkheid van de stoepen te bevorderen, niet of niet voldoende tijdig nakwam.

De ombudsman start een onderzoek en stelt de gemeente een aantal schriftelijke vragen. Medewerkers van de ombudsman gaan hiernaast met medewerkers van de gemeente in gesprek over de klachten van de man en over hoe de gemeente in zijn algemeenheid omgaat met het bevorderen van toegankelijkheid voor inwoners met een (fysieke) beperking. De ombudsman toetst de klachten van de man vervolgens aan de behoorlijkheidsvereisten van mensenrechten respecteren en voortvarendheid. 

De Nationale ombudsman vindt dat de gemeente voldoende maatregelen nam om de toegankelijkheid te bevorderen en het verdrag voldoende naleefde. Daarom vindt hij deze klacht ongegrond. Het handelen van de gemeente was niet in strijd met het vereiste van mensenrechten respecteren.

De ombudsman vindt de klacht van de man dat de gemeente meer dan acht maanden deed over de behandeling van zijn klacht gegrond. Het handelen van de gemeente was in strijd met het vereiste van voortvarendheid. De ombudsman geeft geen oordeel over de klacht dat de gemeente haar afspraken over wat zij zou gaan doen om de toegankelijkheid van de stoepen te bevorderen, niet of niet voldoende tijdig nakwam.