2010/060

Rapport

Op 16 april 2009 vond er in de woning van verzoeker een doorzoeking plaats vanwege de verdenking dat verzoeker wapens zou bezitten. Tijdens de doorzoeking troffen de politieambtenaren N. en M. een afgesloten geldkistje onder het bed van verzoeker aan. Het geldkistje werd opengemaakt waarop de beide politieambtenaren zagen dat er in het kistje een boterhamzakje zat met daarin geld. Omdat de politieambtenaren geen wapen aantroffen deden zij het geldkistje weer dicht en werd het kistje onder het bed teruggeplaatst. Het geldkistje werd echter niet door middel van een slot vergrendeld. Verzoeker stelt dat, toen hij 's avonds de inhoud van het geldkistje controleerde, hij ontdekte dat er een hoeveelheid bankbiljetten waren verdwenen. Volgens verzoeker miste hij € 1020.

Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen. Allereerst oordeelde de Nationale ombudsman dat de politieambtenaren niet de nodige zorg hadden betracht ten aanzien van het geldkistje dat redelijkerwijs mag worden verwacht. Door het geldkistje weer terug te plaatsen onder het bed van verzoeker is er ruimte voor discussie ontstaan over het bedrag dat in het geldkistje aanwezig was.

De Nationale ombudsman oordeelde voorts dat de korpsbeheerder in strijd handelde met het redelijkheidsvereiste door geen schade te vergoeden. De Nationale ombudsman verwees hierbij naar de spelregels die hij ontwikkelde in het rapport behoorlijk omgaan met schadeclaims. Hierin is onder meer bepaald dat de overheid een coulante benadering hanteert indien vast staat dat zij fouten heeft gemaakt, maar de burger problemen heeft om de omvang van de daardoor veroorzaakte schade met hard bewijs te staven.

Door de onzorgvuldige handelwijze van de politieambtenaren valt niet meer vast te stellen hoeveel geld er in het geldkistje heeft gezeten. Verzoeker kan daardoor niet bewijzen dat er geld is weggenomen uit het kistje en hoeveel. Anderzijds kan de politie daardoor niet bewijzen dat dit niet het geval is. Nu deze situatie is ontstaan door de handelwijze van de politie en verzoeker niets te verwijten valt ligt het in de rede dat de politie daarvoor de verantwoordelijkheid neemt.

Het redelijkheidsvereiste, niet behoorlijk

Aanbeveling:

De Nationale ombudsman geeft de beheerder van het regionale politiekorps Brabant Noord in overweging een nieuwe beslissing te nemen op het verzoek tot schadevergoeding en bij de motivering daarvan uit te gaan van het oordeel van de Nationale ombudsman. In dit verband wijst de Nationale ombudsman de korpsbeheerder nog op de hier bovengenoemde schadevergoedingswijzer.

Instantie: Regiopolitie Brabant Noord

Klacht:

Niet financieel tegemoet gekomen toen verzoeker na huiszoeking € 1.020,- miste.

Oordeel:

Gegrond