Een man wil een onderneming starten. Hij schrijft zich in bij een kantoor van de Kamer van Koophandel (KVK). Hierbij moet hij een formulier ondertekenen. Hij vraagt wat de KVK met zijn handtekening doet. Hierop krijgt hij een geruststellend antwoord: zijn handtekening wordt goed bewaard in een databank.
Later komt hij erachter dat zijn handtekening niet alleen vermeld wordt in het Handelsregister. Zijn handtekening kan ook worden opgevraagd en ingezien door anderen. Dit is hem nooit verteld. Daarom dient hij een klacht in bij de KVK. Bij de inschrijving is hem niet verteld dat zijn handtekening door anderen kan worden opgevraagd. Hij voelt zich misleid en onvolledig voorgelicht.
Ook heeft hij de KVK gevraagd welke wetsartikelen van toepassing zijn. Hij krijgt daarop geen duidelijk antwoord. De KVK verwijst hem naar de brief die hij heeft ontvangen op zijn klacht. De ombudsman stelt deze vraag tijdens zijn onderzoek. Nu krijgen we een volledig antwoord over de wetsartikelen.
De ombudsman vindt de klacht van de ondernemer gegrond op beide punten. De KVK heeft de man tijdens de inschrijving niet uit zichzelf informatie gegeven. Deze informatie ging over wat de KVK met zijn handtekening mag doen. Dit is in strijd met het vereiste van goede informatieverstrekking.
Verder heeft de KVK de ondernemer in eerste instantie onvolledige informatie verstrekt. Deze informatie ging over de wetsartikelen die van toepassing zijn op inzage van zijn handtekening. Dit is in strijd met het vereiste van goede motivering.