Een man zat met zijn laptop op een trap in een treinstation. De man had stickers op zijn laptop geplakt, die in de ogen van politiemedewerkers opvielen. Zij spraken de man aan en vroegen hem vervolgens om zijn legitimatie. De man diende hierover een klacht in bij de politie.
De politie vond de klacht over het aanspreken ongegrond. De politie gaf aan dat de man was aangesproken door zogenoemde 'spotters'. De politie legde uit waarom zij op het treinstation aanwezig waren en waarom zij de man aanspraken. De politie vond dat zij dit mochten doen. De klacht over het legitimeren vond de politie gegrond. De politie vond namelijk dat er geen goede reden was om de man om zijn legitimatie te vragen.
De man was het niet eens met het oordeel van de politie. Hij diende een klacht in bij de Nationale ombudsman. Hij had het aanspreken door de politie als intimiderend ervaren. Hij vond dat de politie hiermee de uitoefening van zijn recht om te demonstreren probeerde te ontmoedigen. Hij vond de uitleg die de politie gaf voor het aanspreken onduidelijk en steeds veranderen. Tijdens een latere fase van de klachtbehandeling gaf de politie aan dat het vermoeden van rechts-extremistisch gedachtengoed een reden was voor het aanspreken. Dit raakte de man erg. De man omschrijft zijn politieke standpunten namelijk juist als 'politiek links van het midden'. Dit standpunt draagt hij onder andere met de stickers uit. De man vindt dat de klachtencommissie niet voldoende kritisch doorvroeg naar de reden voor het aanspreken.
De ombudsman vindt dat de politie in dit geval voldoende duidelijk heeft uitgelegd waarom de man is aangesproken. De ombudsman begrijpt dat het voor de man van belang is dat de uitingen van zijn gedachtengoed juist worden geïnterpreteerd. Maar voor de vraag of de politie de man mocht aanspreken, is in dit geval niet relevant hoe de politie die stickers (precies) duidde. De ombudsman vindt het begrijpelijk dat hier tijdens de klachtbehandeling niet (nog) verder op is doorgevraagd.
Ook vindt de ombudsman dat de politie de klachten van de man serieus behandelde. De ombudsman vindt het niet vreemd dat er tijdens de latere (formele) fase van de klachtbehandeling meer informatie naar voren komt dan tijdens de eerdere (informele) fase van de klachtbehandeling.
Kortom, de politie mocht de man aanspreken en heeft zijn klacht hierover voldoende serieus behandeld. De klacht is ongegrond.