Een vrouw leeft al jaren van bijstand, toeslagen en belastingteruggaven. Zij leeft zuinig en zij legt elke maand wat opzij. Wat zij op deze manier spaart, is niet voor het betalen van belasting vindt mevrouw. Volgens de Belastingsamenwerking Gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht (BghU) heeft mevrouw meer vermogen dan volgens de regels voor kwijtschelding mag. Zij moet de lokale lasten 2024 en 2025 betalen. De vrouw vindt dat zij dan voor haar zuinigheid wordt bestraft. Als zij belasting moet betalen van opgespaarde bijstand, wordt zij eigenlijk op haar uitkering gekort. Dat klopt niet. De beslissing van de BghU doet geen recht aan haar situatie, vindt mevrouw. Zij mist een goede onderbouwing. Zij vraagt de ombudsman om zijn mening.
Mevrouw heeft een zakelijke- en een betaalrekening. Haar totaal tegoed is eind 2023 ongeveer € 6.600, eind 2024 ongeveer € 12.200 en eind 2025 ongeveer € 14.300. Zij heeft dit van haar uitkering, toeslagen en teruggaven gespaard. De waarde van haar banktegoed is volgens de regels haar vermogen. En dat ligt hier ver boven wat voor kwijtschelding nog mag. Dat het is ontstaan door gespaarde bijstand en toeslagen verdient respect. Maar het maakt niet dat mevrouw toch geen belasting hoeft te betalen. Haar vermogen is voor kwijtschelding té groot. Ook is zij helemaal vrij en kan volledig zelf bepalen wat zij met dat geld doet en waar zij het aan uitgeeft. Zij kan het op elk moment gebruiken zoals zij dat wil. Hoe het is ontstaan maakt niet uit. Daarom is haar banktegoed terecht vermogen dat voor het betalen van belastingen meetelt. Op dit punt is de klacht niet gegrond.
Wel mist de ombudsman in de beslissing op administratief beroep duidelijke uitleg en reactie op de vrouw haar argument. Dat kan en moet beter. De BghU is het met de ombudsman eens. In aanvullende klachtbehandeling heeft de BghU deze uitleg en reactie alsnog gegeven. Dat is mooi. Maar beter was geweest als dat meteen was gebeurd in administratief beroep. Op dit punt is de klacht gegrond.
De Bghu heeft de ombudsman laten weten dat het stappen zet om de motivering in administratief beroep blijvend te verbeteren met aandacht voor uitleg en onderbouwing. Dat vindt de ombudsman mooi. Hij blijft dit met interesse volgen.
