Een man is tegen bouwplannen nabij zijn woning. Hij stelde de gemeente Lelystad herhaaldelijk vragen over haar plannen. Meneer vindt alleen dat de gemeente deze vragen niet (voldoende) concreet beantwoordde. Hij voelt zich zich door de gemeente in de kou gezet. Via de Nationale ombudsman hoopt meneer alsnog de gewenste antwoorden te krijgen. Hij vraagt de ombudsman ook te kijken naar de klachtbehandeling door de gemeente. Zij nodigde hem na ontvangst van zijn klacht namelijk niet uit voor een gesprek.
De Nationale ombudsman startte een onderzoek en doet bij de gemeente navraag over de beantwoording van de vragen van meneer. Ook vroeg de ombudsman de gemeente waarom zij meneer niet uitnodigde voor een gesprek na ontvangst van zijn klacht.
De gemeente vertelde de ombudsman dat zij herhaaldelijk met meneer in gesprek ging. Ook gaf zij mee dat zij niet minder contact met meneer heeft dan met andere burgers. De gemeente onderbouwde haar reactie met een gespreksverslag. Uit dat verslag bleek dat zij meneer al eerder uitleg gaf over haar rol in het proces en dat zij inging op zijn vragen. Dat deed zij opnieuw in haar reactie op zijn klacht.
Voor de ombudsman werd duidelijk dat de gemeente op verschillende momenten met meneer sprak en hem informeerde over haar plannen. Daarom begreep de ombudsman waarom de gemeente meneer niet opnieuw uitnodigde voor een gesprek en zag hij geen reden voor verder onderzoek. Daarbij kwam ook dat het de ombudsman duidelijk werd dat het meneer in de kern ging over onderwerpen en vragen waarover besluitvorming via de politiek-bestuurlijke weg plaatsvond. Ook daarom was er geen verdere rol voor de ombudsman. Het is namelijk niet aan de ombudsman om zich uit te spreken over (politieke) besluitvorming en overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.