In een brief van 18 augustus 2025 uit de Nationale ombudsman zijn zorgen over gevaarlijke situaties die voor burgers kunnen ontstaan na plaatsing van een traplift bij hen thuis. Dit deed hij aan de demissionair staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg, mevrouw Pouw-Verweij.
Deze zorgen zijn ontstaan door een signaal van tv-programma Meldpunt van omroep MAX. Naar schatting van Meldpunt worden elk jaar zo'n 15.000 trapliften geplaatst. Zo'n 10.000 liften worden geplaatst en betaald uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De medewerkers van Meldpunt zeggen dat zij na hun oproep onder kijkers zo'n 70 reacties ontvingen over onveilige trapliften. Er zou te weinig ruimte voor (vaak oudere) medebewoners worden overgelaten om de trap lopend nog veilig te kunnen gebruiken. Ook zou bij het plaatsen vaak de trapleuning worden weggehaald. Vervolgens signaleerde Meldpunt dat gemeenten zich onvoldoende inzetten om toch tot een veilige oplossing te komen.
Door de grote uitdagingen in de Nederlandse ouderenzorg, is in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg van afgelopen 10 juli - dat ook door de staatssecretaris is ondertekend - de ambitie uitgesproken om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Dit, met de zorg die aansluit op hun persoonlijke situatie. Sommige ouderen zijn daarbij helemaal afhankelijk van een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo, zoals een traplift.
De ombudsman vraagt de staatssecretaris om hem vóór 18 september 2025 te zeggen wat zij gaat doen om de veiligheid van deze burgers te verbeteren.
Update: reactie mevrouw Pouw-Verweij
Op 15 september reageerde staatssecretaris Pouw-Verweij per brief op de Nationale ombudsman. Zij gaf aan het met hem eens te zijn dat een traplift alleen mag worden geplaatst als de trap daarna nog veilig te gebruiken is (volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving - Bbl). Het huidige infoblad van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) hierover is volgens haar niet duidelijk genoeg. Daarom werken dit ministerie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan een verduidelijking. Ook worden hiervoor ervaringen van de gemeente Den Haag gebruikt. Dit moet later dit jaar voor meer duidelijkheid zorgen.
Op 3 december liet de Nationale ombudsman opnieuw weten dat hij zich zorgen maakt. Er blijft namelijk verschil van mening bestaan: het infoblad ziet een traplift als een los onderdeel, terwijl anderen het zien als een verbouwing. Hierdoor worden verschillende regels en meetmethoden gebruikt.
De ombudsman twijfelt daarom of het aanpassen van het infoblad voldoende is om onveilige situaties in de toekomst te voorkomen. Hij vraagt zich af of gemeenten wel genoeg weten dat zij eindverantwoordelijk zijn voor het plaatsen van trapliften. Volgens hem is het belangrijk dat gemeenten zich ervan bewust zijn dat zíj verantwoordelijk zijn voor het handhaven van het Bbl.
Op 17 december heeft de staatssecretaris laten weten dat het kennismakingsgesprek met de Nationale niet door kon gaan. Zij probeert andere vragen van de Nationale ombudsman over de trapliften in januari 2026 te beantwoorden.
Update: reactie mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg
Nadat de Nationale ombudsman meerdere keren had gevraagd om een reactie, stuurde de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport op 20 april 2026 een tussenbericht.
Daarin schreef zij dat het langer duurt dan verwacht om het infoblad duidelijker te maken. Volgens de minister is extra onderzoek nodig om alles goed uit te zoeken.
De minister werkt hieraan samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).
Op de andere vragen van de ombudsman antwoordde de minister dat gemeenten volgens haar wel begrijpen dat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het plaatsen van trapliften.
Wel mogen de gemeenten zelf bepalen hoe zij die verantwoordelijkheid regelen. Zo kan deze taak liggen bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht, bij de Wmo-afdeling, die soms eigen bouwkundigen in dienst heeft.
Maar het kan ook liggen bij de leverancier van de traplift zelf, aldus de minister. De eindverantwoordelijkheid blijft volgens haar echter bij de Wmo-afdeling.
De minister gaf aan het vervelend te vinden dat de reactie op de brief van de Nationale ombudsman zo lang duurt. Zij verwacht nog vóór de zomer van 2026 meer duidelijkheid te kunnen geven over het infoblad.