Nationale ombudsman vindt klacht over discriminerend handelen van Zaffier ongegrond

Brief

Meneer had een afspraak met twee medewerkers van de gemeenschappelijke regeling Zaffier over zijn aanvraag voor een uitkering. Zijn gezin was mee naar de afspraak. Tijdens het gesprek maakten de medewerkers van Zaffier zich zorgen over één van de kinderen. Daarom maakten zij na het gesprek een melding bij Veilig Thuis. Gelukkig stelde Veilig Thuis vast dat alles goed ging met het kind en zag zij geen aanleiding om de melding verder te behandelen.

Het gezin schrok flink door de hele situatie. Daarnaast vond meneer dat Zaffier oordelend over hem sprak tegen Veilig Thuis, zo maakte hij op uit het verslag van de melding. Ook vond hij dat Zaffier tijdens het gesprek over de aanvraag naar (te) persoonlijke zaken vroeg. Hij voelde zich gediscrimineerd door het handelen van Zaffier. Daarom vroeg hij de Nationale ombudsman naar zijn klacht te kijken.

De ombudsman startte een onderzoek en stelde Zaffier daarin een aantal vragen. Ook sprak de ombudsman met Veilig Thuis om een goed beeld te krijgen van wat er gebeurt als zij een melding van een professional ontvangt.

Als iemand zich gediscrimineerd voelt, vindt de Nationale ombudsman het belangrijk dat een overheidsinstantie de klacht serieus neemt. En dat zij aannemelijk maakt dat haar handelen niet te maken had met iemands afkomst en/of uiterlijk. Dat kan zij doen door gemotiveerd uit te leggen waarom zij handelde zoals zij deed. In het rapport 'Verkleurde beelden' onderzocht de ombudsman hoe de overheid omgaat met etnisch profileren en formuleerde hij een aantal uitgangspunten. Deze bieden ook een kader voor de behandeling van discriminatieklachten. Aan de hand van dit kader keek de ombudsman naar de klacht over Zaffier.

De ombudsman vindt dat Zaffier duidelijk uitlegde waarom zij meneer in het gesprek allerlei vragen stelde. Zij heeft deze informatie nodig om iemand zo goed mogelijk te begeleiden naar participatie en re-integratie. De ombudsman ziet in de gestelde vragen geen aanleiding om te denken dat Zaffier de vragen stelde vanwege de afkomst en/of het uiterlijk van meneer. Ook zag de ombudsman in het gespreksverslag dat Veilig Thuis van de melding maakte niet dat Zaffier oordelend en/of discriminerend over meneer sprak tegen Veilig Thuis. Tot slot constateerde de ombudsman dat Zaffier aandacht had voor de discriminatieklacht van meneer. Zij ging hierover met hem in gesprek en legde haar handelen uit. Ook formuleerde Zaffier een aandachtspunt voor zichzelf. Het was – achteraf gezien – namelijk beter geweest als zij in haar klachtbrief aan meneer ook was ingegaan op zijn discriminatieklacht in plaats van deze klacht alleen mondeling met meneer te bespreken.