Koninklijke Marechaussee heeft niet onbehoorlijk gehandeld tijdens uitzetting

Brief

Een man werd uitgezet naar zijn land van herkomst. Volgens de man verliep de uitzetting inhumaan. Hij heeft vrijwel geen eten en drinken gekregen tijdens de uitzetting en is niet in de gelegenheid gesteld te bellen naar de ambassade en naar het toilet te gaan. De man vindt daarnaast dat onvoldoende is gekeken naar de feiten en omstandigheden voordat is overgegaan op de inzet van dwangmiddelen. Ook vond hij het niet noodzakelijk om hem met een grote groep mensen tegen de grond te werken en zijn nek tegen de grond te drukken. Verder vindt de man dat het openbare karakter en de vernedering van hem voor het oog van andere mensen in overweging genomen had moeten worden bij de manier waarop de uitzetting verliep. De uitzetting heeft een grote impact op de man gehad. Hij heeft daar nog steeds last van. Door de gebeurtenissen tijdens de uitzetting slaapt hij slecht en heeft hij nachtmerries.

De man diende over de wijze waarop de uitzetting is verlopen een klacht in bij de KMar.

De KMar vond de klacht van de man ongegrond. Volgens de KMar blijkt uit verklaringen van de ambtenaren van de KMar dat de man diverse keren tijdens de uitzetting in de gelegenheid is gesteld om te eten en drinken. De KMar is overgegaan tot inzet van dwangmiddelen (een bodycuff), omdat de man meermaals zei niet te willen vliegen. Dat is aangemerkt als verzet tegen de uitzetting. Dat tijdens het omleggen van de bodycuff geweld is gebruikt, vindt de KMar gelet op het verzet van de man begrijpelijk. Uit het dossier blijkt niet dat daarbij gebruik is gemaakt van een nekklem. Over de klacht dat de man niet in de gelegenheid zou zijn gesteld om te bellen naar de ambassade, brengt de KMar naar voren dat de medewerkers van de KMar niet wisten dat de man in het bezit was van een mobiel telefoonnummer van de ambassade. Gelet op de verklaringen en het klachtdossier acht de KMar het aannemelijk dat de man tijdens de uitzetting meerdere keren gebruik heeft kunnen maken van het toilet.

De KMar vind het vervelend dat de uitzetting volgens de man niet discreet verliep. De keuze om hem met bodycuff door publieke ruimten te laten lopen is echter gemaakt vanwege mogelijk verzet van zijn kant, waarbij risico op ontsnapping en zelfverwonding bestond.

Wat vindt de Nationale ombudsman?
De Nationale ombudsman begrijpt dat een uitzetting zoals de man heeft meegemaakt een ingrijpende gebeurtenis is. Hij betreurt het dat de uitzetting zo'n grote impact heeft gehad op de man en dat hij daar nog steeds last van heeft. Toch vindt de ombudsman dat de KMar niet onbehoorlijk heeft gehandeld.

De inzet van hulpmiddelen en het toepassen van geweld
Uit de verklaringen van de man en de verklaringen van de medewerkers van de KMar volgt dat de man zich heeft verzet tegen de uitzetting door te zeggen dat hij niet zou gaan vliegen. De medewerkers van de KMar hebben dit terecht aangemerkt als verzet tegen verwijdering. Dit brengt mee dat de medewerkers geweld mochten gebruiken voor zover dat nodig was om de uitzetting ondanks het verzet toch door te laten gaan. Dit geweld bestond volgens de verklaringen uit het gecontroleerd naar de grond brengen en het fixeren van het hoofd en de benen. Uit de verklaringen valt niet af te leiden dat daarbij ook een nekklem is toegepast. De ombudsman heeft ook geen reden om aan te nemen dat een nekklem is toegepast, met name omdat de man op het moment dat de enkelband werd omgedaan al met zijn armen in de bodycuff zat, waardoor de medewerkers weinig dwang of geweld hoefden toe te passen.
Voor de vraag of de medewerkers de man een bodycuff mochten aanleggen is van belang of sprake was van een veiligheidsrisico voor de betrokkenen, of van vluchtgevaar. Uit de verklaringen van de medewerkers blijkt dat zij een bodycuff hebben aangelegd omdat de man zich verzette en zij de veiligheid voor hem, derden en de medewerkers en een goed verloop van de uitzetting wilden waarborgen. Hiermee is aangegeven dat sprake was van een veiligheidsrisico. De betrokken medewerkers konden er daarom in redelijkheid toe overgaan de bodycuff om te doen. Zij hebben hiermee gehandeld in overeenstemming met de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren.

Het verstrekken van eten en drinken
Hoewel de verklaringen van de medewerkers van de KMar uiteenlopen over op welke momenten eten en drinken aan de man is aangeboden, volgt uit de verklaringen wel dat op meerdere momenten tijdens de uitzetting eten en drinken is aangeboden. Gelet op die verklaringen acht de ombudsman het dan ook aannemelijk dat de man tijdens de uitzetting meerdere keren in de gelegenheid is gesteld om te eten en te drinken.

Bellen naar de ambassade
De ombudsman stelt vast dat de verklaringen over het kenbaar maken dat de man beschikte over een mobiel telefoonnummer elkaar tegenspreken. De ombudsman onthoudt zich daarom van een oordeel op dit klachtonderdeel. De ombudsman hecht er wel waarde aan te vermelden dat - als de man dit mobiele telefoonnummer wel had gebeld - onzeker is of dit zou hebben geleid tot een andere uitkomst. De man is namelijk door middel van de laissez-passer overgedragen aan de autoriteiten van Niger, waarbij niet is geconcludeerd dat de laissez-passer vals was.

Inhumane behandeling
De man voelde zich tijdens de uitzetting inhumaan behandeld, met name omdat hij geboeid (met bodycuff en zonder enkelband) door het publieke gedeelte van het Parijse vliegveld moest lopen. Zoals de KMar heeft toegelicht, zijn zij afhankelijk van de besluitvorming van de Franse autoriteiten over hoe het vervoer naar het vliegtuig plaatsvindt. De Franse autoriteiten hadden op dat moment geen voertuig ter beschikking, waardoor de man lopend door het publieke gedeelte naar het vliegtuig moest. De medewerkers van de KMar hebben gelet op zijn eerdere verzet besloten dat daarbij de bodycuff om moest blijven, vanwege het vluchtrisico en de veiligheid van de man zelf en anderen. Hiermee hebben de medewerkers gehandeld in overeenstemming met de Ambtsinstructie. De ombudsman vindt dan ook dat de medewerkers niet onbehoorlijk hebben gehandeld door ervoor te kiezen om ook in het publieke deel van de luchthaven de boeien en de bodycuff om te laten.

De ombudsman merkt nog op dat de onafhankelijke klachtencommissie de KMar heeft geadviseerd om met de Franse autoriteiten overeen te komen vervoer van een uit te zetten persoon niet via de publieke ruimte te laten plaatsvinden. Ook heeft de onafhankelijke klachtencommissie geadviseerd tot het bijhouden van een logboek, waarin zowel wordt opgenomen of en wanneer eten en drinken wordt aangeboden als wanneer en waarom een vrijheidsbeperkende maatregel zoals een bodycuff wordt toegepast. De ombudsman onderschrijft deze adviezen en zal tijdens het periodieke overleg met de KMar informeren naar de stand van zaken op deze punten.