Sociale minima in de knel

Wereldarmoededag: Nationale ombudsman wil actieve en sociale overheid

Nieuwsbericht
Jonge vrouw achter de computer met rekeningen in haar hand

Burgers met een minimuminkomen komen steeds meer in de knel. De kosten voor levensonderhoud stijgen en sociale vangnetten zijn steeds minder toereikend. De Nationale ombudsman keek welke knelpunten verschillende groepen sociale minima ervaren. En steeds kwam hij dezelfde problemen tegen. Vandaag, op Wereldarmoededag, presenteert hij een rode draad en dringt hij aan op een meer actieve en sociale overheid. 

Reinier van Zutphen: "Iedereen moet mee kunnen doen. Maar zover is het nog steeds niet. Zolang mensen in financiële problemen zitten, kunnen ze niet aan hun toekomst werken." Volgens de ombudsman is het sociaal minimum niet toereikend. De geplande verhogingen van het minimumloon en de uitkeringen verhelpen die problemen maar beperkt. Ook zijn er grote verschillen tussen gemeenten, onder meer bij de inkomensgrenzen die zij hanteren. De vraag of iemand kan rondkomen, hangt nu teveel af van zijn toevallige woonplaats. Verder blijkt dat burgers vaak niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden voor financiële ondersteuning. Juist de financieel meest kwetsbare burgers zijn nu het zwaarst belast met het indienen van aanvragen en doorgeven van wijzigingen. De regels in het sociaal domein zijn ingewikkeld en de financiële administratie kost heel veel tijd. Door strikte inkomensgrenzen kunnen burgers snel toeslagen kwijtraken als ze iets meer gaan verdienen. Sociale minima ervaren bovendien weinig toekomstperspectief en zien weinig mogelijkheden om hun situatie te verbeteren.  

Meer daadkracht en initiatief

De ombudsman pleit voor een toereikend sociaal minimum dat de Rijksoverheid moet regelen. Zodat er geen burgers meer door het ijs zakken. Gemeenten kunnen hun mensen, middelen en tijd dan steken in het begeleiden van burgers naar werk of onderwijs. Verder benadrukt hij dat de overheid daadkrachtig moet zijn en burgers op eigen initiatief moet opzoeken om ze te wijzen op voorzieningen waar ze recht op hebben. Of nog beter: door die automatisch toe te kennen. Verder zijn ruimere bandbreedtes nodig bij de indeling van inkomensgroepen. Zodat veranderingen of levensgebeurtenissen niet meteen leiden tot terugvorderingen, met alle financiële consequenties van dien. Tot slot wil de ombudsman dat de overheid in wetten en regels meer rekening houdt met burgers en uitgaat van een realistisch mensbeeld. "De overheid is van het beeld van een frauderende burger gegaan naar een overheid die burgers het voordeel van de twijfel geeft. Dan is er in feite niks veranderd. Dat is geen ander mensbeeld.", aldus de ombudsman.

De burger kan het niet alleen

Zo'n één miljoen Nederlanders moeten rondkomen van een inkomen rond het sociaal minimum. Velen van hen kunnen het hoofd financieel niet boven water houden. De huidige inflatie en hoge energie- en woonlasten zorgen voor extra problemen. De Nationale ombudsman maakt zich zorgen en heeft voortdurend aandacht voor burgers die financiële problemen hebben en daarbij afhankelijk zijn van de overheid.