Verkenning van de positie van ex-partners van veteranen

De Veteranenombudsman ontving klachten van ex-partners die stellen dat Defensie onvoldoende oog en waardering heeft voor de rol die zij hebben gespeeld. Ex-partners kunnen geen beroep doen op de Veteranenwet omdat zij daarin niet worden aangemerkt als "relatie van de veteraan". De ombudsman startte een verkenning om inzicht in de omvang van de problemen en mogelijke oplossingen te krijgen. De verkenning laat zien dat de kwestie die de ex-partners bij de Veteranenombudsman aankaartten, wel degelijk bestaat. (dossiernummer 2017.12863)

Veteranen die door hun uitzending fysiek of psychisch letsel oplopen, kunnen een beroep doen op de voorzieningen van de Veteranenwet die in 2014 werd ingesteld. De wet regelt de erkenning en zorg voor de veteraan en diens relaties. Ex-partners vallen niet onder de definitie van "relaties van de veteraan'.

Een aantal ex-partners benaderde de Veteranenombudsman omdat zij vinden dat de wet geen recht doet aan de steun en zorg die zij onder vaak moeilijke omstandigheden hebben gegeven aan hun partner. Na het stuklopen van de relatie, blijven sommige ex-partners achter met schulden of eigen gezondheidsklachten. Problemen die verband houden met ernstige (vaak psychische) klachten van de veteraan. Zij stellen dat meer ex-partners in deze situatie zitten en willen structurele hulp van Defensie bij die problemen.

De Veteranenombudsman startte een verkenning om de omvang van het probleem en eventuele oplossingen in beeld te brengen. Hij sprak met ex-partners en verschillende organisaties met een taak ten aanzien van de zorg voor veteranen en diens relaties. Op grond van de informatie die de Veteranenombudsman ontving, lijkt het aantal ex-partners dat zich met een hulpvraag bij de instanties meldde, gering. Het niet of niet apart registreren van die hulpvragen door de betrokken instanties kan daarbij een rol spelen. Een wijziging van de wettelijke definitie "relaties van de veteraan" lijkt vooralsnog niet haalbaar. Defensie heeft in een klein aantal individuele gevallen wel concrete hulp geboden maar daar lag geen beleid aan ten grondslag. De betrokken organisaties vinden het belangrijk dat Defensie dit kan blijven doen. Daarmee geven zij invulling aan de opmerking van de voormalig minister van Defensie dat Defensie oog moet houden voor schrijnende gevallen en dat in die gevallen maatwerk mogelijk moet zijn.

Voor de Veteranenombudsman staat voorop dat relevante zorg wordt geboden door de zorgverlener die daarvoor het meest geschikt is, binnen het zorgcircuit van Defensie dan wel via het reguliere zorgsysteem na doorverwijzing door Defensie. Bij doorverwijzingen mag verwacht worden dat dit zorgvuldig en met aandacht gebeurt. Dit vereist maatwerk van alle betrokken instanties. Daarnaast onderstreept hij het belang van een goede registratie.

De Veteranenombudsman heeft besloten op dit moment geen vervolg te geven aan de verkenning. Dat staat los van de mogelijkheid voor ex-partners om een klacht in te dienen, als zij zich bij het Veteranenloket hebben gemeld en menen dat hun hulpvraag onvoldoende beantwoord blijft door Defensie. De Veteranenombudsman blijft deze kwestie wel volgen. Naar verwachting komt Defensie in 2018 met nieuw beleid omtrent de reikwijdte van de veteranenzorg. De Veteranenombudsman bekijkt dan hoe dat beleid zich verhoudt tot de opmerking van de minister van Defensie over de mogelijkheid van maatwerk en de uitkomsten van deze verkenning. (dossiernummer 2017.12863)

Publicatiedatum
Rapportnummer
Verkenning