2016/075 Onderzoek over de uitvoeringspraktijk van inbeslagname van voorwerpen

De burger is onvoldoende in beeld bij het proces van in beslag nemen van voorwerpen. Dat concludeert Nationale ombudsman Reinier van Zutphen na onderzoek. "Uit ons onderzoek blijkt dat als een voorwerp in beslag genomen is, het daarna voor de burger in een soort zwart gat belandt. Je weet niet waar het voorwerp is en wat ermee gebeurt. Soms is het verkocht of vernietigd zonder dat je dat weet", aldus Van Zutphen. De ombudsman vindt dit onbehoorlijk. Hij doet aanbevelingen om het proces te verbeteren. De informatieverstrekking aan de burger en de rechtsbescherming moeten bijvoorbeeld beter. De politie, het Openbaar Ministerie en Domeinen hebben toegezegd met de aanbevelingen aan de slag te gaan.

Context

De politie nam in 2015 200.000 voorwerpen in beslag. Dat kan zijn omdat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd of omdat de politie het voorwerp nodig heeft voor onderzoek. De politie kan ook voorwerpen in beslag nemen voor het innen van een geldboete. Begin 2016 was er voor bijna 1,5 miljard euro (conservatoir) beslag gelegd. Bij Domeinen waren er meer dan 70.000 inbeslaggenomen voorwerpen opgeslagen.

Aanleiding

De Nationale ombudsman ontvangt regelmatig klachten over de uitvoeringspraktijk van de inbeslagname van voorwerpen. Die klachten gaan over de informatieverstrekking aan de burger, de samenwerking tussen de verschillende instanties die bij het beslagproces betrokken zijn en de manier waarop zij omgaan met in beslag genomen voorwerpen.

Doel

Doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in het beslagproces en de wijze waarop het perspectief van de burger hierbij geborgd is. Wordt rekening gehouden met de belangen van burgers, van wie voorwerpen in beslag worden genomen? In het onderzoek is in het bijzonder gekeken naar voorwerpen die vaak in beslag worden genomen, zoals auto's.

Aanbevelingen

1. Verbeter de informatieverstrekking
De burger heeft na een inbeslagname geen idee waar het inbeslaggenomen voorwerp is en wat ermee gaat gebeuren. Dit komt doordat hij/zij niet of nauwelijks wordt geïnformeerd. Ook op websites van de betrokken instanties is nauwelijks praktische informatie te vinden. Dit moet beter!

Aanbeveling:
Zorg dat de burger schriftelijk informatie krijgt over zijn rechten en plichten. Daarin staat in ieder geval informatie over:

  • waar iemand terecht kan met vragen over het beslag
  • het stopzetten van voertuigverplichtingen
  • de beklagprocedure bij de rechtbank
  • de mogelijkheid tot zekerheidsstelling bij conservatoir beslag.

2. Verbeter de informatie-uitwisseling in de keten
Er ontbreekt een registratiesysteem voor alle betrokken instanties waarin het beslagproces van begin tot eind gevolgd kan worden. Daardoor  kan het onduidelijk zijn waar een voorwerp is.                                                                                                                                                                   

Aanbeveling:
Verbeter de informatie-uitwisseling binnen de keten.

3. Verbeter de rechtsbescherming
Als iemand het niet eens is met de inbeslagneming kan hij beklag doen bij de rechtbank. Het doen van beklag betekent  niet dat de beslissing over het beslag door de officier van justitie wordt uitgesteld. Het komt voor dat het voorwerp al is vernietigd of verkocht op het moment dat de rechter een beslissing neemt over het beklag.

Aanbeveling:
Waarborg dat het Openbaar Ministerie snel na een beklag beoordeelt of een voorwerp kan worden teruggegeven. Kan het voorwerp niet worden teruggegeven, dan beoordeelt het Openbaar Ministerie of moet worden gewacht met vernietigen of verkopen van het voorwerp totdat de rechter heeft beslist op het beklag.

De betrokken instanties nemen de aanbevelingen ter harte. De Nationale ombudsman blijft met hen in gesprek over de manier waarop de aanbevelingen worden opgevolgd.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2016/075