2008/200: Eigen onderzoek naar handelen politie en OM na wedstrijd Feyenoord-Ajax op 23 april 2006

Dit is een onderzoek uit eigen beweging van de Nationale ombudsman naar het optreden van de politie en het openbaar ministerie na de wedstrijd Feyenoord-Ajax op 23 april 2006. Feyenoord speelde toen tegen Ajax in de Kuip tijdens een play off-wedstrijd. Een grote groep supporters, waaronder enkele tientallen stenengooiers, staat een uur na de wedstrijd nog op het viaduct bij het stadion. De supporters moeten van het viaduct over het spoor af zodat de Ajax-supporters, die nog in het stadion zitten, terug kunnen naar hun treinen. Binnen de zogenaamde driehoek, bestaande uit de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de korpschef, wordt daarom besloten om alle supporters op het viaduct strafrechtelijk aan te houden. De politie houdt ook bij een sportkantine in de buurt een grote groep supporters aan. In totaal gaat het om 800 arrestanten, die allemaal worden opgepakt en afgevoerd. Het onderzoek van de Nationale ombudsman betreft bijna 90 klachten over het optreden van de politie en het openbaar ministerie.

Het supportersgeweld op 23 april 2006 blijft beperkt. De Nationale ombudsman juicht het toe dat de openbare orde is gehandhaafd. Maar hij veroordeelt de massale aanhouding van omstanders na de wedstrijd. De Rotterdamse wens om hard op te treden heeft geleid tot de onevenwichtige keuze om 800 mensen Het gevolg van die keuze is dat deze aangehouden mensen mee moeten naar deels geïmproviseerde politieposten om voorgeleid te worden en waar van iedereen een foto wordt gemaakt en een korte verklaring wordt opgenomen. op strafrechtelijke grond aan te houden. De arrestanten zijn behandeld op een manier die ernstig onder de maat is: zij zijn met plastic strips geboeid, hebben urenlang in bussen en ruimtes moeten wachten zonder toiletten, water of eten. De afhandeling van deze grote groep mensen heeft geleid tot ernstige problemen, die veel impact hebben gehad op de betrokken mensen. Voor het overgrote deel van de arrestanten is dit waarschijnlijk de eerste keer geweest dat zij met de politie in aanraking zijn gekomen. De Nationale ombudsman is van oordeel dat de driehoek in alle redelijkheid een meer evenwichtige keuze had kunnen maken, met minder impact voor de supporters. Hij denkt daarbij aan het zogenaamde bestuurlijk ophouden of een methode waarbij de supporters geleidelijk 'wegdruppelen'. Daarnaast oordeelt hij het onbehoorlijk dat door de gekozen harde aanpak honderden 'goeden' hebben moeten lijden onder een kleine groep van slechts tientallen 'kwaden'. Toen bleek dat het aantal arrestanten veel groter was dan verwacht, had terugkoppeling naar de driehoek moeten plaatsvinden. De treinen met Ajax-supporters waren toen al vertrokken en er was alle reden voor heroverweging of de massa-arrestaties wel doorgezet moesten worden. Door de gebrekkige communicatie kon het gebeuren dat de leden van de driehoek de volgende ochtend nog in de veronderstelling verkeerden dat het om niet meer dan 200 arrestanten ging.

Het onderzoek van de Nationale ombudsman heeft waardevolle informatie opgeleverd en daarmee veel vragen van supporters beantwoord. Bovendien bevat het rapport, naast de lessen die politie en justitie al uit de ervaringen hadden getrokken, concrete aanbevelingen voor de toekomst. Bijvoorbeeld dat niet zonder meer naar het strafrecht wordt gegrepen bij openbare ordeproblemen bij voetbalwedstrijden en de noodzaak van goede communicatie en terugkoppeling om tussentijds bij te kunnen sturen.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2008/200