Rapportbrief: Defensie kent na 66 jaar alsnog dapperheidsonderscheiding toe aan nabestaanden van Korea-veteraan

Rapportnummer
Brief 2015.039V
Rapport

In 1950 vertrekt korporaal Slager met het eerste bataljon van het Nederlands Detachement Verenigde Naties naar Korea. Tijdens een vuurgevecht brengt hij gewonde kameraden in veiligheid. Nadat hij een eerste gewonde in veiligheid weet te brengen, sneuvelt hij tijdens een poging een andere gewonde te redden. Zijn toenmalige commandant draagt hem daarna voor voor het postuum verlenen van een Koninklijke onderscheiding.

Tot 1993 is de voordracht om onduidelijke redenen zoek. Dan wordt de oorspronkelijke voordracht uit juli 1951 teruggevonden bij het inrichten van het militaire Van Heutsz-museum in Schaarsbergen. Een vriend van de korporaal spant zich sindsdien namens de nabestaanden in om de voordracht onderzocht te krijgen. Zonder succes. Een voordracht moet namelijk onderzocht worden door een speciale commissie. Na een positief advies van die commissie kan de onderscheiding worden verleend. In 1995 en in 2015 wordt zijn verzoek om te voordracht in behandeling te nemen afgewezen, omdat de betreffende commissie inmiddels allang, sinds 1962, niet meer bestaat.

In 2015 wendt de vriend zich tot de Veteranenombudsman. Die kaart de zaak opnieuw aan bij de minister van Defensie. Dan laat zij weten met een Ministeriƫle regeling een speciale Interim-commissie Dapperheidsonderscheidingen in te stellen. Deze commissie neemt de voordracht alsnog in onderzoek en adviseert de minister aan de gesneuvelde korporaal postuum een Bronzen Kruis toe te kennen voor 'moedig en beleidvol gedrag'. Voor de nabestaanden komt met deze symbolische blijk van erkenning een einde aan een jarenlange periode van onzekerheid.

De overheid moet volgens de Veteranenombudsman bereid zijn in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid.

Instantie: Ministerie van Defensie

Klacht:

geweigerd de voordracht in behandeling te nemen

Oordeel:
Gegrond