Openbaar Ministerie heeft in sepotbeslissing onvoldoende oog voor positie journalist

Rapport

Een onderzoeksjournalist wilde na een lezing in een medisch centrum de spreker interviewen. Hij had daarover afspraken gemaakt met een voorlichter van dat centrum. Een beveiliger dacht dat de journalist zich niet aan de afspraken hield en gaf de man opdracht om te vertrekken. De journalist deed dat niet en werd aangehouden. De officier van justitie besloot de man niet te vervolgen ("sepot"), maar vond dat de journalist zich wel schuldig had gemaakt aan "lokaalvredebreuk". Voor de journalist betekende dit dat hij een strafblad kreeg. Daarom verzocht hij de officier van justitie een andere beslissing te nemen. Omdat hij met de reactie van het Openbaar Ministerie (OM) niet tevreden was, stapte hij vervolgens naar de ombudsman.

De ombudsman ging na of het OM goed heeft uitgelegd waarom het OM de sepotbeslissing niet wilde veranderen in het voordeel van de journalist. De ombudsman vond van niet. Het OM had namelijk aangegeven dat er eigenlijk niet zoveel aan de hand was en dat de aanhouding onnodig was geweest. Het OM zei ook dat het begrip heeft voor de positie van de journalist. Maar toch was het volgens het OM niet mogelijk om de kwestie anders af te sluiten. Dat vond de ombudsman onbegrijpelijk. Het OM moet van de ombudsman een andere sepotbeslissing nemen.

Instantie:

Klacht:

Een man klaagt erover dat de hoofdofficier van justitie heeft geweigerd het beleidssepot op grond van de sepotcodes 42, 44 en 52 om te zetten in een technisch sepot op grond van sepotcode 01. 

Oordeel:
Gegrond
Publicatienummer
2022/190