2022/092 De politie legt onvoldoende verantwoording af over aanhouding bij protestactie

Rapport

Een vrouw nam deel aan een protestactie. Tijdens deze actie werd zij aangehouden door de politie. De vrouw vindt dat de politie haar niet had mogen aanhouden. Ook vindt zij dat de politie haar niet goed behandelde op het politiebureau.

De vrouw dient hierover klachten in bij de politie. In reactie hierop krijgt zij een brief van de klachtencoördinator van de politie. Daarin staat dat de politie niets over de vrouw en de aanhouding heeft vastgelegd in hun systeem. Verder erkent de politie de klachten van de vrouw. Ook biedt de politie excuses aan.

De vrouw is niet tevreden met deze brief. Zij dient klachten in bij de ombudsman over de aanhouding, het verblijf op het politiebureau en de klachtbehandeling door de politie.  

De ombudsman concludeert zelf ook dat de politie niets heeft vastgelegd over de aanhouding van de vrouw en haar verblijf op het politiebureau. Hierdoor kan de ombudsman het handelen van de politie achteraf niet controleren. De politie heeft hiermee de geldende procedures niet gevolgd. Dit vindt de ombudsman ernstig. De politie kan het verhaal van de vrouw niet tegenspreken. Voor de vrouw is het lastig om haar verhaal te bewijzen. Daarom gaat de ombudsman bij het beoordelen van de klachten uit van het verhaal van de vrouw.

De ombudsman vindt de klachten van de vrouw terecht. De politie moet grondrechten respecteren. In dit geval heeft de politie dat onvoldoende gedaan. Verder vindt de ombudsman dat de politie de klachten van de vrouw niet had mogen afdoen met een brief van de klachtencoördinator van de politie. Ook gaat de ombudsman met de politie in gesprek om te horen welke lessen zij uit dit onderzoek trekt.

Instantie
Publicatienummer
2022/092