2020/032 Klachtwaardig? Een onderzoek naar de klachtbehandeling over het zoekraken van (proces)stukken

Rapportnummer
2020/032
Rapport

Verzoeker had in een strafzaak een aanvullend verzetschrift verzonden aan het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) en de rechtbank Den Haag. Het aanvullend verzetschrift zou vervolgens bij beide instanties zijn zoekgeraakt. Verzoeker heeft hierover een klacht ingediend bij de CVOM en bij de rechtbank Den Haag. Ook heeft verzoeker bij de CVOM nog geklaagd over het zoekraken van een aantal andere brieven, waaronder zijn klachtbrief.

Bij de Nationale ombudsman klaagt verzoeker over de wijze waarop zijn klachten door de CVOM en door de rechtbank Den Haag zijn behandeld. Verzoeker klaagt over de lange behandelduur en, in het geval van de CVOM, over het moeizame contact en de onduidelijke klachtafhandelingsbrief. Verzoeker ervaart dat zijn klachten niet serieus zijn genomen en wil weten wat beide instanties van zijn klachten en/of de klachtbehandeling hebben geleerd.

De ombudsman heeft verzoekers klachten over het Openbaar Ministerie (OM) en over de rechtbank Den Haag onderzocht en getoetst aan de normen uit zijn Ombudsvisie op Professionele klachtbehandeling1. In de Ombudsvisie heeft de ombudsman beschreven wat de burger mag verwachten van klachtbehandeling door de overheid. Klachtbehandeling is een middel is om de burger (op weg) te helpen en om de overheidsinstantie te laten leren van klachten.

Op basis van het onderzoek vindt de ombudsman de klacht over het OM en de klacht over de rechtbank Den Haag gegrond. De ombudsman constateert onder meer dat de CVOM tijdens de klachtbehandeling geen onderzoek heeft gedaan naar het zoekraken van de brieven en geen contactregistraties heeft bijgehouden. De rechtbank Den Haag heeft meermaals niet herkend en erkend dat verzoeker ook bij de rechtbank klaagde over het zoekraken van zijn aanvullend verzetschrift. De klachtbehandeling heeft bij beide instanties dan ook onnodig lang geduurd. De ombudsman vindt dat het OM en de rechtbank Den Haag vanwege de gang van zaken in strijd met de normen voor professionele klachtbehandeling, en daarmee niet behoorlijk, hebben gehandeld. De klachtbehandeling was bij beide instanties niet zoals verzoeker van een goed functionerende overheid mag verwachten.

De ombudsman heeft met instemming kennis genomen van het feit dat het OM naar aanleiding van dit onderzoek concrete maatregelen heeft getroffen om de klachtbehandeling bij de CVOM te verbeteren. De ombudsman beveelt de rechtbank Den Haag aan om intern op alle niveaus aandacht te vragen voor het tijdig herkennen van klachten, zodat binnen de geldende termijnen antwoord wordt gegeven op de klacht. De ombudsman zal monitoren hoe de rechtbank met deze aanbeveling omgaat.

Zie ook het rapport 2018/005 'Ombudsvisie op professionele klachtbehandeling'