2019/028 CJIB stort de door verzoeker betaalde zekerheidsstelling niet terug ondanks eerder gedane toezegging

Instantie
Rapportnummer
2019/028
Rapport

Verzoeker klaagt erover dat het CJIB de door hem betaalde zekerheidstelling ondanks een eerder gedane toezegging niet terugstort en de kosten die verzoeker heeft gemaakt niet heeft vergoed.

Verzoeker moest een boete betalen vanwege een snelheidsovertreding. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie en daarna bij de kantonrechter. De officier van justitie vroeg verzoeker om zekerheid te stellen.

Zekerheid stellen betekent dat degene aan wie de boete is opgelegd alvast het bedrag van de boete en de administratiekosten moet betalen. Indien het beroep gegrond wordt verklaard dan krijgt men het bedrag terug. Eenmaal bij de kantonrechter voerde verzoeker allereerst aan dat hij niet in staat was om op de voorgeschreven wijze zekerheid te stellen. De kantonrechter besliste dat er voldoende aanleiding was om de te stellen zekerheid te verlagen tot nihil (nul). Nu had verzoeker inmiddels ook al via een betalingsregeling het boetebedrag in gedeelten aan het CJIB overgemaakt, hoewel hij daartoe nog niet verplicht was geweest, omdat hij beroep had ingesteld. Verzoeker vroeg het CJIB daarom om het door hem betaalde bedrag terug te storten. Het CJIB beloofde eerst dat het bedrag zou worden teruggestort. Toen de kantonrechter een paar maanden later bij de inhoudelijke behandeling van de zaak het beroep ongegrond verklaarde, kwam het CJIB daarop terug. Het CJIB stelde dat verzoeker inmiddels de boete verschuldigd was, gezien de beslissing van de kantonrechter. Ook een klacht bij het CJIB bracht geen oplossing.

Het vereiste van betrouwbaarheid houdt in dat de overheid afspraken en toezeggingen nakomt. Als de overheid gerechtvaardigde verwachtingen heeft gewekt bij een burger, moet zij deze ook honoreren. De overheid moet rechterlijke uitspraken voortvarend en nauwgezet opvolgen.

In verzoekers geval heeft de rechter beslist dat er aanleiding was om de door verzoeker te stellen zekerheid te verlagen tot nihil. Op grond van deze rechterlijke (tussen)beslissing had het CJIB het bedrag dat verzoeker reeds aan het CJIB had overgemaakt, direct moeten terugstorten. Het CJIB heeft ook toegezegd het bedrag binnen tien werkdagen te zullen terugstorten. Het CJIB is deze toezegging niet nagekomen, maar heeft in plaats daarvan de beslissing op het beroep afgewacht en nadat het beroep ongegrond was verklaard, het bedrag verrekend met de op dat moment verschuldigde boete. De Nationale ombudsman komt daarom tot de conclusie dat verzoekers klacht gegrond is wegens schending van het vereiste van betrouwbaarheid. Wel heeft de Nationale ombudsman er met instemming kennis van genomen dat het CJIB inmiddels heeft ingezien dat het in gebreke is gebleven en het beleid heeft aangepast. Ook heeft het CJIB aan verzoeker schriftelijk excuses heeft aangeboden.

Instantie: Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Klacht:

de door verzoeker betaalde zekerheidsstelling ondanks een eerder gedane toezegging niet teruggestort en de kosten die verzoeker heeft gemaakt niet vergoed.

Oordeel:
Gegrond