2019/013

Rapportnummer
2019/013
Rapport

Een vrouw ontdekte dat zij en haar vriend door een observatieteam van een opsporingsdienst in de gaten waren gehouden. De vriend werd verdacht van fraude en voor het opsporingsonderzoek tegen hem was het van belang te weten of hij in Nederland was en met wie hij contact had. De officier van justitie had daarom besloten tot de observatie. 

Maar de vrouw was niet alleen gevolgd terwijl ze in gezelschap was van haar vriend (de verdachte, die in een andere plaats woonde dan zij), maar bijvoorbeeld ook toen ze naar haar werk reisde. En er werd vastgelegd dat ze met een kind in haar woonkamer zat zonder dat de vriend in de buurt was. De vrouw vond dat er in strijd met de regels inbreuk was gemaakt op haar privacy en vroeg opheldering aan de officier. Die wilde er weinig over kwijt omdat het niet ging om een strafzaak tegen haar. Dat zelfde gebeurde toen ze een klacht indiende .

De overheid moet grondrechten respecteren en de Nationale ombudsman formuleert wat dat betekent voor een zaak als deze. Allereerst moet een officier van justitie vóórdat hij besluit tot het observeren van mensen nagaan of de wet dit toestaat, belangen en alternatieven zorgvuldig afwegen, het doel bepalen en  de reikwijdte afbakenen. Het betekent ook een officier verantwoording aflegt en daartoe zijn afweging en beslissing vastlegt, zodat controle achteraf mogelijk is.

De Nationale ombudsman oordeelt dat dat hier onvoldoende is gebeurd. Sommige observaties vonden plaats terwijl een schriftelijk bevel daartoe van de officier van kracht was, maar daarin stond het observeren van gedragingen van de verdachte (niet van de vrouw) centraal. Op andere momenten zou er toestemming van de officier zijn geweest voor bijvoorbeeld het volgen van de vrouw. Het OM kon echter nauwelijks verantwoorden wanneer die toestemming was gegeven, wat die precies inhield, hoe daarbij rekening was gehouden met de persoonlijke levenssfeer van de vrouw enzovoorts.

De Nationale ombudsman concludeerde dat het OM zich heeft afgeschermd voor onafhankelijke controle op opsporingshandelingen. Hij vindt dit niet behoorlijk. De klacht over het ontbreken van  processuele waarborgen en verantwoording van observaties is gegrond.

Een klacht over het afschermen van informatie tijdens de klachtbehandeling bij het OM, is volgens de Nationale ombudsman deels gegrond.