2018/034 Belastingdienst weigert beslagvrije voet te corrigeren vanaf de eerste meldingsdatum

Instantie
Rapportnummer
2018/034
Rapport

De Belastingdienst heeft vanaf juli 2016 de beslagvrije voet van verzoekster met enkele honderden euro's verlaagd zodat zij van haar WAO-uitkering een stuk minder overhoudt. In juli 2016 stuurt verzoekster een e-mail aan de belastingdeurwaarder waarin ze verzoekt de eerder vastgestelde beslagvrije voet van € 1.745 te respecteren omdat zij anders in grote financiële problemen terecht zal komen. De deurwaarder adviseert haar een brief te sturen naar het belastingkantoor. Dit doet verzoekster. Nadat een reactie uitblijft, dient ze hierover een klacht in.

Zowel tijdens de interne klachtbehandeling door de Belastingdienst als tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman weigert de Belastingdienst de beslagvrije voet vanaf juli 2016 te corrigeren omdat betrokkene niet eerder dan oktober 2016 haar verzoek nader onderbouwd heeft.

De Nationale ombudsman vindt – met name vanwege het feit dat de Belastingdienst bij de vaststelling geen berekening van de beslagvrije voet heeft meegestuurd – niet dat het geheel aan verzoekster kan worden verweten dat ze haar verzoek niet tijdig onderbouwd heeft. Daarnaast vindt hij dat de deurwaarder niet adequaat en volledig op de e-mail van verzoekster heeft gereageerd.

Daarmee is de klacht naar het oordeel van de Nationale ombudsman gegrond wegens schending van goede informatieverstrekking en het vereiste van maatwerk.

De Nationale ombudsman verbindt aan dit oordeel de aanbeveling om in gesprek te gaan met verzoekster om te bezien of zij het nog zinvol acht de beslagvrije voet per 19 juli 2016 te corrigeren. Daarnaast beveelt hij aan dat bij elke vaststelling of correctie van de beslagvrije voet een berekening mee wordt gezonden waaruit blijkt op welke gegevens deze is gebaseerd.

Ten slotte doet hij de aanbeveling dat de Belastingdienst de burger proactief informeert en zich coulant en ruimhartig opstelt in situaties waarin de burger een melding maakt dat hij onder de voor hem geldende beslagvrije voet heeft geleefd.

Instantie: Belastingdienst

Klacht:

verzoeksters inkomen ligt door toedoen van de Belastingdienst, van juli tot en met oktober 2016, onder de voor haar geldende beslagvrije voet

Oordeel:
Gegrond