2018/023 Openbaar ministerie en politie hadden slachtoffer van inbraak beter moeten ondersteunen

Rapportnummer
2018/023
Rapport

Het rapport gaat over de ervaringen die een vrouw heeft gehad met politie en OM in Amsterdam, nadat twee aangeschoten toeristen in haar bedrijfspand schade hadden aangericht. Toen haar aangifte na veel gedoe was opgenomen, kwam ze erachter dat het OM de aangehouden daders allang had weggestuurd met een boete (transactie). Het OM bood aan de boete aan haar over te maken als vergoeding voor de schade aan (o.a.) de deur van het pand, maar die schade was volgens de vrouw een stuk hoger. Voor andere klachten vond ze eerst geen gehoor. Naderhand behandelde het OM veel van haar klachten wel, maar met de uitkomst was ze niet tevreden. En van de politie hoorde ze niets meer.

De Nationale ombudsman kijkt in deze klachtprocedure niet naar de beslissing om de verdachten niet voor de rechter te brengen, maar of het OM bij de voorbereiding van deze beslissing op behoorlijke wijze is omgesprongen met (de belangen van) de vrouw slachtoffer. Het OM heeft daarbij nl een uitdrukkelijke rol. De klachten van de vrouw zijn dat het OM onvoldoende heeft uitgezocht wat de schade was en dat de strafzaak buiten haar om is afgehandeld, nog voordat zij aangifte had kunnen doen.

De Nationale ombudsman vindt de klachten gegrond.

Dat geldt allereerst voor de klacht over de politie, dat deze pas bij de derde afspraak op het bureau de aangifte heeft opgenomen.

Ook het Openbaar Ministerie heeft op verschillende punten niet behoorlijk gehandeld.

Het OM heeft onvoldoende gedaan om het nodige te weten te komen over de schade, aldus de ombudsman. Er is geen navraag gedaan bij de politie, die op de plek van de inbraak was geweest, maar alleen gekeken in het politiesysteem, waar nog geen informatie was ingevoerd. Ook is geen informatie ingewonnen bij het slachtoffer. En dat terwijl het niet zo moeilijk was geweest om de gebruiker van het bedrijfspand te traceren: de politie had op de ochtend van de inbraak al met een medewerker van het bedrijf gebeld. Anders dan justitie aanvoert, had het (laten) inwinnen van meer informatie niet persé hoeven leiden tot onredelijke vertraging in de afhandeling.

Het OM heeft nooit op eigen initiatief contact gezocht met verzoekster. Zij voelde zich buitengesloten, zo liet ze het OM weten toen ze erachter kwam hoe de inbraak was afgehandeld. Eerst ging het parket hieraan voorbij en heeft daarmee een kans laten liggen om snel de nalatigheid "goed" te maken. Bij de "officiële" klachtbehandeling onderkende het parket dat verzoekster over de afloop van de zaak geïnformeerd had moeten worden en zijn excuses aangeboden voor het uitblijven daarvan.

Ten onrechte is niet stilgestaan bij een belangrijke oorzaak van de slechte informatiepositie van verzoekster, te weten: een gebrek aan informatie-uitwisseling tussen politie en OM.

Justitie heeft aan verzoekster het bedrag aangeboden dat de inbrekers aan het OM hadden voldaan "tbv schade deur". De Nationale ombudsman vindt dat niet genoeg en doet op dit punt een aanbeveling ten behoeve van verzoekster:

Instantie: Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Amsterdam)

Klacht:

nog voordat verzoekster of haar zus aangifte konden doen en schade had kunnen doorgeven van inbraak in haar bedrijfspand, had het OM de strafzaak al afgehandeld buiten haar om

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Amsterdam)

Klacht:

Arrondissementsparket had geen informatie bij verzoekster als slachtoffer en/of bij de politie ingewonnen alvorens een transactievoorstel aan de verdachten te doen

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Amsterdam)

Klacht:

verzoekster in de weken na de inbraak niet geïnformeerd over de behandeling van de strafzaak

Oordeel:
Gegrond

Instantie: politie-eenheid Amsterdam

Klacht:

verzoekster in de weken na de inbraak niet geïnformeerd over de behandeling van de strafzaak

Oordeel:

Instantie: politie-eenheid Amsterdam

Klacht:

een afspraak voor het doen van aangifte twee maal afgezegd waardoor verzoeksters zus pas twee weken na de inbraak aangifte kon doen

Oordeel:
Gegrond