2017/116 Belastingdienst mag zekerheid vragen bij uitstel van betaling belastingschuld

Rapport

Verzoeker is het niet eens met de beslissing van de directeur Belastingen van de Belastingdienst op zijn beroep tegen de beslissing op zijn verzoek om uitstel van betaling. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman kan niet gezegd worden dat uitstel had moeten worden verleend op de door verzoeker gestelde omstandigheid dat het gaat om 'tot behoud van rechten' opgelegde aanslagen. Omdat het gaat om navorderingsaanslagen die nog niet onherroepelijk vaststaan, is de op grond van artikel 1.1.5 van de Leidraad Invordering 2008 geregelde toets op de materiële verschuldigdheid niet aan de orde. Ook de uitspraak van Hof 's-Hertogenbosch van 5 februari 1990 noopt de ontvanger c.q. de directeur daar niet toe.

De Nationale ombudsman vindt het te billijken dat zekerheid is gevraagd en evenzeer dat dit is beperkt tot een percentage van 80%. De Nationale ombudsman volgt verzoeker niet in zijn stelling dat voor de opgelegde boetes geen zekerheid mocht worden gevraagd. Ten slotte gaat de Nationale ombudsman nog in op de omstandigheid dat in de navorderingsaanslagen bedragen zijn begrepen waarvan de Belastingdienst erkent dat die onterecht zijn. Hoewel de Nationale ombudsman de argumentatie van de Belastingdienst omtrent de verwachtingen en mogelijkheden van interne compensatie begrijpt, vindt hij toch dat de vaststelling dat de navorderingsaanslagen zoals die zijn opgelegd te hoog zijn, moet leiden tot een daarmee corresponderende matiging van de gevraagde zekerheid. Of, en zo ja in hoeverre, interne compensatie zal gaan plaatsvinden, is naar het oordeel van de Nationale ombudsman te weinig concreet om daar bij het vragen van zekerheid al rekening mee te houden. Dit oordeel geeft aanleiding tot het doen van een aanbeveling.

Instantie: Directeur Belastingen van de Belastingdienst

Klacht:

afwijzing van uitstel van betaling voor een belastingschuld

Oordeel:

Niet gegrond