2017/031 Patiëntenorganisaties voelen zich mede door het handelen van minister van VWS buitenspel gezet

Rapport

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verleent in het kader van een subsidieregeling subsidie voor het opzetten van een digitaal platform dat patiënten ten goede dient te komen. Tijdens de looptijd van dit project ontstaat een conflict tussen één van de organisaties, die in de functie van penvoerder een formele subsidierelatie heeft met de minister en subsidie ontvangt van de minister, en de patiënten- en gehandicaptenorganisaties (pg-organisaties) die het project mede financieren en het projectplan samen met de penvoerder hebben opgesteld, de vouchergevers. De pg-organisaties hebben een opvatting over hun rol en positie ten aanzien van de subsidieaanvraag en het project die naderhand blijkt te verschillen van de door de minister gekozen opzet van het subsidieprogramma. Zij zien zichzelf als inhoudelijk eigenaar van het project en mede-indieners van de subsidieaanvraag; de minister beschouwt alleen de penvoerder als subsidieaanvrager en als enig aanspreekpunt. De pg-organisaties zijn van mening dat de penvoerder hen met medewerking van de minister heeft buitengesloten uit het gezamenlijke project. Nadat de penvoerder failliet is gegaan, proberen de pg-organisaties middels een doorstart weer zeggenschap over het project te verkrijgen.

De Nationale ombudsman vindt dat de minister bij de voorbereiding van de beslissing op de subsidieaanvraag oog moet hebben voor de positie van alle betrokken pg-organisaties en niet alleen ten opzichte van de penvoerder.De discrepantie tussen de projectaanvraag die de pg-organisaties en de penvoerder hadden opgesteld en de subsidieregeling had voor de minister aanleiding moeten zijn om contact op te nemen met de penvoerder en met de vouchergevers en hen de gelegenheid te geven om een nieuw projectplan op te stellen met een rolverdeling die zou aansluiten bij de regeling en waarmee alle betrokkenen zouden instemmen. Door dit na te laten heeft de minister gehandeld in strijd met het vereiste van goede voorbereiding.

Het valt de Nationale ombudsman op dat de minister onvoldoende aandacht schonk aan de belangen van de pg-organisaties nadat een conflict was ontstaan tussen de pg-organisaties en de penvoerder.De Nationale ombudsman ziet dat de minister zich na het faillissement van de penvoerder heeft ingespannen om in een gevoelige situatie de pg-organisaties weer toegang te geven tot het project waar zij aan deelnamen. Op dit punt heeft de minister dan ook behoorlijk gehandeld, door rekening te houden met en zich in te spannen voor de wens van de pg-organisaties om het project af te ronden.

De Nationale ombudsman beveelt de minister aan om bij lopende en toekomstige subsidieprojecten op basis van het vouchersysteem:

- in de schriftelijke en mondelinge informatieverstrekking voldoende verduidelijking te geven over de rolverdeling tussen penvoerder en vouchergevers;

- contact op te nemen met de penvoerder en met de vouchergevers en hen de gelegenheid te geven om een nieuw projectplan op te stellen met een rolverdeling die aansluit bij de regeling en waarmee alle betrokkenen kunnen instemmen;

- rekening te houden met de belangen van de vouchergevers wanneer zich complicaties voordoen binnen een project.

Instantie: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Klacht:

vijf patiëntenorganisaties belemmerd om uitvoering te geven aan een door hen geïnitieerd project door een projectvoorstel dat door hen en andere patiëntenorganisaties was ingediend goed te keuren voor subsidieverlening, zonder hen er op te wijzen dat de informatie in hun projectvoorstel over de rolverdeling tussen vouchergevers en penvoerder afweek van de rolverdeling die de minister hanteerde en dat dit voor hen verstrekkende gevolgen kon hebben

Oordeel:
Gegrond

Instantie:

Klacht:

vijf patiëntenorganisaties belemmerd om uitvoering te geven aan een door hen geïnitieerd project door de patiëntenorganisaties geen toegang tot het eigen project te geven nadat de penvoerder van het project failliet was gegaan

Oordeel:
Niet gegrond
Publicatienummer
2017/031