2016/102 Bureau Jeugdzorg Noord-Holland zorgt niet voor tijdige verstrekken van indicatie pleegzorg

Rapportnummer
2016/102
Rapport

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarin minderjarige kinderen met instemming van hun ouders worden opgevangen en verzorgd door kennissen of familie. Soms is er geen sprake van een problematische situatie die noodzaakt tot professionele begeleiding ten behoeve van het kind. Dan is sprake van informele pleegzorg binnen het eigen netwerk. Is die behoefte aan jeugdhulp in de wettelijke betekenis er wel, dan is dat grond voor het afgeven van een indicatie voor pleegzorg. Deze indicatie geeft recht op begeleiding door een pleegzorgaanbieder. De pleegouders ontvangen van de pleegzorgaanbieder een wettelijk vastgestelde pleegzorgvergoeding. Dan is er sprake van "formele" pleegzorg. Tot 1 januari 2015 was het de taak van Bureaus Jeugdzorg om daarover te beslissen. Het vergt een professionele afweging om te bepalen of er een grond is voor een indicatie pleegzorg.

In dit geval klaagden grootouders er bij de Nationale ombudsman over dat het toenmalige Bureau Jeugdzorg te Haarlem geen zorg droeg voor een tijdige toekenning van pleegzorgvergoeding toen zij hun kleinkinderen opvingen vanwege een noodsituatie bij de kinderen thuis. De Nationale ombudsman vatte dit op als een klacht dat BJZ geen zorg droeg voor tijdige verstrekking van een indicatiebesluit op basis waarvan de grootouders pleegzorgvergoeding konden ontvangen

Het is niet aan de Nationale ombudsman om zelf de afweging te maken of er wel of niet reden was voor de afgifte van een indicatie. De Nationale ombudsman onthoudt zich dan ook van een oordeel over de klacht over niet tijdige verstrekking van een indicatie pleegzorg. Wel komt naar voren dat BJZ onvoldoende (open) met de grootouders heeft gecommuniceerd om uit te diepen hoe het ging met de opvang, om hen te informeren over opties en de consequenties daarvan.Al met al is de situatie te lang "schimmig" gebleven, doordat BJZ de kwestie onvoldoende heeft geagendeerd.Het kan zijn dat het proces van de besluitvorming rond de indicatie is hierdoor is vertraagd. Dit brengt echter niet mee dat achteraf kan worden vastgesteld dat de indicatie eerder had moeten worden afgegeven.

Instantie: (voormalig) Bureau Jeugdzorg Noord-Holland

Klacht:

geen zorg gedragen voor een tijdige toekenning van pleegzorgvergoeding toen verzoekers hun kleinkinderen opvingen vanwege een noodsituatie bij de kinderen thuis

Oordeel:
Geen oordeel