2014/041: OM moet volledige reiskosten betalen voor slachtoffer die tevergeefs naar de strafzitting in NL reisde

Rapport

Verzoeker stelt dat hij jaren is gestalkt op internet. Verzoeker woont in het buitenland en daarom heeft zijn zoon namens hem aangifte hiervan gedaan. Toen de zaak voor de rechter kwam, heeft de zoon van verzoeker hem tijdens de zitting vertegenwoordigd. De verdachte was niet verschenen op deze zitting en de zaak zou later opnieuw op zitting worden behandeld. Verzoeker wilde bij de tweede zitting aanwezig zijn en reisde daarvoor naar Nederland. Tijdens de tweede zitting bleek dat eerder aan de verdachte een transactievoorstel was gedaan, die de verdachte had betaald. Hiermee was het recht op vervolging door het Openbaar Ministerie (OM) komen te vervallen. Verzoeker heeft het College van procureurs-generaal verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met het bijwonen van de tweede zitting bij de rechter. Volgens verzoeker bedroegen de door hem gemaakte kosten in totaal € 2222,95. Het College achtte een bedrag van € 500,00 een redelijke vergoeding voor de gemaakte kosten.

De Nationale ombudsman oordeelde dat door een fout van het OM niet vóór de tweede zitting bij de rechter is gebleken dat de verdachte tijdig een transactievoorstel had betaald waardoor een behandeling van de zaak door de rechter niet meer mogelijk was. Als het OM dit eerder had onderkend, had verzoeker geen kosten hoeven maken voor het bijwonen van de tweede zitting bij de rechter in Nederland. De Nationale ombudsman kan zich voorstellen dat verzoeker de zitting bij de rechter wilde bijwonen gelet op de impact die de gestelde smaad/laster volgens verzoeker had en nog steeds heeft op zijn leven. De reiskosten die verzoeker heeft gemaakt, zijn hoog. Hierin onderscheidt hij zich van (andere) slachtoffers in Nederland die een zitting willen bijwonen. Echter verzoeker zou deze kosten niet hebben gemaakt als het OM eerder had onderkend dat de zaak niet meer door de rechter kon worden beoordeeld. De omstandigheden van dit geval hadden dan ook in redelijkheid niet kunnen leiden tot het grotendeels afwijzen van het verzoek om vergoeding van de reiskosten.

Het College heeft op dit punt gehandeld in strijd met het redelijkheidsvereiste.

De Nationale ombudsman is verheugd dat de minister heeft aangegeven de reiskosten van verzoeker alsnog volledig te vergoeden.

Instantie: College van procureurs-generaal te Den Haag

Klacht:

slechts bereid een gedeelte van de door verzoeker gevorderde schade te vergoeden

Oordeel:

Gegrond