2013/207: Schijn van partijdigheid: vertrouwenspersoon is ook coordinator P&O

Rapportnummer
2013/207
Rapport

Verzoeker klaagt er bij de Nationale ombudsman over dat zijn werkgever, een waterschap, toestaat dat er stelselmatig achteraf vergunningen worden aangevraagd en verleend.

Ook klaagt hij erover dat er bij het waterschap geen onafhankelijke vertrouwenspersoon voor klokkenluiders is.

Verzoeker heeft een bepaalde werkwijze intern aan de orde gesteld bij zijn werkgever. Hij is van mening dat er sprake is van een stelselmatige werkwijze in strijd met de regels. Verzoeker is van mening dat hier sprake is van een misstand.

Hij is van mening dat de functie van coördinator Personeel en Organisatie (P&O)niet geschikt is voor de functie van vertrouwenspersoon voor klokkenluiders.

Ten aanzien van de werkwijze heeft verzoeker vier projecten genoemd. De Nationale ombudsman heeft op grond van alle verkregen informatie, en extern ingewonnen informatie, geoordeeld dat er geen sprake is van een structurele werkwijze van vergunningverlening achteraf.

Uit twee landinrichtingsprojecten blijkt wel dat het waterschap, in strijd met de regels een stap van vergunningverlening overslaat. Nu gebleken is dat een aantal andere waterschappen ook deze werkwijze hanteren, wijst deze werkwijze evenmin op een werkwijze van het structureel achteraf verlenen van vergunningen.

Vereiste van integriteit; ongegrond

Wat betreft de invulling van de vertrouwenspersoon door de coördinator P&O is de Nationale ombudsman van oordeel dat het geen voorkeur heeft om deze twee functie te laten vervullen door één persoon. De banden tussen coördinator P&O en de directie zijn zodanig nauw dat dit onvoldoende vertrouwen geeft om vertrouwenspersoon voor klokkenluiders te kunnen zijn. Alle schijn van partijdigheid dient te worden vermeden en een vertrouwenspersoon moet onafhankelijk zijn.

Vereiste van onpartijdigheid; gegrond

De Nationale ombudsman is van oordeel dat verzoeker voldoende aanleiding had om zich als klokkenluider te beschouwen. Mede om die reden heeft de Nationale ombudsman een onderzoek ingesteld. Hoewel het waterschap niet in strijd met het integriteitsvereiste heeft gehandeld, betekent dat niet dat er redelijkerwijs geen sprake kon zijn van een vermoeden van een misstand. De Nationale ombudsman is van oordeel dat het ook niet terecht zou zijn indien verzoekers kritiek op de praktijk van vergunningverlening consequenties zou hebben voor verzoekers rechtspositie.

Instantie: Waterschap Roer en Overmaas te Sittard

Klacht:

stelselmatig achteraf verlenen van vergunningen door het waterschap

Oordeel:
Niet gegrond

Instantie: Waterschap Roer en Overmaas te Sittard

Klacht:

geen onafhankelijke vertrouwenspersoon voor klokkenluiders bij het waterschap

Oordeel:
Gegrond