2013/136: Verzoekers klagen dat VGZ Zorgkantoor zich onvoldoende ingespannen heeft bij plaatsing zorginstelling

Rapportnummer
2013/136
Rapport

Verzoekers meldden hun autistische en verstandelijk beperkte zoon in augustus 2010 aan voor dagbesteding bij een zorginstelling. De zoon van verzoekers logeert daar reeds sinds 2009 met enige regelmaat, zonder noemenswaardige incidenten. Verzoekers meldden bij de aanmelding dat hun zoon wel eens behoorlijk agressief kon zijn en dat er nog gezocht werd naar de meest geschikte medicatie voor hem. Uiteindelijk weigerde de zorginstelling om de zoon van verzoekers te plaatsen voor dagbesteding nadat verzoekers tijdens een overleg videobeelden lieten zien van een woedeuitbarsting van haar zoon.

Het zorgkantoor nam het standpunt in dat de zorginstelling de zoon van verzoekers onterecht geweigerd had en dat het niet de juiste procedures voor afwijzing had gehanteerd. De klachtenfunctionaris regelde een klachtgesprek met verzoekers en de zorginstelling. Toen de zorginstelling na herhaaldelijk overleg bij het eigen standpunt bleef, adviseerde de klachtenfunctionaris verzoekers om het erbij te laten en op zoek te gaan naar een andere zorginstelling. Het zorgkantoor constateerde dat het opereren van de zorginstelling niet vlekkeloos was verlopen maar ook dat het maximaal haalbare bereikt was met het gesprek en de schriftelijk door de zorginstelling gemaakte excuses.

Verzoekers klagen erover dat VGZ Zorgkantoor zich onvoldoende heeft ingespannen om plaatsing van hun zoon te realiseren bij een zorginstelling die hem had afgewezen.

Het valt de Nationale ombudsman op dat het zorgkantoor na de zorgweigering door de zorginstelling spoedig actie heeft ondernomen naar verzoekers toe. Het zorgkantoor is in overleg getreden met verzoekers en heeft de zorginstelling daarnaast kritisch aangesproken op het eigen handelen. Het zorgkantoor had beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de zorgweigering; het maakte echter geen gebruik van deze bevoegdheid en dat leidde er uiteindelijk toe dat de zorginstelling de vrijheid had om zonder kritische toetsing door het zorgkantoor de zorg aan de zoon van verzoekers te weigeren. Het zorgkantoor volgde daarmee niet de procedure. Daar hadden verzoekers echter wel op mogen vertrouwen.

De Nationale ombudsman oordeelt dan ook dat het zorgkantoor de belangen van verzoekers onvoldoende in acht heeft genomen en niet heeft gehandeld in overeenstemming met het vereiste van betrouwbaarheid.

De Nationale ombudsman beveelt het zorgkantoor aan om in het vervolg te handelen volgens de eigen procedure bij een geval van zorgweigering. Daarnaast beveelt de Nationale ombudsman het zorgkantoor aan om met verzoekers te bespreken waarom het de procedure zorgweigering destijds niet heeft gevolgd en aan te bieden een bemiddelende rol te spelen in een gesprek tussen verzoekers en de zorginstelling over de mogelijkheid om de zoon van verzoekers in een later stadium alsnog te accepteren.

Instantie: VGZ Zorgkantoor te Alkmaar

Klacht:

onvoldoende ingespannen om plaatsing van de zoon van verzoekers te realiseren bij een zorginstelling die hem had afgewezen

Oordeel:
Gegrond