2013/058: IND vraagt in eerste verhoor over asielmotieven ipv tijdens nader verhoor

Rapportnummer
2013/058
Rapport

Verzoekers vluchtten naar Nederland vanwege hun bekering tot het christendom. Zij dienden op 21 juni 2012 een asielaanvraag en werden meteen onderworpen aan een eerste gehoor. De IND stelde tijdens het eerste gehoor echter (nadere) vragen over hun bekering die onderdeel uitmaakte van hun reden van vertrek. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman handelde de IND hierdoor in strijd met het beginsel van fair play. Het eerste gehoor, dat op de eerste dag van de algemene asielprocedure plaatsvindt, richt zich niet op de asielmotieven van vreemdelingen. Vreemdelingen dienen de gelegenheid te krijgen om zich op de tweede dag adequaat voor te bereiden op het nader gehoor. Dit gehoor vindt op de derde dag plaats en daarin komen de asielmotieven ter sprake. Tijdens de voorbereiding van het nader gehoor kan de vreemdeling zich laten bijstaan door een advocaat. Hierdoor zal het nader gehoor van betere kwaliteit zijn. Omdat een goede voorbereiding van het nader gehoor essentieel is in de asielprocedure en tevens de zorgvuldigheid ten goede komt, mag het voorgaande naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet worden doorkruist. Vragen die verband houden met de redenen van vertrek uit het land van herkomst oftewel over de asielmotieven mogen naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet tijdens het eerste gehoor worden gesteld. Tijdens het nader gehoor is er voldoende gelegenheid om deze vragen te stellen. Mocht de vreemdeling tijdens het eerste gehoor uit eigen beweging, dus zonder daarnaar gevraagd, vertellen over de asielmotieven, dan ligt het op de weg van de IND om niet door te vragen naar deze asielmotieven en de vreemdeling er meteen op te wijzen dat tijdens het nader gehoor voldoende gelegenheid daarvoor zal zijn.

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ervoor zal zorgdragen dat de hoormedewerkers in asielzaken eenduidig worden geïnstrueerd dat het stellen van (nadere) vragen over onderwerpen die (mogelijk) verband houden met de redenen van vertrek uit het land van herkomst, zoals een bekering, niet tijdens het eerste gehoor maar tijdens het nader gehoor gebeurt. Tijdens het eerste gehoor kunnen wel vragen worden gesteld over de religie van een vreemdeling, voor zover deze vragen onderdeel uitmaken van de vaststelling van de identiteit van de vreemdeling.

Instantie: Immigratie- en Naturalisatiedienst

Klacht:

tijdens het eerste gehoor, dat bestemd was voor de vaststelling van de identiteit, nationaliteit en reisroute, verzoekers vragen gestesld over hun asielmotieven, zoals hun bekering tot het christendom.

Oordeel:
Gegrond