2013/050: Man klaagt dat UWV zijn ZW-uitkering op verkeerde rekening stort

Rapportnummer
2013/050
Rapport

Verzoekers cliënt, de heer B., ontving een WW-uitkering van het UWV. Hij had zijn rekeningnummer bij het UWV gewijzigd en wilde nu toch weer het oude rekeningnummer laten gebruiken. Dat gaf hij aan het UWV door; deze wijziging werd verwerkt en bevestigd door het UWV. Hierna ging de heer B. over naar de ZW. Vier weekbetalingen werden echter overgemaakt naar het rekeningnummer dat hij inmiddels weer had laten wijzigen door het UWV. Deze rekening vertoonde een negatief saldo waardoor de heer B. feitelijk niet over deze ZW-uitkering kon beschikken.

Bij de Nationale ombudsman klaagde verzoeker erover dat zijn cliënt nu vier weken zonder leefgeld had gezeten terwijl hij tijdig zijn rekeningnummer had laten aanpassen.

Het UWV had naar aanleiding van de ziekmelding vanuit de WW op 1 september 2010 telefonisch contact opgenomen met de bewindvoerder van de heer B. Daarbij was geen check gedaan op het rekeningnummer, waarop de toe te kennen ZW-uitkering betaald diende te worden, zo bleek.

De Nationale ombudsman stelde vast dat bij de start van uitbetalingen verificatie bij de uitkeringsgerechtigde van het rekeningnummer moet plaatsvinden. De instructie die de medewerkers UWV hiervoor hanteren is een behoorlijke gedragslijn daarvoor. Gelet op het feit dat het UWV op 1 september 2010 niet telefonisch een check heeft gedaan naar het rekeningnummer waarop de ZW-uitkering betaald moest worden, is naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet behoorlijk gehandeld.

Verder bleek onenigheid te zijn ontstaan over de vaststelling van de hoogte van de geleden schade. Verzoeker berekende de schade als het bedrag dat zijn cliënt niet ten goede was gekomen, het UWV wilde aangetoond hebben dat verzoeker hierdoor andere betalingsverplichtingen dan het opheffen van zijn tekort op die rekening, niet kon nakomen. De Nationale ombudsman is van oordeel dat de interpretatie van het UWV geen recht doet aan de situatie van de heer B. Ziekengeld is leefgeld, daarvan moeten zowel de dagelijkse kosten van levensonderhoud als, in zijn geval, betalingen aan schuldeisers worden voldaan. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman brengt een coulante opstelling ten aanzien van deze schadeclaim mee dat met name de kosten van levensonderhoud als een gegeven worden beschouwd en het gemis van leefgeld niet verder hoeft te worden aangetoond. Het UWV zou daarbij als richtsnoer kunnen nemen de NIBUD-gegevens voor levensonderhoud. De opstelling van het UWV in de afhandeling van de schadeclaim is naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet behoorlijk.

De Nationale ombudsman geeft de Raad van bestuur van het UWV in overweging om alsnog een financiële genoegdoening te bieden ter hoogte van de kosten van levensonderhoud over de betreffende periode van vier weken.

Het vereiste van goede voorbereiding en van coulance; beide gegrond.

Instantie: UWV Amsterdam

Klacht:

verzoekers (een bewindvoerder) cliënt heeft over een periode van vier weken ZW-betalingen gemist, omdat de betalingen zijn overgemaakt op een oud, in het rood staand rekeningnummer

Oordeel:
Gegrond

Instantie: UWV Amsterdam

Klacht:

afhandeling verzoek om schadevergoeding

Oordeel:
Gegrond