2011/356: Rederij klaagt over concurrentienadeel door ongelijke vrijstelling omzetbelasting

Rapport

Verzoekster, een rederij die veerdiensten in het Waddengebied aanbiedt, ondervindt concurrentienadeel nu zekere concurrenten, anders dan zij, gebruik kunnen maken van een vrijstelling van omzetbelasting.

Verzoekster klaagt er over dat de minister van Financiën door het in stand laten van de regeling waarop die vrijstelling is gebaseerd gelijke gevallen ongelijk behandelt.

De Nationale ombudsman concludeert dat de bedoelde regeling een vrijstelling behelst die in afwijking is van de wet en dat de aanleiding voor die regeling niet meer aanwezig is. Voor het handhaven van die regeling bestaat geen objectieve rechtvaardiging. Daarom stelt de Nationale ombudsman dat van de minister van Financiën had mogen worden verwacht dat hij naar aanleiding van de klacht van verzoekster tenminste had overwogen de mogelijkheid tot vrijstelling te beëindigen en daarover – bij een negatieve uitkomst – verzoekster over de reden daarvoor had geïnformeerd.

De minister van Financiën heeft, naar het oordeel van de Nationale ombudsman, gehandeld in strijd met het vereiste van gelijke behandeling door dit niet te doen.

De Nationale ombudsman doet de aanbeveling alsnog te beoordelen of er voldoende aanleiding is de bedoelde regeling te continueren en verzoekster over de uitkomst daarvan te informeren.

-Het ministerie heeft verzoekster destijds niet, zoals andere rederijen, benaderd met de keuzemogelijkheid van vrijstelling omzetbelasting of niet;

- Het ministerie heeft de Nationale ombudsman niet volledig geïnformeerd door niet te vermelden dat andere rederijen gebruik maken van een andere vrijstelling.

Instantie: Minister van Financiën

Klacht:

verzoekster (rederij) niet, zoals andere rederijen), benaderd met de mogelijkheid te kiezen voor voortzetting van een - op besluit uit 1972 berustende - btw-vrijstelling, waardoor zij niet, zoals anderen, van die vrijstelling gebruik kan maken

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Minister van Financiën

Klacht:

in de brief aan de Nationale ombudsman een onvolledige voorstelling van zaken gegeven door niet te vermelden dat de andere rederijen bepaalde investeringen die in het kader van de destijds gekozen mogelijkheid niet voor vooraftrek in aanmerking kunnen worden gebracht, zodanig (kunnen) laten registreren dat een andere vrijstelling toepasselijk is

Oordeel:

Gegrond