2011/126: Moeder klaagt dat RvdK rapport zo heeft opgesteld dat lijkt dat zij gehoord is

Rapportnummer
2011/126
Rapport

Verzoekster raakte op de hoogte van een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) van Bureau Jeugdzorg Friesland, waarin zorgen zijn geuit over de situatie van haar dochter.

Ze klaagt erover dat het AMK niet zorgvuldig heeft gehandeld naar aanleiding van deze melding waardoor zij zich in haar eer en goede naam voelde geschaad. Verder klaagde ze over de klachtbehandeling.

De Nationale ombudsman heeft vastgesteld dat het AMK verzoekster gedurende het onderzoek niet heeft gesproken. De Nationale ombudsman vond het niet behoorlijk van het AMK dat het verzoekster niet de gelegenheid had geboden om haar kant van het verhaal te vertellen, ook omdat de melding afkomstig was van de kant van haar ex-echtgenoot. Het AMK had deze melding zorgvuldiger moeten onderzoeken. Door onvoldoende onderzoek te hebben gedaan heeft het AMK gehandeld in strijd met het vereiste van actieve en adequate informatieverwerving.

De Nationale ombudsman gaf de directie van Bureau Jeugdzorg Friesland in overweging het verzoek om raadsonderzoek aan te vullen. Voorts gaf hij in overweging om een kopie van dit rapport te sturen aan de Raad voor de Kinderbescherming en de gerechtelijke instanties en alle overige betrokkenen op de hoogte te brengen van dit rapport.

Verder een klacht over lange behandelingsduur gegrond wegens strijd met het vereiste van voortvarendheid en een klacht over een gedraging van de directeur van BJZ niet gegrond.

Instantie: Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (Bureau Jeugdzorg Friesland te Leeuwarden)

Klacht:

niet zorgvuldig gehandeld na melding

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (Bureau Jeugdzorg Friesland te Leeuwarden)

Klacht:

behandelingstermijn van de klacht

Oordeel:
Gegrond

Instantie: Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (Bureau Jeugdzorg Friesland te Leeuwarden)

Klacht:

oordeel over de klacht door toenmalige directeur, terwijl het om een gedraging van hem jegens verzoekster ging

Oordeel:
Niet gegrond