2010/368: Apotheekhouder klaagt over wijze van onderzoek door Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

Rapport

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zond aan verzoeker, een apotheekhoudende huisarts, in de zomervakantieperiode het verzoek om informatie te verstrekken in het kader van een onderzoek over de inkoopvoordelen en praktijkkosten in 2007 bij houders van een apotheek. Verzoeker was wettelijk verplicht aan dit onderzoek mee te werken. Namens de NZa werd op spoed aangedongen wat betreft de medewerking.

Verzoeker klaagt over de wijze waarop de NZa een onderzoek uit 2008 over inkoopvoordelen en praktijkkosten van apotheekhoudenden heeft uitgevoerd.

Hij klaagt er vooral over dat de NZa in het kader van dat onderzoek:

vragen heeft gesteld, die achteraf niet relevant bleken te zijn;

wat betreft de antwoorden over gemaakte kosten in bepaalde gevallen genoegen nam met aannames;

te veel druk uitoefende op hem om met spoed de vragen van het onderzoek te beantwoorden.

Verder klaagt hij over de wijze waarop de NZa zijn klacht heeft afgehandeld.

De Nationale ombudsman komt tot de conclusie dat de wijze waarop de NZa het onderzoek heeft uitgevoerd, niet te belastend is geweest voor verzoeker en dus niet in strijd met het evenredigheidsvereiste. Zo is maar een klein percentage achteraf niet relevante vragen gesteld en nam de NZa niet zonder meer genoegen met aannames, is gebleken. Ook oefende de NZa druk uit om de vragen snel te beantwoorden, maar deze druk was niet te groot, er was wel ruimte. Wel merkt hij op dat zowel in deze zaak als uit eerdere signalen blijkt dat het de NZa kennelijk niet is gelukt om gedurende en over het onderzoek op een dusdanige manier met de onderzochten te communiceren, dat zij het gevoel hebben dat de NZa voldoende oog heeft voor de problemen die medewerking aan het onderzoek met zich mee brengen. De Nationale ombudsman ziet hier kansen voor de NZa om verbeteringen aan te brengen. Dat is ook in het belang van de NZa, ter voorkoming van escalatie en ter bevordering van de acceptatie van de onderzoeken. Meer oog voor de belangen van de onderzochten en adequatere reacties op signalen daarover zouden tot verbetering kunnen leiden.

Geen strijd met het evenredigheidsvereiste, het verbod van vooringenomenheid en het beginsel van fair play. Wel strijd met het vereiste van voortvarendheid.

De Nationale ombudsman beveelt de NZa aan om na te gaan of er verbeteringen kunnen worden aangebracht in de communicatie tussen de NZa en onderzochten bij verplichte onderzoeken.

Instantie: Nederlandse Zorgautoriteit te Utrecht

Klacht:

In het kader van een onderzoek vragen gesteld die achteraf niet relevant bleken te zijn; in bepaalde gevallen genoegen genomen met aannames voor wat betreft antwoorden over gemaakte kosten; te veel druk uitgeoefend op verzoekster om met spoed de vragen van het onderzoek te beantwoorden.

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Nederlandse Zorgautoriteit te Utrecht

Klacht:

Afhandelingsduur van de klacht.

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Nederlandse Zorgautoriteit te Utrecht

Klacht:

Opnameapparatuur gebruikt tijdens hoorzitting.

Oordeel:

Geen oordeel