2009/293

Rapportnummer
2009/293
Rapport

Verzoekers verdenken de buurvrouw van hun dochter er van allerlei afval en poep in hun tuin te gooien. Op een gegeven moment reed deze buurvrouw langs hun huis. Er ontstond een handgemeen. De politie nam de aangifte van de buurvrouw op in haar woning en bezocht daarna verzoekers dochter om te weten of zij iets van de achtergrond van deze zaak wist.

Verzoeker was erg boos over dit bezoek aan zijn dochter, die een hersenbeschadiging heeft. Hij vond dit een overval, omdat de politie zijn dochter had lastig gevallen. Zijn klacht hierover werd door de korpsbeheerder ongegrond verklaard.

De Nationale ombudsman oordeelde dat de politie uit een oogpunt van actieve informatieverwerving wel aan de dochter kon vragen of zij iets van het voorval wist. Dit gesprek was ook geen indringend verhoor geweest.

De tweede klacht betrof de motivering van de beslissing op de klacht door de korpsbeheerder. De korpsbeheerder vond het horen van de dochter, ondanks haar hersenbeschadiging, als getuige redelijk.

De Nationale ombudsman oordeelde dat dit oordeel inhoudelijk wel juist was, maar dat de motivering te kort schoot, omdat hier niet in staat waarom de politie dacht van de dochter meer informatie te kunnen krijgen en de hersenbeschadiging wel wordt genoemd, maar niet wordt uitgelegd waarom de korpsbeheerder het horen redelijk vond.

Instantie: Beheerder regiopolitie Friesland

Klacht: In beslissing onvoldoende gemotiveerd waarom verzoekers klacht ongegrond is verklaard. Oordeel:
Gegrond

Instantie: Regiopolitie Friesland

Klacht: Verzoekers dochter in woning lastig gevallen om haar te verhoren over een gebeurtenis bij verzoekers woning op de dag, terwijl zij een hersenbeschadiging heeft en niet gezien kon hebben wat zich voor verzoekers woning had afgespeeld. Oordeel:
Niet gegrond