Negen jaar nadat de Nationale ombudsman voor het eerst vaststelde dat de overheid onvoldoende rekening hield met de mensenrechten van Sinti, Roma en reizigers, is hun positie nauwelijks verbeterd. Zij krijgen nog altijd te maken met discriminatie en uitsluiting, ook door de overheid zelf. Nationale ombudsman Reinier van Zutphen roept het kabinet op tot actie. “Er is schokkend weinig voortgang geboekt. Ik mis bij de overheid het gevoel van urgentie dat hierbij nodig is.”
Negatieve stereotypen
Discriminatie van Sinti, Roma en reizigers is volgens de ombudsman vrijwel genormaliseerd in onze samenleving. Zij ervaren discriminatie bij het zoeken naar werk, het aanvragen van een hypotheek voor hun woonwagen en het afsluiten van een verzekering. Sommigen voelen zich daardoor genoodzaakt hun achtergrond en cultuur verborgen te houden.
Ook de overheid laat zich volgens de ombudsman nog te vaak leiden door negatieve stereotypen van woonwagenbewoners. De nadruk ligt te veel op controle en beheersing en te weinig op het beschermen van hun rechten en cultuur.
Reinier van Zutphen: “Sinti, Roma en reizigers mogen verwachten dat de overheid hun mensenrechten respecteert en actief bevordert. Een overheid die zich laat leiden door negatieve stereotypen, handelt onbehoorlijk.”
99 standplaatsen erbij, duizenden nodig
Het zogenoemde uitsterfbeleid, waarbij vrijgekomen standplaatsen niet opnieuw werden uitgegeven, werd in 2018 formeel beëindigd. Toch is het tekort aan standplaatsen sindsdien nauwelijks teruggedrongen.
In de afgelopen drie jaar kwamen er slechts 99 standplaatsen bij, terwijl naar schatting 4.000 tot mogelijk 8.000 nieuwe standplaatsen nodig zijn. Gemeenten wijzen onder meer op hoge kosten, gebrek aan grond, weerstand van omwonenden en politieke onwil. Sinti, Roma en reizigers merken dat het uitsterfbeleid in een andere vorm voortduurt.
Ook kinderen ervaren uitsluiting
De gevolgen zijn ook merkbaar voor kinderen. Zij voelen zich minder thuis op school, worden gepest, krijgen vaker een te laag schooladvies en ervaren discriminatie bij het zoeken naar een stage.
Daarnaast liggen woonwagenlocaties regelmatig op plekken die ongeschikt zijn voor kinderen, bijvoorbeeld in de buurt van veel vrachtverkeer. Ook ontbreken vaak speelvoorzieningen. Volgens de ombudsman versterkt dit het gevoel dat zij er niet volledig bij horen.
Kabinet moet achterstelling herstellen
De Nationale ombudsman roept de ministers van Binnenlandse Zaken, Volkshuisvesting en Participatie op om discriminatie en stigmatisering kabinetsbreed aan te pakken en de woonwagenculturen beter te beschermen. Daarbij moet de overheid volgens Van Zutphen allereerst de historische achterstelling op de woningmarkt herstellen. Die is mede het gevolg van het voormalige uitsterfbeleid.
Daarnaast pleit Van Zutphen voor erkenning van Sinti, Roma en reizigers als nationale minderheid. Ook de Tweede Kamer heeft het kabinet daartoe onlangs opgeroepen. Die erkenning moet hun rechten, cultuur en identiteit beter beschermen en ervoor zorgen dat zij daadwerkelijk worden betrokken bij beleid dat hen raakt.
Van Zutphen: "Een overheid die jarenlang onrechtvaardig beleid heeft gevoerd en dat niet rechtzet, schiet tekort. Het is hoog tijd dat de overheid er nu echt voor zorgt dat Sinti, Roma en reizigers kunnen wonen en leven op een manier die past bij hun cultuur."

