Nationale ombudsman: controleerbaarheid politieverhoren moet beter

Op deze pagina

    Nieuwsbericht

    Van politieverhoren moet veel vaker een bandopname worden gemaakt, zegt Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman. In een rapport dat vandaag verschijnt, concludeert hij dat opnames eerder regel moeten zijn dan uitzondering. Zo kan achteraf worden geverifieerd hoe het verhoor is verlopen en wat er exact is verklaard. Hij adviseert de minister van Justitie deze werkwijze voor de politie verplicht vast te leggen.

    Nu worden verhoren alleen bij zeer ernstige delicten opgenomen. Naar aanleiding van de Schiedamse parkmoord heeft de commissie Posthumus eind vorig jaar een voorstel gedaan om het maken van bandopnames van verhoren uit te breiden. De minister van Justitie heeft met steun van het kabinet dit voorstel overgenomen.

    Opnames uitgangspunt, geen uitzondering

    Deze voorstellen gaan de Nationale ombudsman echter niet ver genoeg. Hij doet de minister van Justitie de aanbeveling om een werkwijze te hanteren waarbij geluidsband- en/of beeldregistratie van politieverhoren uitgangspunt is in plaats van uitzondering. Ook verdachten van minder ernstige delicten kunnen verklaringen afleggen die later ter discussie komen te staan. Dit omdat zij overrompeld zijn door plotselinge aanhouding, in onzekerheid zijn over wat hun te wachten staat of onbekend zijn met het gewicht dat aan de weergave van hun woorden in het strafproces kan worden toegekend. Door politieverhoren standaard op te nemen is niet alleen de inhoud van de verklaring eenvoudig controleerbaar, maar ook de wijze waarop het verhoor heeft plaatsgevonden. De huidige techniek maakt opnames in praktijk eenvoudig.

    Klacht na zelfmoord

    De Nationale ombudsman doet zijn aanbeveling op basis van onderzoek naar aanleiding van klachten van de nabestaanden van een man die was aangehouden op verdenking van het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarigen. Gezien de door de officier van justitie gevorderde taakstraf ging het om ontuchtige handelingen van relatief geringe ernst. De strafvervolging was voor de verdachte kennelijk zo ondraaglijk dat hij kort na de zitting, waarop hij niet was verschenen, zelfmoord pleegde. De rechtbank kwam daardoor niet tot een oordeel over de feiten waarvan hij verdacht werd.

    Beperkt opsporingsverzoek

    De Nationale ombudsman signaleert een verschil tussen de impact van deze zaak voor de verdachte en het beperkte opsporingsonderzoek op basis waarvan de verdachte werd gedagvaard voor een openbare terechtzitting. Het proces-verbaal van het verhoor van de man was bij het opsporingsonderzoek het belangrijkste bewijsmateriaal. In het onderzoek door de Nationale ombudsman kwam de vraag aan de orde of het proces-verbaal van de politie een juiste weergave bevat van wat de verdachte in werkelijkheid gedurende een urenlang verhoor heeft verklaard. Ook rees de vraag hoe deze verklaring tot stand is gekomen. De Nationale ombudsman concludeert dat, nu geen geluids- of video-opname van het verhoor voor handen is, een antwoord op deze vragen niet mogelijk is.