Nog even geduld...

Column
Foto van een vrouw

De bekende blauwe envelop ligt bij mevrouw Brouwer* in de brievenbus. Met een prettig bericht over de voorlopige aanslag inkomstenbelasting: ze krijgt € 980 terug. Als ze een paar dagen later haar bankrekeningoverzicht bekijkt, ziet ze tot haar schrik maar € 80 bijgeboekt staan. Hoe kan dat nou?

Mevrouw Brouwer belt de Belastingdienst. Die vraagt haar het formulier aangifte inkomstenbelasting, dat de dame op leeftijd al 25 jaar zelf handmatig invult, opnieuw in te vullen. Dat kan ze naar de Belastingdienst sturen samen met een brief waarin ze om herziening van de teruggaaf vraagt.

Ze post de stukken, maar heeft twee weken later nog geen ontvangstbevestiging gekregen. Als ze de Belastingdienst belt, hoort ze dat haar formulier en brief in behandeling zijn genomen. Ook vertelt de medewerker dat haar oorspronkelijke aangifte en het tweede formulier zijn gecontroleerd en dat de fout is ontdekt.

De computer van de Belastingdienst blijkt het oorspronkelijke aangifteformulier verkeerd te hebben ingelezen. Daardoor staat het jaarinkomen van mevrouw Brouwer € 5.000 hoger geregistreerd dan ze in werkelijkheid heeft ontvangen. De teruggaaf is daardoor te laag vastgesteld.

Dit heeft ze nog nooit meegemaakt in al die 25 jaar…Maar gelukkig is de fout ontdekt! Nu is het vast snel opgelost, denkt mevrouw Brouwer. Haar blijdschap is snel verdwenen als ze hoort hoeveel geduld ze mogelijk nog moet hebben. De medewerker van de landelijke BelastingTelefoon vertelt dat niet precies te zeggen is wanneer ze het ontbrekende deel van de teruggaaf precies ontvangt. Maar dat het gezien de wettelijke termijn maximaal drie jaar kan duren.

“Tegen die tijd ben ik 84!”, laat mevrouw Brouwer ontzet aan de Nationale ombudsman weten. Ze vraagt om te bemiddelen en hopelijk een goede oplossing te vinden. Na tussenkomst van de ombudsman volgt vijf dagen later het verlossende bericht dat mevrouw Brouwer binnen drie tot vier weken het resterende bedrag ontvangt.

* Gefingeerde naam
De persoon op de foto is niet de persoon uit deze column