Openbaar Ministerie weigert verzoek tot wijziging sepotcode terecht

Brief
14 september 2022

Een man werd verdacht van oplichting, verduistering, witwassen, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie. De strafzaak werd geseponeerd met sepotcode 02 ('onvoldoende bewijs'). Dat betekent dat de man niet verder strafrechtelijk werd vervolgd, maar dat hij wel een aantekening op zijn strafblad kreeg. De man verzocht het Openbaar Ministerie (OM) de sepotcode te wijzigen naar sepotcode 01 ('ten onrechte als verdachte aangemerkt').

Het OM wees het verzoek af. Het OM vond dat de man bij de start van het opsporingsonderzoek terecht als verdachte was aangemerkt. Het OM wees er bijvoorbeeld op dat de man directeur van een stichting was geweest. Die stichting was betrokken bij andere bedrijven waarbinnen veel geld was weggesluisd naar privépersonen. Ook waren er valse facturen aangetroffen en hadden getuigen belastende verklaringen afgelegd over de man. Daarom wees het OM het verzoek van de man tot wijziging van de sepotcode af.

Hierover diende de man een klacht in bij de Nationale ombudsman. Hij vond dat de opsomming van gelden die het OM weergaf niet klopte. Ook stelde hij dat hij juist slachtoffer was geweest van oplichting.

Bij het beoordelen van een klacht over de gekozen sepotcode, kijkt de ombudsman eerst of het OM de beslissing voldoende heeft onderbouwd. Daarna beoordeelt de ombudsman of het OM in redelijkheid heeft geweigerd de sepotcode te wijzigen.

De ombudsman vindt dat het OM voldoende heeft onderbouwd waarom het de sepotcode niet wijzigt. Het OM heeft uitgelegd dat er omstandigheden waren waardoor de man tijdens het opsporingsonderzoek als verdachte werd gezien. Ook later kwam zijn onschuld niet ondubbelzinnig vast te staan. Het OM heeft daarnaast redelijkerwijs kunnen oordelen dat de man geen slachtoffer was. Uit het dossier bleek bijvoorbeeld niet dat de man aangifte heeft gedaan.

Daarom heeft het OM in redelijkheid kunnen weigeren de sepotcode te wijzigen. De klacht van de man is om die reden niet gegrond.

 

Publicatienummer
2022/160