Ombudsman: verbeter klachtbehandeling over buitengewoon opsporingsambtenaren

Foto van buitengewoon opsporingsambtenaar

De Nationale ombudsman vindt dat werkgevers die buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) in dienst hebben de klachtbehandeling beter moeten regelen en daarin de burger centraal moeten stellen. Burgers die klachten hebben over boa's, weten vaak niet dat of waar ze een klacht kunnen indienen. De organisaties missen daardoor kansen om te leren van klachten. De ombudsman schrijft dit in zijn onderzoeksrapport ‘Buitengewone klachtbehandeling’ dat hij vandaag publiceert.

Buitengewoon opsporingsambtenaren worden veelvuldig ingezet in het kader van toezicht, handhaving en opsporing van strafbare feiten. Er zijn circa 23.500 boa's, die werken als conducteur, stadswacht, leerplichtambtenaar, sociaal rechercheur of boswachter. Boa's beschikken over opsporingsbevoegdheden en in sommige gevallen ook over politiebevoegdheden, zoals de veiligheidsfouillering en zelfs over geweldsmiddelen, bijvoorbeeld handboeien of een wapenstok.

Het is voor burgers van belang dat zij een overzichtelijke, maar ook goede klachtbehandeling tegemoet kunnen zien, onafhankelijk van wie de boa-werkgever is. Daarom acht de Nationale ombudsman het noodzakelijk dat boa-werkgevers bij de behandeling van klachten een uniforme en behoorlijke procedure hanteren. Hij beveelt de verantwoordelijke minister van V&J dan ook aan de boa-werkgevers daartoe te verplichten. De Nationale ombudsman vindt daarnaast dat de minister van V&J boa-werkgevers moet verplichten om de burger informatie te verstrekken over het indienen van een klacht en de manier waarop de klacht behandeld wordt. Deze informatie moet gemakkelijk vindbaar zijn. Verder doet de Nationale ombudsman de minister de aanbeveling om het toezicht op klachtbehandeling te versterken, onder andere door de rol van de direct toezichthouder en toezichthouder te verduidelijken.