Ombudsman sluit onderzoek binnentreden vermoedelijke hennepkwekerijen af

politieagenten voor woning

De Nationale ombudsman beëindigt zijn onderzoek naar het binnentreden van woningen door de politie in verband met het vermoeden dat zich daar een hennepkwekerij bevindt. Hij concludeert op basis van recente cijfers dat de politie relatief niet onacceptabel vaak ten onrechte binnentreedt. Hij schrijft dit in een brief aan de korpschef van de politie.

In september 2014 wilde de ombudsman weten hoe vaak het voorkwam dat de politie binnentrad, zonder dat de politie een hennepkwekerij aantrof en ook geen aanwijzingen dat er een hennepkwekerij was geweest of in voorbereiding was. De politie kon die cijfers op dat moment niet geven, omdat deze niet werden bijgehouden. De ombudsman deed de aanbeveling dit beter te registreren. Uit de cijfers blijkt nu dat de politie in 8,7% van de binnentredingen in een woning niets aantreft. In 7,4% van de gevallen vindt de politie geen hennep, maar wel soft drugs of daaraan gerelateerde zaken. De ombudsman vindt deze percentages niet onacceptabel hoog. Wel vindt hij het belangrijk dat niet te gemakkelijk machtigingen tot binnentreden worden afgegeven, zodat het percentage onterechte binnentredingen beperkt blijft of nog daalt.

Als de politie achteraf gezien is binnengetreden bij onschuldige burgers, vindt de ombudsman het belangrijk dat de nazorg goed is. De ombudsman heeft hier in 2014 aanbevelingen aan gewijd. Op vragen van de ombudsman geeft de korpschef nu aan dat er aan de basisteams een instructie is gegeven om in die gevallen waarin niets is aangetroffen nazorg te verlenen, bijvoorbeeld door het aanbieden van excuses. Daarnaast zal de schade die is veroorzaakt door het binnentreden in zo'n geval vrijwel altijd vergoed worden, al is het aan de eenheden zelf om hier een afweging in te maken. Gedupeerde burgers worden