Aanpak maatregel één bankrekeningnummer slecht georganiseerd

Nieuwsbericht
Foto van een portomonnee met geld

De Nationale ombudsman oordeelt in zijn rapport 'Moeten de goeden onder de kwaden lijden?' dat de aanpak van de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer slecht georganiseerd en onredelijk ingrijpend was voor veel burgers en ondernemers. In het rapport analyseert hij de wijze waarop de Belastingdienst in de maanden december 2013 t/m april 2014 de eerste fase van de één-bankrekeningnummer-maatregel invoerde. Met deze maatregel wilde de Belastingdienst grootschalig misbruik voorkomen dat o.a. aan het licht was gekomen in de kwestie van de 'Bulgarenfraude'. De ombudsman valt met name over de stopzetting van de betaling van de lopende toeslagen en belastingteruggaves, enkele dagen nadat de Belastingdienst belanghebbenden had gevraagd om de bewijsstukken van hun rekeningnummer op te sturen. De betalingen werden pas hervat na beoordeling van de gevraagde informatie en verificatie van de rekeningnummers. Dit gebeurde met grote vertraging, waardoor vele duizenden burgers en ondernemers een tot drie maanden op hun geld moesten wachten.

"De Belastingdienst had voor een alternatieve aanpak kunnen kiezen, namelijk uitbetaling op het nieuw doorgegeven rekeningnummer of doorbetaling op het oude rekeningnummer totdat het verificatieproces was afgerond. Door de rigoureuze stopzetting van de lopende betalingen heeft de Belastingdienst veel goedwillende burgers en ondernemers onnodig in financiële problemen gebracht", aldus waarnemend ombudsman Frank van Dooren.

De Nationale ombudsman pleit ervoor dat uitvoeringsinstanties – bij de voorbereiding en invoering van wetten en maatregelen – zorgvuldig te werk gaan, zeker wanneer financiële belangen voor burgers in het geding zijn. In het bijzonder geldt dit bij de invoering van fraudemaatregelen. Daar is de politieke wens om drastisch in te grijpen sterk en is het gevaar dat de belangen van de goedwillende burger in het gedrang komen groot. Dit is vooral van belang als het gaat om burgers met lage inkomens, die hun maandelijkse toeslagen en teruggaven van de Belastingdienst geen maand kunnen missen. Zij beschikken niet over een buffer om zo'n klap op te vangen. Fraudebestrijding mag er niet toe leiden dat de goeden onder de kwaden lijden.

De maatregelen die de staatssecretaris van Financiën inmiddels heeft genomen of aangekondigd  geven de Nationale ombudsman wel het vertrouwen dat de overlast bij de verdere invoering van de maatregel beperkt zal blijven.