Ombudsman onderzoekt weigering WOTS verzoeken

Nieuwsbericht
Foto van een raam met tralies

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, start een onderzoek naar de uitvoering van de Wet overdacht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). Hij heeft twee klachten ontvangen van moeders van Nederlandse gedetineerden in Venezuela en Panama die zich ernstig zorgen maken over het lot van hun kinderen. Het lijkt erop dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie WOTS verzoeken uit deze landen stelselmatig afwijst omdat bij terugkeer naar Nederland de resterende (omgezette) straf stelselmatig te kort is (namelijk 6 maanden).

Met dit onderzoek wil de ombudsman in kaart brengen waarom het Ministerie van Veiligheid en Justitie deze overdrachtsverzoeken niet honoreert. In de praktijk blijkt immers dat veroordeelde Nederlanders in buitenlandse cellen blijven zitten en aan het doel van de WOTS geen gevolg wordt gegeven.

Achtergrond WOTS

De Wet overdacht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) maakt het mogelijk dat mensen die in het buitenland zijn veroordeeld hun buitenlandse gevangenisstraf in Nederland kunnen uitzitten om te kunnen resocialiseren in de maatschappij. Om hiervoor in aanmerking te komen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een belangrijke voorwaarde is dat er na omzetting of voortzetting van de straf voldoende tijd overblijft om betrokkene voor te bereiden op terugkeer in de Nederlandse samenleving.