Vreemdelingenbewaring moet behoorlijk zijn

Nieuwsbericht
Foto van een sleutel in een deurslot

Vreemdelingen die hier niet mogen blijven, kunnen worden ondergebracht in een gevangenis voordat ze uit Nederland worden uitgezet. Zij komen dan terecht in een regime met soms vergaande beperkingen. De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, vraagt zich af of de overheid zich hier voldoende van bewust is. De ombudsman gaat verkennen welke beperkingen vreemdelingen in de praktijk ervaren, hoe die zich verhouden tot hun rechten en of vreemdelingenbewaring – gelet op het doel uitzetting - minder belastend voor de mensen moet zijn.

Zo'n 7.800 vreemdelingen zitten jaarlijks in vreemdelingenbewaring, in een gevangenis. Voor deze mensen kan dit vergaande beperkingen opleveren in hun rechten. Zij zitten opgesloten, kunnen niet werken en maar beperkt vrienden en familie zien. In 2011 hebben vreemdelingen in Rotterdam een zitstaking georganiseerd om aandacht te vragen voor hun situatie. De ombudsman heeft eerder een concrete stakingssituatie in het detentiecentrum Schiphol onderzocht (Rapport 2010/353). Met dergelijke stakingen vroegen vreemdelingen aandacht voor hun detentiesituatie en dat vormt aanleiding voor de Nationale ombudsman om in een vooronderzoek te verkennen wat hun huidige situatie is.

Aanpak verkenning

In het kader van de verkenning bezoeken medewerkers van de ombudsman het detentiecentrum in Rotterdam om te praten met personeel, Commissie van Toezicht en vreemdelingen. De ombudsman laat zich ook informeren door verschillende deskundigen en bezoekt om zich een goed beeld te vormen zo nodig nog andere detentiecentra. De ombudsman verwacht voor de zomer van dit jaar te kunnen beoordelen of in samenwerking met de directies van de detentiecentra een beter regime wordt ingevoerd of dat daarvoor verder onderzoek nodig is.