Ombudsman signaleert acht aandachtspunten IGZ bij minister Schippers

Nieuwsbericht
Foto bij overhandiging zwartboek IGZ aan minister Schippers

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer signaleert met acht aandachtspunten wat patiënten in redelijkheid van de IGZ kunnen verwachten. De aandachtspunten gaan over het toezicht door de IGZ en over de relatie die de IGZ met de patiënt heeft. De signalering is gebaseerd op meldingen van het gezamenlijke meldpunt met TROS Radar, eerder onderzoek naar de IGZ en 25 'hoofdpijndossiers' die recent boven water kwamen.

Hij overhandigt met Antoinette Hertsenberg van TROS Radar een zwartboek over de IGZ aan minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De minister heeft inmiddels toegezegd het zwartboek te gebruiken bij het onafhankelijke onderzoek naar het functioneren van de IGZ.

Brenninkmeijer: 'Ik maak me al een paar jaar zorgen over de IGZ. Steeds is mijn kritiek weggezet als slechts gericht op één incident. Om meer inzicht te krijgen in wat patiënten, familie en nabestaanden belangrijk vinden bij het optreden van de IGZ, heb ik samen met Radar een meldpunt geopend.' De meldingen zelf zijn vertrouwelijk en niet openbaar. De Nationale ombudsman heeft voor zijn signalering de vraag gesteld: wat mogen patiënten in redelijkheid verwachten als het om het recht op (zorg voor de) gezondheid gaat en welke rol heeft de IGZ daarbij? Het antwoord op deze vraag staat in zijn signalering 'Geen gehoor bij de IGZ'.

Behoorlijk toezicht

In deze signalering noemt de ombudsman acht aandachtspunten voor de IGZ. Drie daarvan gaan over de behoorlijke invulling van de toezichtstaak. De IGZ moet een duidelijke taakopvatting hebben, onafhankelijk en gedegen onderzoek doen en daadkrachtig consequenties verbinden aan het onderzoek.

Behoorlijke relatie met de melder

Uit de meldingen komen een aantal soorten melders naar voren: patiënten, familie van patiënten en medewerkers van instellingen. Brenninkmeijer: 'Vertrouwen is de kern van elke relatie.' Daarvoor moet de IGZ leren om respectvol en op gelijkwaardige wijze te communiceren, transparant te zijn, de patiënt te betrekken bij onderzoek, objectief te zijn en voortvarend te werken.