Paspoort buiten bereik voor Nederlanders in het buitenland door uitvoering nieuwe Paspoortwet

Foto van paspoorten

De uitvoering van de nieuwe Paspoortwet jaagt Nederlanders die in het buitenland wonen flink op kosten als zij een nieuw paspoort nodig hebben. Dit constateert de Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, in een onderzoek naar aanleiding van de vele signalen die hij hierover van gedupeerden ontving. Een nieuw paspoort lijkt voor sommige paspoortaanvragers zelfs buiten bereik door de grote reisafstanden naar een afgiftepunt en de hoge onkosten. De problemen wijt Brenninkmeijer aan de manier waarop de minister van Buitenlandse zaken de nieuwe Paspoortwet uitvoert en de gebrekkige informatievoorziening aan de paspoortaanvragers. Hij doet aan de minister een aantal aanbevelingen om de problemen op te lossen.

De nieuwe Paspoortwet die op 15 september 2009 in werking is getreden, voorziet in de oprichting van een centrale databank met vingerafdrukgegevens van alle Nederlandse paspoorthouders. Deze moeten zij afgeven bij de aanvraag van een nieuw paspoort. De apparatuur die nodig is om de vingerafdrukken te registreren, is kostbaar en vereist veiligheidsmaatregelen. Het Ministerie van Buitenlandse zaken heeft daarom besloten het paspoort slechts nog af te geven op Nederlandse consulaten in het buitenland die meer dan 500 paspoorten per jaar uitgeven, zodat installatie van de kostbare apparatuur rendabel is. Het aantal afgiftepunten is zo teruggebracht van 340 naar 180. De ombudsman ontving ruim veertig signalen over de hoge kosten en extra inspanningen waarvoor paspoortaanvragers kwamen te staan. Hij verrichtte een onderzoek, met als doel oplossingen te vinden voor de gesignaleerde knelpunten.

Paspoort buiten bereik

Een deel van de Nederlanders dat (tijdelijk) in het buitenland woont moet nu soms met het hele gezin duizenden kilometers reizen naar het dichtstbijzijnde consulaat om eerst hun paspoort aan te vragen en vervolgens nogmaals om het op te halen. De onkosten kunnen oplopen tot honderden euro’s en voor sommigen is dit niet op te brengen. De Nationale ombudsman vindt het een kwalijke zaak dat een wezenlijk document zoals een paspoort, door de huidige uitvoering van de nieuwe Paspoortwet om financiële redenen buiten het bereik van sommige Nederlanders in het buitenland lijkt te komen. Bovendien staan hun onkosten in schril contrast tot de kosten die iemand in Nederland moet maken voor een paspoort (sinds 1 januari 2010 maximaal €50,90).

Oplossingen

De Nationale ombudsman heeft aan de minister van Buitenlandse zaken een aantal aanbevelingen gedaan. Zo stelt de ombudsman ondermeer voor om medewerkers van consulaten die paspoorten verstrekken, te voorzien van een duidelijke richtlijn om te kunnen beoordelen of de paspoortaanvrager al dan niet in persoon moet langskomen. En als een paspoortaanvrager het bezwaarlijk vindt om persoonlijk langs te komen, deze actief te informeren over alternatieve mogelijkheden voor het verkrijgen van het paspoort. Ook geeft de ombudsman in overweging na te gaan hoe mobiele ‘vingerscan’ apparatuur effectief kan worden ingezet. En wat de mogelijkheden zijn om een paspoort aan te vragen in een naburig land, als het afgiftepunt in dat land dichter bij de woonplaats van de paspoortaanvrager is.

Noot voor de redactie, niet voor publicatie

De volledige tekst van rapport 2010/191 (pdf).