Nationale ombudsman verheldert standpunt over fouillering van arrestanten

Nieuwsbericht

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, heeft in een brief aan de korpsbeheerder van politie Haaglanden zijn standpunt verhelderd over fouilleringen door de politie. Naar aanleiding van een rapport dat de Nationale ombudsman begin 2006 uitbracht, heeft de korpsbeheerder bij de minister van Justitie aangedrongen op aanvullende regelgeving om verdergaande insluitingsfouillering van arrestanten met ontkleding en het schouwen van lichaamsholten mogelijk te maken. Dit gaat de Nationale ombudsman te ver.

Begin 2006 heeft de Nationale ombudsman een rapport uitgebracht (2006/011) waarin hij in een specifiek geval een vergaande vorm van fouillering door de politie afkeurde. In dit geval ging het om arrestanten die zich in verband met een insluitingsfouillering moesten uitkleden en door bepaalde houdingen aan te nemen, aan het lichaam werden onderzocht. Voor deze maatregel ontbreekt een wettelijke basis.

Geen categorische afkeuring van veiligheidsfouillering

Het is echter niet zo dat de Nationale ombudsman categorisch elk onderzoek aan het lichaam van een arrestant afkeurt. Wanneer er sprake is van een veiligheidsrisico, kan de (hulp)officier van justitie bepalen dat de politie een verdergaand onderzoek aan het lichaam van de arrestant mag uitvoeren. De politie heeft immers ook een bijzondere zorgplicht tegenover andere personen die op het politiebureau zijn ingesloten.

Verdergaande maatregelen ten koste van grondrechten

Bij het verzoek om aanvullende regelgeving is door de korpsbeheerder verwezen naar de tragische gevolgen van de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost. De Nationale ombudsman spreekt in dit verband zijn vrees uit dat de situatie rondom deze brand leidt tot steeds verdergaande maatregelen ter bevordering van de veiligheid, die ten koste kunnen gaan van de grondrechten van het individu. Het gaat naar zijn oordeel te ver toe te staan dat de politie standaard een arrestant laat uitkleden en aan het lichaam onderzoekt, ook wanneer er geen concrete aanwijzing van gevaar is.