Congresdeelnemer aan het woord

Op deze pagina

    Tekstpagina
    Hieke Wijbenga, projectleider verzekeringen bij MantelzorgNL

    ‘Wie doet er mee in 2030?’ Tijdens een congres op 31 oktober 2019 bracht de Nationale ombudsman alles bijeen uit een jaar toekomstverkenning naar de relatie burger en overheid in 2030. Samen met meer dan 400 deelnemers zetten we de klok 10 jaar vooruit, om te zien hoe burgers dan het best geholpen zijn als zij vast lopen bij de overheid of in systemen, wetten en regels.

    ‘Wie doet er mee?’ Het zat al in de titel van het congres: niet alleen luisteren, maar vooral doen. Naast het plenaire programma bood het congres ook een menu aan interactieve break-out sessies. We vroegen bezoekers wat ze van de sessies vonden. In hoeverre sloot de inhoud aan op hun werk? En wat is hun eigen visie op de relatie tussen burger en overheid in 2030? Wij spraken bezoeker Hieke Wijbenga over haar ervaringen. Hieke is projectleider verzekeringen bij MantelzorgNL.

    In het openingsfilmpje van het congres zien we Margot. Zij heeft een meervoudig gehandicapte zoon. Als ze een gehandicaptenparkeervergunning wil aanvragen, loopt ze tegen allerlei bureaucratische obstakels aan. ‘Dat ondervinden veel mantelzorgers’, vertelt Hieke Wijbenga. Ze heeft de break-out sessie In gesprek met… Reinier van Zutphen gevolgd. Interessant en inspirerend, vond ze. Het bood een hoop herkenning.

    Waar de Nationale ombudsman zich allemaal mee bezighoudt, wist Wijbenga van te voren niet precies. Daarom is ze vandaag op het congres te vinden. ‘Ik was nieuwsgierig naar het standpunt van de ombudsman over mantelzorg en over zorg in het algemeen. Wat hij ziet in zijn contact met burgers en wat hij kan doen.’

    "Mantelzorgers moeten weten waar ze kunnen aankloppen"
     

    Over mantelzorg ging het nog niet specifiek, maar de break-out sessie stemt Wijbenga hoopvol. ‘Het sprak me vooral aan dat de ombudsman pleit voor een basisniveau aan ondersteuning. Daar hebben mantelzorgers grote behoefte aan. In bijna iedere gemeente is weer andersoortige ondersteuning te vinden. Andere wetten, andere regels, andere loketten. Daarbij verwijzen gemeentes en andere professionals vaak niet goed door naar plekken waar de mantelzorgers wél hulp kunnen krijgen.’

    Over de relatie tussen overheid en burger is Wijbenga dus niet zo optimistisch. ‘Er moet veel gebeuren de komende tien jaar. De budgetten van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) staan onder druk, de samenleving vergrijst. Kortom: mantelzorgers worden steeds meer belast.’ Wat deze onmisbare groep zou helpen, volgens Wijbenga: ‘Als ze weten waar ze kunnen aankloppen voor hulp. Waar er naar ze geluisterd wordt en waar ze daadwerkelijk geholpen worden.’

    In de toekomst wil Wijbenga de verbinding met de Nationale ombudsman vaker zoeken. ‘Ik hoop dat het probleem van overbelaste mantelzorgers meer zichtbaar wordt. Daar kan de ombudsman een rol in spelen, besluit de projectleider positief.