Congresdeelnemer aan het woord

Op deze pagina

    Rhodia Maas Algemeen directeur van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

    ‘Wie doet er mee in 2030?’ Tijdens een congres op 31 oktober 2019 bracht de Nationale ombudsman alles bijeen uit een jaar toekomstverkenning naar de relatie burger en overheid in 2030. Samen met meer dan 400 deelnemers zetten we de klok 10 jaar vooruit, om te zien hoe burgers dan het best geholpen zijn als zij vast lopen bij de overheid of in systemen, wetten en regels.

    ‘Wie doet er mee?’ Het zat al in de titel van het congres: niet alleen luisteren, maar vooral doen. Naast het plenaire programma bood het congres ook een menu aan interactieve break-out sessies. We vroegen drie bezoekers wat ze van de sessies vonden. In hoeverre sloot de inhoud aan op hun werk? En wat is hun eigen visie op de relatie tussen burger en overheid in 2030?

    In 2030 heeft de overheid nog steeds veel moeite om rekening te houden met verschillende digitale burgers. En: Burgers hebben recht op een fysiek loket. Het zijn twee van de zes stellingen die het Rathenau Instituut opwierp tijdens de break-out sessie Digitale burgers in 2030. ‘Prikkelende stellingen’, vond deelnemer Rhodia Maas, ‘die veel food for thought opleverden.’ Welke was volgens haar het meest relevant? ‘De stelling over het rekening houden met verschillende burgers. Natuurlijk maakt digitalisering sommige dingen makkelijk, snel en praktisch. Maar we moeten er ook zijn voor de mensen die digitale systemen niet snappen, kunnen of willen gebruiken. Nu, maar ook in 2030.’

    ‘In 2030 moeten digitale en analoge sporen goed naast elkaar lopen’
     

    Ook de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) moet hiermee aan de slag. Neem producten als reisdocumenten. Die maken ook een digitale ontwikkeling mee. En dat is nodig, want de drukte op Schiphol in vakanties zal alleen nog maar groter worden, denkt de directeur. Over dat soort uitdagingen moet de RvIG nadenken. Dat betekent: vooruitkijken. Maas: ‘Nu is je paspoort nog een rood fysiek boekje, maar in de toekomst heb je misschien alleen je mobiele telefoon nodig, waarop je je paspoort laat zien. Goed beveiligd en fraudebestendig, uiteraard.’ Toch ziet ze het fysieke paspoort niet verdwijnen. Voor sommige Nederlanders blijft dat de beste, fijnste en handigste manier van reizen.

    Over het algemeen zal het werk van de RvIG weinig veranderen, verwacht Maas. ‘2030 is al over tien jaar hè, dat is sneller dan je denkt.’ Wat ze vooral hoopt, is dat de overheid beter weet hoe digitale én analoge processen naast elkaar kunnen lopen. Dat het digitale proces goed en bruikbaar is, maar dat de mensen die liever persoonlijk contact willen ook nog bij een fysiek loket terechtkunnen. Ook al is dat het ‘verkeerde loket’. Dan denkt de RvIG graag met je mee. Waar moet je wel zijn en hoe kom je daar het snelst? ‘Als we dát in 2030 hebben bereikt’, stelt Maas, ‘dan zijn we al een heel eind.’