Rapporten 2011

De Nationale ombudsman onderzoekt klachten van mensen. Na onderzoek maakt hij een rapport op van zijn bevindingen. Daarin staan ook zijn aanbevelingen. Alle rapporten zijn openbaar en vindt u in deze rapportendatabase.

De ombudsman kan ook onderzoek uit eigen beweging instellen. Met dit onderzoek richt de ombudsman zich op structurele knelpunten in de relatie tussen burger en overheid.

Rapport 2011/371

30-12-2011 - Een man en zijn buurman hebben ruzie met elkaar over de plaats van het hekwerk in de brandgang tussen hun woningen. De man heeft ook het idee dat zijn buurman uitkeringsfraude pleegt. Hij heeft daarover informatie gegeven aan het UWV. De buurman heeft een klacht ingediend bij de werkgever van de man, de Douane wegens het opvragen van informatie. Beide buren hebben een aantal keer hulp van de wijkagent ingeroepen. De man klaagt erover dat de wijkagent twee keer ten gunste van de buurman zijn invloed bij de gemeente heeft aangewend over het plaatsen van het hekwerk. En dat hij de behandeling van de klacht over hem bij zijn werkgever heeft gefaciliteerd door een locatie te regelen voor een gesprek tussen zijn buurman en de Douane. De Nationale ombudsman vindt dat het niet getuigt van een professionele opstelling van de wijkagent door het gesprek tussen de buurman en verzoekers werkgever te faciliteren en hier vervolgens bij te zitten. Het wekt op zijn minst de schijn van partijdigheid. De wijkagent heeft in strijd gehandeld met het verbod van vooringenomenheid. De klacht over de actieve bemoeienis met de "hekjeskwestie" vindt de ombudsman niet gegrond.

Instantie: Beheerder van het regionale politiekorps Hollands Midden

Klacht: de wijkagent heeft bij de gemeente zijn invloed aangewend ten gunste van buurman van verzoeker bij een conflict ttussen verzoeker en zijn buurman
Oordeel: niet gegrond

Klacht: de wijkagent heeft de behandeling van een klacht die de buurman van verzoeker heeft ingediend gefaciliteerd door een locatie te regelen
Oordeel: gegrond

Rapport 2011/369

30-12-2011 - Een politieambtenaar wordt als verdachte aangemerkt voor het valselijk opmaken van een proces-verbaal van de aanhouding van een automobilist. Tijdens het surveilleren loopt een situatie uit de hand waarbij de agent de automobilist een tik tegen het achterhoofd geeft. In het proces-verbaal geeft hij in strijd met de waarheid aan dat hij per ongeluk diens hoofd raakte. De agent wordt veroordeeld voor het valselijk opmaken van een proces-verbaal. In het verhoor van de agent komt naar voren dat een collega als wachtcommandant de inhoud van het proces-verbaal heeft nagekeken en gecorrigeerd. Deze wachtcommandant wordt daarom ook als verdachte aangemerkt. De officier van justitie seponeert na onderzoek de strafzaak tegen de wachtcommandant met sepotcode 02 (geen wettig bewijs). De wachtcommandant vindt dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt en code 01 moet worden gebruikt. De ombudsman vindt dat de officier van justitie juist heeft gehandeld. Ook al is de rol van de wachtcommandant bij het opmaken van het valse proces-verbaal niet precies duidelijk geworden, er was wel een zekere betrokkenheid. In zijn leidinggevende functie heeft hij kennelijk geaccepteerd dat mogelijk een valselijk opgemaakt proces-verbaal zou worden ondertekend.

Instantie: Officier van justitie te Den Haag

Klacht: officier van justitie heeft de tegen verzoeker ingestelde strafzaak geseponeerd met sepotcode 2 in plaats van sepotcode 1
Oordeel: niet gegrond

Rapport 2011/370

30-12-2011 - Dit rapport gaat over de gang van zaken rond het opstellen van het proces-verbaal uit rapport 2011/369. De chef van de wachtcommandant klaagt erover de officier van justitie de strafzaak tegen hem heeft geseponeerd met code 02 en niet met code 01. Ook klaagt hij over de manier waarop zijn klacht door de hoofdofficier van justitie is behandeld. Na onderzoek stelt de ombudsman dat de betrokkenheid van de chef bij het opstellen van het proces-verbaal weliswaar niet is komen vast te staan, maar dat de afgelegde verklaringen de verdenking ook niet volledig hebben weggenomen. Hij vindt dat de officier van justitie de sepotcode 02 voldoende heeft gemotiveerd. De behandeling van de klachten van de chef had beter gemoeten: zo is de termijn overschreden, is geen hoor en wederhoor toegepast en is niet vermeld dat de chef de Nationale ombudsman kon inschakelen.

Instantie: Officier van Justitie te Den Haag

Klacht: officier van justitie heeft de tegen verzoeker ingestelde strafzaak geseponeerd met sepotcode 2 in plaats van sepotcode 1
Oordeel: niet gegrond

Klacht: de klacht is door dezelfde officier beoordeeld tegen wie de klacht was gericht
Oordeel: niet gegrond

Klacht: verzoeker is niet in de gelegenheid gesteld de klacht mondeling toe te lichten
Oordeel: gegrond

Klacht: de klachttermijn is met twee weken overschreden
Oordeel: gegrond

Klacht: in de klachtafhandelingsbrief is niet vermeld binnen welke termijn bij de Nationale ombudsman kan worden geklaagd
Oordeel: gegrond

Rapport 2011/368

29-12-2011 - Man vraagt het College bescherming persoonsgegevens (CBP) om een onderzoek te doen naar een instantie in Rotterdam. Het CPB wijst dit verzoek af. De man klaagt hierover bij het CPB. Nadat hij een bevestiging van zijn klachtbrief en een uitnodiging voor een hoorzitting heeft gekregen vraagt hij een aantal keren meer informatie. Hij vindt de informatie op de website te beknopt. De Nationale ombudsman vindt dat de overheid mensen actief en met het oog op hun belangen adequaat van informatie moet voorzien. De informatie die het CPB via de telefoon en via de brieven heeft gegeven vindt de ombudsman voldoende. Onlangs heeft het CPB de informatie op de site aangevuld en verbeterd.

Instantie: College Bescherming Persoonsgegevens

Klacht: college bescherming persoonsgegevens is onvoldoende transparant geweest over interne klachtprocedure
Oordeel: niet gegrond

Rapport 2011/366

28-12-2011 - De Belastingdienst heeft vijf bedragen die een mevrouw toekomen aan inkomstenbelasting en zorgtoeslag op een fout rekeningnummer gestort. De persoon die het bedrag op zijn rekening heeft gekregen weigert het terug te betalen. De vrouw is het er niet mee eens dat zij zelf een civiele procedure moet starten om het geld terug te krijgen. Tijdens zijn onderzoek constateert de ombudsman dat de Belastingdienst de vrouw een brief heeft gestuurd dat voor de storting van de zorgtoeslag haar juiste rekeningnummer gebruikt zou worden. Die brief is gedateerd voordat de betalingen zijn gedaan. De Belastingdienst had deze brief niet meer, maar mevrouw gelukkig wel. Het stemt de ombudsman tevreden dat de Belastingdienst het geld alsnog aan de vrouw uitbetaald.

Instantie: Belastingdienst

Klacht: belastingdienst weigert  de aan verzoekster toekomende bedragen opnieuw en ditmaal op haar eigen rekeningnummer te storten.
Oordeel: gegrond
Met instemming

Rapport 2011/365

27-12-2011 - Een mevrouw klaagt bij het CBR over het gebrek aan klantvriendelijkheid van de examinator tijdens haar rijexamen. Hij maakt volgens haar een discriminerende opmerking over haar leeftijd en stelt haar niet op haar gemak. Het CBR vindt haar klacht niet gegrond omdat de examinator heeft verklaard dat hij uit interesse heeft gevraagd of zij niet eerder in staat was om haar rijexamen te halen. Het lukt het CBR niet om de rijinstructeur te horen i.v.m. de klacht. De vrouw schakelt de ombudsman in omdat zij vindt dat het CBR dat wel had moeten doen. De ombudsman is het met haar eens en informeert zelf bij de instructeur. Hij vindt dat het CBR zich onvoldoende heeft ingespannen om de rijinstructeur te bereiken voor het afleggen van een verklaring. Het CBR heeft het oordeel over de klacht niet alleen mogen baseren op de reactie van de examinator.

Instantie: Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Klacht: afhandeling klacht door CBR: rijinstructeur is niet gehoord en klacht is ongegrond verklaard enkel op basis van verklaring examinator
Oordeel: gegrond

Rapport 2011/367

23-12-2011 - Een inwoner uit Dordrecht vindt dat de gemeente te weinig heeft gedaan om de bouwvergunning voor de tijdelijke aanpassing van de politiepost aan de Blaauwweg te handhaven en de woningstichting te verplichten het pand in de oorspronkelijke staat te herstellen. De Nationale ombudsman heeft een klacht hierover aan de gemeente Dordrecht gestuurd. De gemeente heeft die doorgestuurd naar de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Na twee jaar was de klacht nog niet behandeld. De ombudsman komt er in zijn onderzoek achter dat de gemeente maar geen standpunt innam over het bestemmingsplan. Omdat dit standpunt uitbleef, bleef ook de beslissing van de Omgevingsdienst uit. De ombudsman vindt dat burgers erop mogen vertrouwen dat hun klacht binnen de wettelijke termijnen wordt afgehandeld. Daarom beveelt hij het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst aan om samen met de samenwerkende gemeenten maatregelen te treffen.

Instantie: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Klacht: klacht is niet tijdig behandeld door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Oordeel: gegrond
Met aanbeveling

Rapport 2011/364

20-12-2011 - Inwoner van gemeente Brunssum wil naar een informatieavond van de gemeente. Maar de avond is alleen voor raads- en commissieleden en de toegang wordt hem geweigerd. De Nationale ombudsman vindt het niet in strijd met het vereiste van transparantie dat de raad besloten bijeenkomsten belegt om het beleidsvormingsproces voor te bereiden of elkaar informatie te verstrekken, mits hiermee op integere wijze wordt omgegaan. Hij heeft met instemming kennisgenomen van het voornemen van de gemeente om het vergadersysteem te evalueren.

Instantie: Gemeente Brunssum

Klacht: informatieavonden voor raadsleden waar burgers niet welkom zijn
Oordeel: niet gegrond
Met instemming

Rapport 2011/363

20-12-2011 - Politie Utrecht houdt bestuurder van jaguar E-type aan omdat hij door rood licht is gereden. De politie vraagt hem om zijn rijbewijs, maar de man wil dit pas geven nadat de politie zich heeft gelegitimeerd. De man maakt geluidsopnamen van het gesprek en laat uiteindelijk toch als eerste zijn rijbewijs zien. Naderhand klaagt hij over agressief en intimiderend gedrag van de politie. De Nationale ombudsman vindt dat de politie in dit geval geen redenen had om zich niet als eerste te legitimeren. Ook vindt hij dat de klachtencommissie het geluidsfragment had moeten beluisteren en dat de voorzitter van die commissie, nadat hij in de hoorzitting door de beklaagde politieman met de voornaam was aangesproken, de schijn van partijdigheid heeft gewekt door hierover niet met verzoeker in gesprek te gaan. Overigens stelt de ombudsman na het beluisteren van het geluidsfragment vast dat het totale politieoptreden niet onnodig escalerend is geweest.

Instantie: Regiopolitie Utrecht

Klacht: niet terstond gelegitimeerd toen verzoeker dat vroeg na staandehouding wegens rijden door rood licht
Oordeel: gegrond

Klacht: de door verzoeker aangedragen geluidsopname niet beluisterd
Oordeel: gegrond

Instantie: Commissie voor de politieklachten (regio Utrecht)

Klacht: schijn gewekt partijdig en/of bevoordeeld te zijn bij de behandeling van verzoekers klacht
Oordeel: gegrond

Rapport 2011/361

19-12-2011 - Dit is een rapport van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman gezamenlijk. Schadebemiddelaarster van het Openbaar Ministerie in Middelburg belt advocaat van minderjarige jongen om te vragen of de schade aan het slachtoffer vergoed kan worden. De advocaat kan daar nog geen antwoord op geven omdat hij de jongen nog niet heeft gesproken en de bemiddelaarster belt vervolgens met de vader van de jongen. Die voelt zich onder druk gezet en stemt toe. De Nationale ombudsman en de Kinderombudsman zijn van oordeel dat het buiten de advocaat contact opnemen met de vader in strijd is met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Ze hebben er met instemming van kennisgenomen dat de minister het schadebemiddelingstraject in jeugdzaken opnieuw tegen het licht heeft gehouden

Instantie: Hoofdofficier van justitie te Middelburg

Klacht: ondanks verzoekers (advocaat van beroep) mededeling aan de schadebemiddelaarster van het Openbaar Ministerie dat hij inhoudelijk nog geen antwoord kon geven op haar vraag, rechtstreeks telefonisch contact opgenomen met de vader van zijn minderjarige cliënt en hem dezelfde vraag voorgelegd   rechtstreeks telefonisch contact opgenomen met de vader van van verzoekers minderjarige cliënt
Oordeel: gegrond


Zoek in rapporten

Formaat: 2011/049

Text Size

Printervriendelijke versie
Lees voor